maandag 26 juli 2010

Dag 69: Pavia - Santa Cristina (27 km)

Zondag 11 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1358 km
Tot Rome: 725 km

Zondag is weer fietsdag hoor. Vooral jonge en oude mannen. Een tegemoet komende fietser stapt zelfs even af om te informeren hoe en wat. Je loopt zeker de VF? We babbelen wat, en tot ziens maar weer. Glimlachend loop ik weer verder. Dit zijn toch kleine hoogtepuntjes op een dag. Even later komt er een heel peloton langs. De politie voorop staat al op het kruispunt. En zo goed als iedereen zegt: buongiorno, ciao of salve. Ik blijf terugpraten. En ook hier sta ik weer breed lachend aan de kant van de weg. En dat zorgt ervoor dat de rest van het peloton lachend terugroept. Ik blijf fietsers leuk vinden.
Vandaag minder muggen en minder rijstvelden. Ik lijk het einde te naderen van dit drama. Ook loop ik heerlijk door het bos. Dat scheelt een slok op een borrel qua temperatuur. Maar ja, dan is het 12 uur geweest, ver boven de 30 graden. En waar loop ik dan door? Juist, door het vlakke land. Geen boom of struik te zien: geen spatje schaduw. Wat een zweten is dat weer zeg. Zo erg heb ik dat nog niet eerder gedaan. Het loopt met straaltjes langs mijn gezicht en zelfs in mijn oog. En dat prikt. De laatste km zijn echt mega zwaar. Eindelijk kom ik Santa Cristina binnen. Ik zie een terras en plof meteen neer. Eerst een cola. Het water in mijn fles heeft inmiddels het kookpunt bereikt en smaakt niet meer. Een beetje lauw water is oké, maar het is nu echt warm. Het haar in mijn nek is nat van het zweet; van voren zit het plat tegen mijn hoofd gedrukt van mijn pet, de zweetdruppels lopen nog steeds over mijn gezicht, mijn T-shirt kun je uitwringen, en ik denk dat ik een hoofd als een biet heb. Op dit moment zie ik er echt niet uit: Een slechter moment kun je niet treffen. Maar als ik de bar uitslof met mijn glas cola in de hand om op het terras te gaan hangen, zegt een man ‘bella’ tegen me. Ik moet er enorm om lachen. Dat betekent òf dat hier alleen maar heksen wonen, òf dat hij echt stront in zijn ogen heeft.
Op het terras zit een mevrouw die vraagt wat ik doe en waar ik vandaan kom enzo. Ze is helemaal onder de indruk. Als ze weggaat, komt ze me speciaal een hand geven, om me goede reis te wensen; ze vindt me stoer. Na de cola loop ik naar de parochie. Daar word ik hartelijk welkom geheten. Ik word overstelpt met cola, brioches en energierepen. Het lijkt wel een buurthuis. Oud en jong spelen, zitten en praten. Een man van een jaar of 50 met een grote Tau om zijn nek, Edzio, verzorgt de ‘kantine’. Het lijkt me zo dat dat de priester is. Hij kent iedereen, maakt met iedereen een praatje, hij heeft gezag. Als een opgeschoten puber in zijn blote bast binnenkomt, wordt hij meteen teruggestuurd om wat aan te trekken. En er is geen discussie nodig; de jongen gaat direct terug. Edzio, Andrea (klein, spastisch, in een rolstoel, ongeveer 30) en Titiana (druk pratend, 55, ex-man was dokter, en kent dus iedereen in een plaats van 200 inwoners) blijven het langst plakken. Andrea en Titiana spreken Frans en Engels, dus dat communiceert wat gemakkelijker dan alleen in het Italiaans.
In het grote boek lees ik dat twee Nederlanders vorige week vanwege de moordende hitte een stukje met de trein en de bus zijn gegaan. Ik kan het me voorstellen, maar dat is tegen mijn regel. Austri en Alban waren hier ook gisteren, evenals een Franse pelgrim. En ik schrijf uiteraard ook een stukje. Over het algemeen doe ik dat in het Nederlands. Dat is makkelijker en ik kan beter onder woorden brengen wat ik wil zeggen. Ik uit mijn dankbaarheid voor de gastvrijheid die ik tijdens mijn hele pelgrimsreis al ontvang, en hier ook weer in overvloed krijg. Ik blijf het ongelooflijk vinden. Als Andrea vraagt wat ik geschreven heb, schieten de tranen in mijn ogen. Jemig, wat heb ik toch. Ik ben de hele reis alleen maar aan het janken. Maar ik geloof dat ze het wel begrijpen. En Edzio blijft maar vragen: Va bene? Ja, alles ‘va bene‘. Zeer ‘bene’ zelfs. De tranen zijn alleen maar van blijdschap en dankbaarheid. Wat een schat van een man is dit. Of het goed is als we met zijn vieren bij de pizzeria gaan eten. Daarna is de voetbalfinale op groot scherm te zien. Lijkt me een uitstekend idee.

En dan nog even dit.
- Lenny: gelukkig een heleboel andere mensen om mee te kunnen thee (in dit geval koffie) drinken, te lachen en te filosoferen. Blijft jammer dat het niet gelukt is elkaar te treffen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten