Vrijdag 16 juli 2010
Absoluut beter geslapen dan voorgaande nachten, maar echt koel is het niet. Ik blijf wat langer liggen. Normaal gesproken sta ik om 6 uur op, maar dat hoeft nu dus niet. Beneden kan ik uit een automaat iets te drinken halen en er ligt een verpakte brioche. Dan maar eens mijn vieze kleren bij elkaar zoeken en naar de wasserij.
Dat is mooi. Je kunt hier uit een automaat potjes wasmiddel krijgen: voor de witte, de gekleurde, de fijne was, wasverzachter, stijfsel, en nog wat dingen die ik niet begrijp. De gebruiksaanwijzing is in het Italiaans, Frans, Duits en Engels. Goh, wat internationaal. En je kunt ook nog met papier geld betalen, en je krijgt wisselgeld terug. Ik hoef dus niet, net als de vorige keer, te leuren met mijn geld om te wisselen. Ik stop er 10 euro in, druk op nummer 2, oh nee, nummer 1, en de wasmachine begint te draaien. Top. Boek erbij en wachten maar. En een dik half uur later komt mijn schone was eruit. De meeste vlekken lijken weg te zijn, het ruikt weer enigszins fris, en het voelt weer zacht aan. Zowel mijn broek als mijn sokken waren karton. De rest van mijn geld terugvragen en terug naar het hotel. Eh, dat is toch dit knopje. Ik druk uiteindelijk op alle knopjes, maar ik krijg geen geld. Shit met peren. Ik ben wel blij met mijn schone was, maar een tientje vind ik toch wat erg veel. Maar er komt echt niets meer uit. Dat is balen. Nou ja, het zij zo. Hang op mijn kamer al mijn kleren op hangertjes en ga dan richting de Dom. Voordat je het weet, is die weer dicht. Nog even bij de VVV langs om te vragen of zij bepaalde accommodatie de komende dagen aan kan raden. Maar ze lijkt de vraag niet te begrijpen. Hier bevindt zich overigens ook de Via Francigena Vereniging. En dat kun je meteen merken: veel folders, boeken en het VF tijdschrift. Vrijwel alles in het Italiaans echter.
Weer terug in het hotel dut ik wat op bed en werk mijn weblog bij.
Morgen zie ik vrienden Karin, Peter en de kinderen. Ze zijn op vakantie in ItaliĆ« en maken een tussenstop bij mij in de buurt. Ik eet weer in het hotel. En als ik net aan mijn salade zit, belt collega Marianne. Die stem herken je uit duizenden. Dus bij ‘Come stai?‘ weet ik al dat zij het is. Lief dat ze belt; even fijn bijgepraat. Na de salade nog lekkere patat. Ik ben echter niet de enige die aan het eten is; ook de muggen doen dat. En als ik weer dansend rond de tafel met af en toe een frietje in mijn mond sta, wordt het tijd om naar binnen te gaan. Bah, wat kunnen die beesten een hoop lol verpesten zeg.
En dan nog even dit.
- Herman: tsja, wat moet ik hier nog aan toevoegen? Ook vroeger zei men al wijze (misschien nog wel wijzere) dingen.
- Marianne; grazie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten