Vrijdag 9 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1305 km
Tot Rome: 778 km
Gisteravond weer in het hotel gegeten. Dat wat ik kies om te eten, eten ze zelf ook. Dat was eergisteravond en dat was gisteravond weer. Het hotel echtpaar heeft het erg gezellig met elkaar: ze wisselen geen woord. Hij bedient mij, en zij bedient hem. En tijdens de hele maaltijd zitten ze zwijgend tegenover elkaar. Ach ja, misschien dat je na 30 of 40 jaar ook niets meer tegen elkaar te zeggen hebt. Maar een beetje saai lijkt het me wel.
Ik kan er lekker vroeg ontbijten. En dat doe ik dan ook om 6.45 uur. Hij slaapt waarschijnlijk nog; zij is er alleen. Met haar dochter. En ze is weer even zwijgzaam als gisteren. De dochter kletst en ma knikt wat, maar praat niet terug. En ze kijkt alsof ze al een heel zwaar leven achter de rug heeft. Het leven heeft niet zo veel vreugde meer te bieden. Dat is jammer.
Een ontbijt van likmevestje. Ik kreeg twee brioches; geen echte verse, maar verpakte. Nou, die smaken helemaal nergens naar. Of ik er nog een wilde. Dat dan weer wel. Ik moet een eind lopen hè. De dochter vraagt: lopen? En elke vraag die ze me stelt en waar ik ook maar iets te lang over moet nadenken, wordt door ma beantwoord. Dat scheelt, want ik begrijp de vragen voor geen ene meter. Het wordt echt helemaal niets met mijn Italiaans. Ma legt in ieder geval uit dat de VF naar Rome loopt. En of ik vandaag naar Garlasco loop. Ja dus. En daarna naar Pavia, Piacenza. Dochter kijkt met open mond. Ze gelooft er helemaal niets van. Bestaan er echt zulke debielen die dat doen? En zij is niet de enige? Nee hoor. Dan kom je in de middag aan en rust je de rest van de middag en dan ga je de volgende dag weer verder. Exact. Zo gaat dat. Dochter blijft het maar raar vinden. En loop je dan ook weer terug? Nee, met het vliegtuig. Oh, gelukkig. Nog wel een beetje normaal.
Ik reken af, en ze probeert een stempel in mijn pelgrimspaspoort te zetten, maar ze is duidelijk zo kippig als wat. De stempel doet het niet en ze blijft het proberen. Uiteindelijk pakt ze haar bril en ziet ze dat de stempel het echt niet doet en schrijft ze de naam en het aders met de pen erin. Met hele grote letters, zodat het eigenlijk niet in het vakje past. Ik bedank haar vriendelijk, vraag nog even de weg naar de bakker en om een fles water. Ik bedank haar weer met een grote lach en zowaar verschijnt er ook een glimlach op haar gezicht, Wijfie, moet je vaker doen. Maakt het leven een stuk aangenamer.
Dacht ik gister nog: mijn benen verkleuren ook voor geen ene meter (in tegenstelling tot mijn hoofd). Vandaag is daar verandering in gekomen. Het is echter helaas niet van de zon. Maar van het mulle zand. En dat plakt uitstekend in combinatie met zweet, zonnebrand en DEET. Een landloper is er niets bij. Vandaag dus zandwegen tussen de rijst. Ik kan het landschap nou niet erg opwindend vinden. De rijstplantjes komen inmiddels een beetje mijn neus uit. Maar goed. Het ziet er toch allemaal weer net even anders uit. Na 17 km passeer ik pas de eerste plaats na mijn vertrek en dat is dus ook de eerste keer dat ik even pauzeer. En dat was wel een beetje ver. Maar ja, ik ga niet stil staan in de zon. Dat is een beetje warm en alle muggen komen direct op je af. Ook zo fijn als je dus echt even in de vrije natuur moet plassen. En dus slof ik inmiddels Tromello binnen. Ik besluit om hier meteen maar even te gaan eten. Als ik richting kerk loop, roept een meneer me. Of ik pelgrim ben. Ja, inderdaad. Hij heet Carlo en biedt hulp aan pelgrims. Ik spreek mijn naam niet meer op de Nederlandse manier uit; die kan men toch nooit zeggen. Daar maak ik een plaatselijke variant van. In het Engels is dat dus ‘Ever’ (als in ‘never‘) ‘deen (met een lange ie). In het Frans is dat ‘Ever’ (als ‘ee ver’, in plaats van ‘evur’) ‘dien‘. En in het Italiaans wordt dat ‘Ewwer’ (de v zit wat tussen de v en de w in) ‘dien‘. Onthouden doen ze het dan nog niet, maar ze kunnen het in ieder geval nazeggen.
Hij loodst me naar een gebouwtje van de kerk, geeft me wat te drinken, geeft een stempel en ik mag er aan tafel even eten. Dit is een heel grappig gebouwtje. Als je binnenkomt lijkt het een café. En in de ruimte erachter staat een tafel met stoelen. Aan de muur hangt van alles en nog wat: variërend van ‘zigeunerin met traan’ tot landschappen en een geborduurde paus. En er staat een piano. Ik mag ook even piano spelen als ik wil. Even later komt hij terug met pruimen en een chocoladecake. Hij wisselt mijn inmiddels warm geworden water met een koude uit de ijskast. Netjes opgevoed als ik ben, veeg ik de tafel na afloop met een doekje af. Ik had ten slotte nogal geknoeid. Hij vindt het overdreven. Ik mag nog een stuk cake afsnijden voor onderweg en vindt dat ik veel te weinig meeneem. Ik krijg ook nog twee zakjes nootjes mee. Wat een luxe zeg. Tsja, ik ben al onder de indruk van al deze overdaad. Gisteren had hij Austri en Alban ook al ontmoet. Ja, die ken ik inderdaad ook.
Carlo loopt met de fiets aan de hand nog een stukje mee. Het gaat toch eigenlijk al wel beter met het Italiaans. Ik begrijp heel redelijk wat Carlo bedoelt. En in kromme zinnen kan ik ook nog wat terug zeggen. Ik weet inmiddels dat die rijstplantjes nog even moeten groeien. Ze zijn nu zo’n 20 cm en ze moeten 1,5 meter worden. In de top zitten dan de rijstkorrels, net als bij graan. In september wordt er geoogst. En zo heb ik antwoord op al mijn rijstvragen. Best een beetje trots krijg ik weer hoop dat ik na een paar weken toch nog een Italiaanse boom op zal kunnen zetten over het een of ander. Carlo legt uit waar Albergo Tre Pini in Garlasco, wijst hoe ik verder moet lopen en gaat zelf op de fiets weer terug. Het is 12 uur geweest en dus nog warmer; bijna 35 graden. Ik leg het een beetje af. Morgen nog maar wat vroeger op pad, als dat mogelijk is.
Dacht ik zijn routebeschrijving naar Tre Pini begrepen te hebben, kan ik het toch niet vinden. Ik zie wel Il Pino, maar dat is heel wat anders. Dan maar even vragen. En ineens dringt het tot me door dat Tre Pini, 3 Pino’s zijn. Het meervoud van Pino is Pini. Ik had Tre Pini niet als twee woorden bedacht en bij Il Pino dacht ik echt aan een grote blauwe vogel. Wat ben ik soms toch onnozel. Het wordt nooit wat met dat Italiaans.
En dan nog even dit.
- Anna: 1 jaar en 5 maanden al.
- Claudia: ha, ha, leuk voor iedereen die niet van voetbal houdt.
- Gerda: hoezo niets veranderd???
- Heleen: nog even volhouden hè.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten