maandag 26 juli 2010

Dag 82: Marina di Pietrasanta - Monsagrati (23 km)

Zaterdag 24 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1649 km
Tot Rome: 434 km

Wat was het vandaag een rare dag; een dag vol met tegenstellingen: hoge bergen en diepe dalen. Vanmorgen in het hotel ontbeten met twee brioches. Het ontbijtbuffet mis ik, want dat gaat pas om 8.00 uur open; een beetje laat als je al om 7.00 uur wil vertrekken. Eerst naar Pietrasanta lopen en dan de heuvels in. En al gauw heb ik weer door dat ik gigantisch fout loop. Diep dal. Mijn weg stijgt en stijgt, en de routebeschrijving zegt dat ik inmiddels al lang weer moet dalen. Ik hijg weer als een werkpaard en zweet weer als een otter. Alleen al vanwege de moeite die het gekost heeft om boven te komen, wil ik niet meer naar beneden. Maar ja, op dit tijdstip op zaterdagochtend zijn hier nog niet veel mensen wakker. En dan komt er een mountainbiker aan. Die heeft ook heel veel moeite om boven te komen, maar moet vooral niet gaan stilstaan, want dan kukelt hij volgens mij zo achterover. Toch vraag ik hem de weg. En al fietsend en hijgend, en ik er achteraan lopend, zegt hij dat ik weer naar beneden moet, naar rechts. Op de splitsing doe ik dat dan ook maar. Maar ook aan die weg, lijkt geen eind te komen. Die slingert naar beneden, van links naar rechts. Ik kijk eens bij een bushalte waar de bus naar toe gaat. Nou, die gaat helemaal de verkeerde kant op. Eindelijk zie ik iemand bij een tuin. Camaiore? Dat is die kant op. En hij wijst naar de weg waar ik net vandaan kom. Nee hè, ik moet dat takke eind toch niet weer helemaal terug? Ik raak er helemaal gefrustreerd van. Alle andere plaatsen die ik opnoem, zeggen hem niets. Een dieper dal. Je kunt me nog meer vertellen. Ik ga verder naar beneden. Desnoods loop ik langs de kust of via de grote weg, maar ik ga niet weer terug. En na een tijdje zie ik ineens de straatnaam die ook in mijn beschrijving staat. Toch nog even bij een huis navragen. En dat is maar goed ook, want ik ging bijna net zo hard weer terug naar Pietrasanta. Ze legt uit hoe ik moet, loopt nog een stukje mee, en even later zit ik weer op de route. Dat was de eerste hoge berg. Je moet hier ook niet knipperen met je ogen, want dan heb je het VF-teken al gemist. Het zijn hele kleine stickertjes. En die plak je het liefst of heel hoog, of aan de andere kant van de weg, maar in ieder geval zo, dat je ze zo slecht mogelijk kunt zien.
In Camaiore de bekende cola, en perziken en tomaten gehaald voor de nodige vitaminen. En een nieuwe zonnehoed. Ik had er een van Karin gekregen, maar die zit inmiddels onder de pruimen, die ik ook had gekregen. En hij is wel erg dik en warm. Camaiore is wel een aardig plaatsje, zo op de zaterdagochtend als iedereen boodschappen doet. Hoge berg. Ik loop verder naar Montemagno. In de beschrijving staat al dat het pad de komende 400 meter wel eens overgroeid zou kunnen zijn. Dan kun je beter de weg blijven volgen. Als ik echter op het kaartje kijk, is dat nogal een omweg. Ach, die 400 meter moet toch lukken, denk ik nog. En de eerste 300 meter gaan ook prima. Maar dan komt het. Een beetje overgroeid? Ik moet me een weg banen tussen doornstruiken. Het pad zie je nauwelijks en dat die ineens naar beneden gaat dus ook niet. En voordat ik het in de gaten heb, lig ik al op de grond, tussen de struiken. Nou, dit gaat lekker. De struiken worden alleen nog maar dichter. En al foeterend wat voor belachelijk pad dit is, kom ik boven. Mijn armen en benen prikken; overal doet het zeer van de schrammen en het prikkende zweet. Er loopt een straaltje bloed langs mijn been. Eerst op zoek naar een fontein om alles af te spoelen. Het is me duidelijk: dit nooit meer, dan maar een omweg. Diepste dal.
Tot deze dramatische laatste meters ging het eigenlijk best lekker. Ik had al bedacht dat, als het een beetje zou gaan, ik naar Lucca zou lopen. Al zou ik er half dood aankomen, dan was de bedoeling er morgen een rustdag te houden. Maar gezien de ervaringen van gisteren van de volle hotels, besluit ik eerst maar te bellen. De drie suggesties die ik zelf heb en de ene die ik nog extra krijg zijn allemaal vol. Nou, dat gaat goed. Diep dal. Ik wil wel zeker weten dat ik kan slapen. Ik ga niet bijna dood aankomen om dan te horen: in deze herberg is geen plaats voor jou. Door het ‘omweggetje’ van vanmorgen kom ik waarschijnlijk toch al pas na vijven aan. Dan maar de VVV bellen. Shit, het is 12.00 uur geweest, en dan is die natuurlijk dicht. En ja hoor, geen gehoor. En weer een dal. Maar ik heb nog een nummer van een soort VVV. En die nemen wel op. Hé, een berg. Nee, er is eigenlijk niets meer in de stad. Het enige dat nog vrij is kost 80 euro. Ja, toedeledoki. Dat vind ik een beetje te duur. Je kunt ook door naar Altopascio lopen. Enneh, hoe ver is dat van Lucca af? Nog een km of 18. Ha, ha, grapjas. Ik moet nog 18 km naar Lucca en dan nog 18 km naar Altopascio. Ik dacht het even niet. En mog een diep dal. Er is ook nog een hotel in Montegrazi, of zo iets. Ik vraag nog een keer naar de naam van de plaats, en ze herhaalt het wel drie keer, maar ik kan het niet goed verstaan. Ik kan het op de kaart niet vinden. Dus als er een wielrenner langs komt en ik vraag waar Montegrazi ligt, begrijpt hij er helemaal niets van. Oh, hotel Gina. Je bedoelt Montegrazi. En weer versta ik het niet goed. Wat is dat toch voor rare plaatsnaam. Het blijkt buiten mijn kaart, en dus ook buiten de route te liggen. Dat is een prima hotel: niet duur en je kunt er lekker eten. En dat is natuurlijk voor een Italiaan erg belangrijk. Ik twijfel of ik dat moet doen. Aan de andere kant: Lucca heeft ook geen zin, en wat heb ik voor alternatieven? Ik ga er echter niet op de bonnefooi naar toe. Dus naar de bar en vragen of ze een telefoonboek hebben. De man zoekt het nummer op, belt voor me en ik reserveer een kamer. Ik ben weer helemaal blij. Hoge berg. Dan hier ook maar even een cola; als dank voor zoveel hulp. En na nog een km of 6 kom ik in Montegrazi, oftewel Monsagrati, zoals het echt heet. Toch niet heel moeilijk, maar om een of andere reden kreeg ik geen goed woordbeeld bij het uitspreken van de naam. En ik heb een warme, maar verder prima kamer. Weer een berg. Heb door het ommetje toch nog 29 km gelopen; dat is 6 km meer dan de bedoeling. Nu eerst liggen. Oh ja, het is zaterdag. Ik moet boodschappen doen. Morgen zijn de winkels dicht en ik heb helemaal niets meer; de mueslirepen zijn al een hele tijd op, het beleg is op, ik heb zin in yoghurt en ik heb water nodig, en dan ook maar alvast fruit. Ja hoor, er is wel een supermarkt, maar die is 1,5 km verderop. Nee, hè. Daar heb ik natuurlijk helemaal geen trek in, maar ja, ik heb niets meer. En dus sleep ik me ernaartoe. En anderhalf uur later ben ik weer terug. Die 1,5 km lijken me iets te optimistisch. Zeg maar gerust 2. Zo heb ik toch weer 4 km extra gelopen. Heel fijn. Weer een dal.
De hotelmevrouw is erg aardig. Je houdt van wandelen? Naar Rome? Dat kan toch niet. Ach joh, ik ben er al bijna. Ik kom uit Canterbury, en ben nu 2,5 maand onderweg. Mama mia!
Je spreekt trouwens goed Italiaans. En dat was de hoogste berg van vandaag.
Het hotel heeft ook een restaurant en daar eet ik heerlijke forel. Bij terugkomst is de nachtwaker er al. Kom je uit Nederland? Dat is goed. En in gebroken Nederlands vertelt hij dat hij 28 jaar geleden in Zwolle heeft gewoond. Daar was hij vier jaar lang pizzabakker. Hij heeft er duidelijk goede herinneringen aan. Ik kan niet meer stuk bij hem.

En dan nog even dit.
- Tilly: de hele reis heb ik hem al om mijn nek hangen. Wie weet hoeveel bescherming hij mij al gegeven heeft. Hij is me (nog extra na jouw verhaal) dierbaar.
- Christian: en nu echt gefeliciteerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten