maandag 26 juli 2010

Dag 80: Aulla - Sarzana (16 km)

Donderdag 22 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1594 km
Tot Rome: 489 km

Gisteravond met Kees-Willem uit eten geweest. Het duurde even voordat we het bewuste restaurant gevonden hadden, maar dan heb je ook wat. We waren de eersten, en we hebben erg lekker gegeten. En het wordt dan toch weer later dan de bedoeling, maar het was een leuke avond.
Vandaag heb ik weer de keuze uit de wandelroute, omhoog en omlaag, van 16 km of de fietsroute, iets minder omhoog en omlaag, van 24 km. Een lastige keuze, maar ik kies uiteindelijk voor de fietsroute. En vandaag bereik ik de 500 km grens. Dat wil zeggen dat ik nog minder dan 500 km hoef te lopen.
Het eerste stuk stijgt lekker. Ik kom in Bibola aan, een dorpje dat op een heuvel ligt. Ligt er overigens erg leuk. Maar als ik daar voorbij loop, raak ik de weg kwijt, en ik besluit terug te lopen en vanaf hier toch maar de wandelroute te nemen. Die is beter aangegeven. En boer op een tractor spreekt me nog aan en legt in het Duits uit hoe ik moet lopen. Er zijn net twee Italianen langs gekomen. Dat moeten de twee van gister zijn. En als ik in Vecchietto aankom, blijken zij het inderdaad te zijn. En zo loop ik de rest van de tocht samen met Matteo en Glenda, twee net afgestudeerde sociaal geografen. Ik kijk verder niet meer in mijn beschrijving en we volgen de bordjes. Dan komen we ineens in Santo Stefano di Magra uit. Daar zou ik langs komen als ik de fietsroute deed, maar niet als ik de wandelroute zou doen. Begrijp het niet helemaal, maar het is een alleraardigst dorp bovenop een berg. We hebben er prachtig uitzicht op. De weg stijgt en daalt overigens iets minder dramatisch dan ik had gedacht, maar eenvoudig is hij niet. Er zijn veel bramenstruiken en ik zit onder de schrammen. De route is mooi. Eerst door bos en naaldbomen, en als we Santo Stefano uit gaan, wordt de vegetatie compleet anders en verandert in Mediterraans dat veel droger is.
Sarzana blijkt een grote stad te zijn. Ik had er nog nooit van gehoord en kan de naam ook steeds niet onthouden, maar de kern is oud en doet al weer zuidelijker aan dan de plaatsen hiervoor. We lopen naar de Convento en ditmaal slaap ik op een matras op de grond. Vooralsnog in mijn eentje (Matteo en Glenda slapen in de andere kamer), maar er kan zo maar iemand bij komen. Ach ja, het kost maar 5 euro. Ik denk echter dat ik morgen weer toe ben aan een hotel.
Gisteren realiseerde ik het me al, en ik heb vandaag dat gevoel nog meer. Het is mooi geweest. Ik wil wel weer naar huis. Uiteraard loop ik door naar Rome, maar ik begin mijn thuis te missen. En dat gevoel heb ik nog niet eerder gehad. Met telefoon, sms en Skype kom je een heel eind, maar ik heb al twee weken geen internet en kan dus ook niet Skypen. In dit geval is telefoon met beeld wel zo fijn. Thuis denk ik daar om allerlei redenen overigens heel anders over. Dat gevoel wordt natuurlijk ook veroorzaakt doordat ik moe ben. Ik lig nog steeds grote delen van de nacht wakker, en ik heb niet zoveel energie meer. Een leuk klimmetje kost me heel veel kracht, en ik begin te struikelen, zak door mijn hoeven, en glijd uit. Ik kan onverwachte bewegingen niet meer opvangen. En de zolen van mijn schoenen beginnen te slijten; het profiel is hier en daar een beetje verdwenen. Morgen loop ik dan ook lekker langs de kust richting Pietrasanta, in plaats van door de heuvels.

En dan nog even dit.
- Arry: er is inderdaad veel poeha geschreven, maar hier hoef je iets meer aan toe te voegen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten