maandag 26 juli 2010

Dag 70: Santa Cristina - Calendasco (26 km)

Maandag 12 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1384 km
Tot Rome: 699 km

Gisteravond dus bij de pizzeria gegeten met Titiana, Edzio en Andrea. Titiana spreekt Engels. Ze heeft als au pair in Engeland gewoond. Ze werkt op een crèche. Edzio spreekt alleen Italiaans en is katholiek verzekeringsbeambte (geen idee wat het verschil is met een niet-katholieke verzekering), en Andrea spreekt Frans en is boekhouder.
Heb ik bij de nonnen pasta gegeten. Eet ik dat vandaag weer, maar dan wel even anders. Tjongejonge. Ik had iets met vis besteld, omdat me dat was aangeraden, maar ik had geen idee wat. Ik kreeg een bord vol met pasta met mosselen nog in de schelp, een kreeft, een gamba, en andere vis. Het was meer dan genoeg en erg lekker. En ik mocht niet afrekenen. Dat hoorde bij de gastvrijheid. Op de terugweg nog even langs het huis van Santa Cristina. Dat begreep ik niet helemaal. Maar er waren nog delen van fresco’s te zien. En Edzio was er geboren. Drie ramen verderop woonde hij nu. Hij hield er kantoor en het was zijn huis. Ik moest even mee naar binnen. Ik kreeg een hangertje met de afbeelding van de lijkwade van Christus. Dat is in Turijn te zien. En een brochure met de uitleg. Die was dan wel in het Italiaans, maar verontschuldigend gaf hij aan dat hij niet anders had. We communiceren niet heel gemakkelijk, omdat Edzio alleen Italiaans spreekt en dat van mij abominabel is, maar we begrijpen elkaar wel. Het is een bijzonder moment. De lijkwade van Christus betekent heel veel voor hem. En ik laat hem mijn hanger met Sint Christofoor, de beschermheilige van de pelgrims, zien. Hij heeft een Tau van Padre Pio om zijn nek. Die had ik al gezien, waardoor ik dacht dat hij de priester was. Maar dat is dus helemaal niet zo. Die ligt namelijk in het ziekenhuis. Ik vind Edzio er echter geknipt voor. Volgens mij moet hij een carrièreswitch maken.
We lopen snel terug, omdat de voetbalwedstrijd begint; het is al bijna 20.30 uur. Maar eerst nog even de kerk bekijken. Die wordt momenteel gerestaureerd, en het verschil tussen ‘schoon’ en ‘niet schoon’ is heel goed te zien. Wat zijn ze trots op hun kerk. Edzio laat me alle details zien: de engelen, het beeld van Maria en het schilderij van de heilige Cristina. De kerk gaat weer op slot. Ben je katholiek? Wat is het verschil met protestant? Jullie hebben geen paus? Wie is er dan de baas? Wat een vragen. Leg dat allemaal maar eens uit. Nog even aan mijn sokken gevoeld, die buiten aan de waslijn hangen. Die zijn bijna droog. Dat is mooi.
Vijf jongens zitten op een rij voor het scherm voetbal te kijken en wij nemen nog een cafè (mijn eerste pas), een Limoncello (ook mijn eerste hoor) toe en chocolade ijs, waarbij ik met een schuin oog kijk. Er heeft zich nog een man toegevoegd aan ons selecte gezelschap, die meegeniet van de limoncello en de voetbalwedstrijd. Ach ja, en dat weet je weer dat je in Italië bent. Er ontstaat een onderonsje tussen de man en Andrea. En al weer valt het woord Bella. En mijn Italiaans is net goed genoeg om te begrijpen dat het over mij gaat. Is goed hoor. Ik zie er inmiddels iets appetijtelijker uit dan vanmiddag.
En na 90 minuten is het nog steeds 0-0, en omdat de airco aanstaat is het er lekker koel en voel ik dat ik enorme slaap heb. Ik ga de verlenging niet meer kijken. Ik kan mijn ogen niet meer open houden. Ik zeg iedereen gedag. Ik blijf het herhalen: wat een bijzondere mensen zijn dit. En blijkbaar hebben ze mij ook gewaardeerd. Ik krijg van een ieder twee zoenen; het was bijzonder je te leren kennen.
Boven echter is het wel warm en ik lig nog een hele tijd wakker, te zweten in mijn bed. Hans-Jürgen stuurt een sms dat NL helaas verloren heeft. Ook ‘s nachts word ik meer keren wakker vanwege de warmte. Ik heb inmiddels een groot slaaptekort opgedaan. Dat merk ik pas als het koeler wordt, maar het kost me nu al energie. ‘s Nachts regent het. Het zorgt echter voor geen ene meter voor enige koelte.
‘s Morgens staat er een soort van ontbijt klaar: twee verpakte brioches en sap. Mijn sokken van buiten pakken. Hé, ze zijn nat. Oh, ja, het heeft geregend vannacht. Nou ja, dat beetje vocht maakt ook niet uit. Of het nou van het zweet is of van het regenwater.
Ik kom Titiana weer tegen die de kerk heeft open gedaan. Omdat de priester in het ziekenhuis ligt, doet zij die iedere ochtend om 7 uur open. Ze kust me weer gedag; ze is blij dat ze me heeft leren kennen. Tijdens mijn reis blijft een aantal mensen in mijn herinnering, omdat ze om een of andere reden bijzonder waren. Titiana, Edzio en Andrea horen daar ook bij.
Gisteren heb ik Danilo, de veerman gereserveerd. Via zijn zus overigens die ik aan de telefoon kreeg. Je moet met een boot de Po over. Of je moet tientallen km omlopen. Dit vervoersmiddel sta ik mezelf wel toe; het is onderdeel van de pelgrimsreis. Ook Sigeric is met de boot overgegaan. Ik heb afgesproken dat ik om 12.00 uur bij de kade ben. Maar ik loop fout, en verlies nogal wat tijd. Ik snijd daarom een ander stuk wat af, anders haal ik het niet. En ik loop in een lekker tempo door. Zo kom ik 11.55 uur hijgend, moe en bezweet, maar wel op tijd aan. Daar zitten al een Zwitsers echtpaar, een Italiaanse jongen te voet en een Italiaanse jongen op de fiets te wachten. De fietser verdwijnt na een tijdje echter weer. Volgens mij kun je ook helemaal niet met de fiets mee. Ik heb geen idee wat voor boot het is, maar dat staat in mijn boekje. De Zwitserse man is erg spraakzaam en wil alles van me weten; zijn vrouw zegt niets. En de Italiaanse jongen knoopt een gesprek aan met de fietser. Van een afstand lijkt hij op Tom Cruise. Hij blijkt goed Frans te spreken.
Bijna drie kwartier later dan gepland, komt Danilo er met zijn speedboot aan. Een beetje knorrig moeten we opschieten met instappen. Ja hallo, wie is er hier te laat? En als ik samen met de Italiaanse jongen naar de boot loop, zegt hij vriendelijk buon giorno en blijkt hij helemaal niet op Tom Cruise te lijken. Zijn ogen zijn iets te doordringend. Ach ja.
Met een noodgang zoeven we over het water. Ik vind het wel gaaf. Volgens mij duurt het nog geen kwartier; het had van mij nog wel langer mogen duren. Heerlijk met een koele wind. Aan de overkant brengt hij ons naar zijn huis en gaat dan eerst terug zijn hond ophalen, want die heeft hij daar per ongeluk achtergelaten. Maar als hij terugkomt, wil hij wel pasta maken. Ik heb al bedacht dat ik Piacenza niet meer ga halen. Dat was al een eind, en met deze vertraging zie ik dat helemaal niet meer zitten. Ik loop wel tot Calendasco. Dat scheelt dan toch zo’n 12 km. En dus wil ik wel wachten op zijn pasta. Ik heb honger. Het Zwitserse echtpaar besluit toch verder te lopen en dus wachten Umberto en ik op de terugkomst van Danilo. Die prikkende ogen blijken gelukkig wel mee te vallen. En zijn Frans is echt heel goed; stukken beter dan dat van mij. Ik ben helemaal onder de indruk van een Italiaan die ook nog een andere taal spreekt dan alleen Italiaans. Als Danilo terugkomt, wordt ook hij aardiger en hij kookt heerlijke pasta voor ons. Een deel van het gesprek tussen hem en Umberto kan ik wel volgen, maar ze praten wel erg snel. Umberto vraagt echter steeds of ik het begrijp. Danilo boeit het niet zo. Je bent in Italië; dan moet je ook Italiaans spreken. Ja, eh, ik doe mijn best hoor,
Om een uur of drie vertrekken we dan toch maar eens. Umberto moet namelijk nog wel naar Piacenza. Die heeft vandaag nog maar een half uurtje gelopen. Ik heb er al vijf uur op zitten.
Hij komt uit Milaan en loopt via Rome door naar Napels. Ook leuk. Het blijkt een hele aardige jongen te zijn. En dan komt natuurlijk mijn vraag: hoe kan het dat jij zo goed Frans spreekt? Je kunt blijkbaar op school kiezen uit Engels en Frans. Engels was de taal van de economie en Frans de taal van de cultuur. Daarom heeft hij voor Frans gekozen. Ja, ja. En doe je dan ook nog wat met die cultuur? Inderdaad, hij is toneelacteur. Zijn doordringende prikkende ogen zijn waarschijnlijk meer observerend. En verder heeft hij Franse vrienden en heeft hij veel door Frankrijk gereisd, waardoor zijn Frans nog stukken verbeterd is. Maar hij spreekt geen woord Engels. Toch vreemd. In dit geval maakt het niet: we kunnen communiceren. En zo lopen we samen naar Calendasco. Althans, dat denken we. Maar als we in een plaats aankomen, waarvan we denken dat dat Calendasco is, blijkt dat helemaal niet zo te zijn. Nou ja zeg, dat is dom. Hoe is dat mogelijk? Mijn routebeschrijving en kaart en zijn GPS hebben we een beetje verkeerd afgelezen. En dus lopen we nog 3 km verder; nu wel naar Calendasco. En mocht je denken dat het iets minder warm is ‘s middags? Het is 38 graden. Na 17.00 uur lijkt het pas iets koeler te worden. Umberto loopt nog even mee naar de jeugdherberg, regelt een slaapplaats voor me en we nemen weer afscheid. Raar hoor. Heb je net iemand leren kennen, is het wel gezellig samen lopen en gaat ieder weer zijns weegs. Nou ja, je weet het niet. Wie weet komen we elkaar nog tegen.
Ik heb een vier persoonskamer voor mijn eentje. Ik kan pas om 20.00 uur eten, maar er wordt weer een heerlijke pasta voor me gekookt. Oh, en hier zijn wel weer muggen. Als ik in de spiegel kijk, zit mijn hele rug onder. Het is net alsof ik de mazelen heb.

En dan nog even dit.
- Lucie: ha, ha, jouw vakantie klinkt iets relaxter dan de mijne in bepaalde opzichten. Geniet ervan.
- ‘Ze’ hebben verloren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten