Zaterdag 17 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1486 km
Tot Rome: 598 km
Vandaag drie kwart van mijn geplande wandeltijd erop zitten. Het voelt alsof ik gisteren pas vertrokken ben, en alsof ik morgen al weer thuis ben. Nog 25 dagen te gaan, is best lang, maar het lijkt bijna afgelopen te zijn. Jammer. En zoals iedere pelgrim bedenkt waar de volgende tocht naar toe zal gaan, kan ik me voorstellen dat ik dit nog een keer ga doen. Wanneer en waar naartoe geen idee, maar ooit loop ik vast nog een keer een eind.
Vandaag een lange dag en daarom nog iets eerder weg. Om 6.30 uur loop ik het hotel uit. En dan moet je niet denken dat je de enige op straat bent. De verpakte brioche was weer net genoeg voor mijn holle kies en ik loop dus de eerste de beste bar binnen voor een kopje thee en een verse brioche. Hè, da’s jammer. Voor die brioche ben ik nog te vroeg; die heeft ze nog niet. Dan alleen maar een kopje thee. Er zitten al meer mensen op het terras. Daarna nog even langs de bakker voor mijn lunch; en ook die verse brioche dan. En dan eindelijk echt weg. Plotseling ontdek ik dat ik mijn zonnehoed kwijt ben. Shit! Die kan ik eigenlijk niet missen. Ik loop nog een stuk terug, maar zie hem niet. Wellicht dat ik hem bij de bakker heb laten vallen, of nog eerder, bij de bar. Ik sta even in dubio of ik nog verder terug zal lopen. Maar ja, dat is 2 km terug en die 2 km weer heen. Dan zit ik weer aan de 40 km. Lijkt me geen goed idee. Bovendien wordt het dan vanmiddag (of misschien zelfs vanavond) wel heel erg laat. En toch wel een beetje teleurgesteld loop ik verder. Niet, dat het nou een zeer flatteus hoedje was, maar ik was er inmiddels toch wel aan gehecht. Ik kon er ook zo makkelijk mijn zonnebril even mee poetsen, en mijn gezicht drogen. Nou ja, dan maar op zoek naar een nieuwe.
Samen met een boel lopende (en dus niet rennende) joggers loop ik Fidenza uit. Of het te heet is om te rennen of dat dat een andere reden heeft, geen idee, maar opvallend is het wel. Vrij snel loop ik de heuvels in. Het landschap verandert duidelijk weer. Het begint mee op Toscane te lijken. De hooirollen op de heuvels geven een mooi gezicht. Een Nederlandse hooibaal heeft ook zeker wat (al zie je die steeds minder), maar naar zo’n rol kijk ik ook graag. Zeker als oude boertjes met hun tractor rol voor rol op komen halen en verschillende malen langs rijden.
Tot slot de 700 meter lange brug over de Taro lopen en dan ben ik in Fornovo. Waarom die brug zo lang is, is me niet helemaal duidelijk. Er staat vrijwel geen water in de rivier. Ik kan me niet voorstellen dat dat in de winter en het vroeg voorjaar een woest kolkend geheel is. De struiken en bomen groeien in het midden van de rivier. Dat zie je overigens vaak in Italië. In de Rijn heb ik dat nog nooit gezien. Het blijft een vreemde gewaarwording. In Fornovo loop ik eerst naar de kerk, maar dat wordt niets, want ik kan de parochie niet vinden (ik heb alleen de straatnaam en niet het nummer). Vraag of er een hotel is, maar die is 3 km verderop. Dat wordt ook niks. Terug naar de kerk en het telefoonnummer bellen dat ik van de parochie heb. Wordt niet opgenomen. In de kerk hangt nog een ander nummer voor pelgrims. Bel dat. Wordt ook niet opgenomen. Vraag waar de B&B is. Blijkt aan de andere kant van Fornovo te zijn, dus ook ver weg. Is toch nog een ander hotel,. Loop daar naar toe. Is dicht vanwege de vakantie. En dan ben ik een beetje uitgekakt. Ik heb het heet, ik ben moe, en ik ben het zat. Ik sms gefrustreerd en een beetje wanhopig met Karin en Peter, want die zijn op weg naar mij toe. Het hotel in Sant Andrea di Bagni, waar zij zitten blijkt nog ruimte te hebben. En ook al is het tegen mijn regel om met de auto te rijden. Soms moet het. Ik ben even geleden langs Sant Andrea gelopen; het ligt dus wel op mijn route. Dus als Karin, Peter en de kinderen aan komen rijden, ben ik als een kind zo blij dat ik in kan stappen en we naar het hotel rijden. Het is inmiddels 18.30 uur. En na een lekkere douche, mijn nieuwe rode uitslag bekeken hebbend, en voor de verandering weer eens cola gedronken te hebben, gaan we bij de pizzeria heerlijk eten. Wat een vrolijkheid brengen de kinderen mee. Het is een feestje om ze te zien. En veel te laat ga ik, ditmaal wel in een airco gekoelde hotelkamer, slapen.
En dan nog even dit.
- Tsjitske: er zitten leuke uitspraken tussen die ik niet kende. Heb af en toe een blaar, maar verder valt het erg mee.
- De hele familie V.-van W.: dank jullie wel voor de gezelligheid en de goede zorgen voor een eenvoudige pelgrim. Ik heb ervan genoten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten