maandag 26 juli 2010

Dag 78: Berceto - Pontremoli (34 km)

Dinsdag 20 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1545 km
Tot Rome: 538 km

Gisteravond met een Italiaanse pelgrim gegeten. We zijn de enige twee gasten. Hij is net begonnen en denkt tot San Gimignano te komen. Dit is zijn vakantie. Je komt ze steeds meer tegen. Halfechte pelgrims: ze lopen slechts een klein deel van de VF. Toch weer prettig dat hij Engels spreekt, want een gesprek in het Italiaans lukt me nog niet echt. Dat gaat natuurlijk ook nooit lukken als ik steeds de mogelijkheid heb om Engels dan wel Frans te spreken. Nou ja, het zij zo.
Vanmorgen is hij al om 6.00 uur vertrokken. Zonder ontbijt, als een echte Italiaan. Ik ontbijt wel en vertrek om 7.00 uur. Hij doet vast de ingewikkelde route; ik doe de makkelijke. Ik heb namelijk de keuze uit flinke klim-, daal- en klauterpartijen, of gewoon over de weg en alleen maar dalend. Dat is de oorspronkelijke VF route. En alleen dat al vind ik een hele goede reden om de eenvoudige en iets kortere route te nemen. Die andere is vast mooier enzo, maar ik heb er de energie niet meer voor. Vannacht weer niet echt top geslapen. Nu niet omdat het te warm was, maar omdat ik het koud kreeg. Kan me niet heugen wanneer ik het voor het laatst koud heb gehad overigens. Vanmorgen als ik wegga, is het dan ook maar 18 graden. Wat een heerlijke temperatuur zeg. En het is lekker rustig. Om een of andere reden loop ik graag midden op de weg; dat gaat overigens vanzelf. En ook al loop ik op de autoweg, dat kan nu dus.
Ik loop eerst nog verder naar boven naar Passo della Cisa. Dat ligt op 1031 meter. Ik ben zo vroeg dat alles nog dicht is, maar het lijkt een toeristisch uitstapje. En daarna begint de afdaling. Er komen af en toe een wielrenners langs; zij zwetend de weg omhoog, ik relax de weg naar beneden, en we groeten elkaar weer vrolijk. Ook altijd leuk als een wielrenner nauwelijks meer vooruit komt, totdat hij mij ziet. Dan gaat ie effe een tandje harder. Totdat hij mij voorbij is, dan zakt hij weer helemaal in elkaar. Dat doen overigens niet de ‘echte’ wielrenners, maar de mannen van in de 50 die ook zo nodig gezond moeten doen. Hoezo midlife crisis.
In Gravagna Montale houd ik even pauze. De alimentari loop ik voorbij. Niet omdat ik het niks vind, maar omdat ik hem niet zie. Dat is altijd heel bijzonder in Italiƫ. Achter vage gordijntjes zitten altijd allerlei winkeltjes. En die moet je wel weten, anders mis je ze volkomen. Achter vage gordijntjes kunnen namelijk ook gewoon woonhuizen zitten. En om nou ineens bij iemand in de woonkamer te staan. Maar ik word er door de buurman naar toe geleid. Ik moet ook nog aanbellen, en dan komt Gabriella de deur open doen. Kaas, brood, fruit, groenten, levensmiddelen: ze heeft het allemaal. En ik mag het ook nog op haar pleintje op een stoel opeten.
En zo loop ik fluitend weer verder. Om 14.00 uur ben ik Pontremoli, dat op 244 meter hoogte ligt. Tsja, wat zal ik doen. Zelf op zoek gaan naar accommodatie, of wachten tot de VVV open is. Maar die gaat pas om 15.30 uur open. Ik ga toch maar op een terras zitten en wachten. Er is namelijk geen enkele plattegrond te vinden, en ik heb geen idee waar alles is. Bovendien heb ik net iets te veel opties om uit te kiezen.
Volgens het VVV-meisje moet ik naar de Kapucijners. Ik vind het goed. Ik ben er niet echt op gekleed, maar ja, het moet maar. Geen monnik te bekennen overigens, maar ik heb een kamer voor mezelf. Fijn. En als ik het kan missen, of ik dan 10 euro wil betalen, Ja hoor, dat wil ik wel. Het is me al eerder opgevallen. Dat geld wordt dan nonchalant in een borstzakje gestopt. Eeh, waar blijft dat?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten