maandag 26 juli 2010

Dag 72: Montale - Fiorenzuola d’Arda (28 km)

Woensdag 14 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1429 km
Tot Rome: 654 km

De route vandaag is moeilijk. Ik heb de keuze uit lopen langs de grote weg met veel vrachtverkeer, of over binnenwegen, maar slecht aangegeven (met als gevolg verdwalen) bij een toch al lange tocht. Bovendien moet je nogal wat kleine riviertjes oversteken en dat kan niet zo maar overal. De kans dat je dus vastloopt als je verkeerd gaat, is groot. De gids geeft zelf aan dat dit het minst aantrekkelijke stuk in Italië is en dat je moet overwegen wellicht met de bus/trein te gaan. Maar ja, dat is niet volgens mijn regel. Ik bekijk de kaart dus nog eens en besluit uiteindelijk langs de grote weg te lopen. Daar waar het mogelijk is, sla ik af en neem een zijweg. Het valt me uiteindelijk alleszins mee. Als je bij grote vrachtwagens maar even stil blijft staan en zo veel mogelijk in de berm wacht, gaat het redelijk. Echt fijn is het natuurlijk niet. Je ziet trouwens wel goed wat vrachtwagenchauffeurs allemaal aan het doen zijn tijdens het rijden. Telefoneren is sowieso heel gewoon, maar staan en boven je in een kastje graaien kan ook. En je stuur met twee handen op ‘tien voor twee’ vasthouden, zoals ik dat geleerd heb, is niet gewoon: met één hand, met twee ellebogen, op ‘half zes‘, om ‘12 uur‘. Dat dat goed gaat.
Ik zie voor het eerst sinds lange tijd weer bergen. Dat betekent dat ik eindelijk de vlakte bijna voorbij ben. In Pontenure houd ik even pauze. En ik zit zo lekker in de schaduw en de wind op een terrasje, dat ik daar lang blijf hangen. Maar ik moet weer verder, voordat het te warm wordt.
In Fiorenzuola is alles dicht, geen plattegrond te vinden en ik loop dus weer wat doelloos rond om te zien of ik de straat van de parochie dan wel van het hotel zie. Die van de kerk zie ik het eerst. Dan daar maar naartoe. Ik lijk in een soort blijf-van-mijn-lijf huis te zitten en de uitdeelpost voor de voedselbank. De vierpersoonskamer heb ik weer voor mezelf, maar ook hier is het smoorheet. Maar in hetzelfde gebouw woont ook een mevrouw met haar kind. Ik kan nergens iets vinden om te gaan eten en dus loop ik naar de supermarkt voor brood en beleg. In de kamer beneden (waar ook de was van de mevrouw met het kind hangt) eet ik het op, omdat het daar koeler lijkt. Daar is het echter 30 graden; kun je nagaan hoe warm het is op mijn slaapkamer. Douchen heeft in dit weer ook geen enkele zin. Nou ja, voor de vorm dan maar. Ik vind het een plaats van niks. Die rustdag ook maar niet hier houden.

En dan nog even dit.
- Ruud: veel rust en bezinning. Misschien iets meer bezinning dan rust overigens. Hmm, ligt eraan hoe je rust omschrijft. Je ziet het: veel bezinning.
- Jasper: gefeliciteerd man.
- Collega’s: bijscholing is ten einde. Nu vakantie?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten