woensdag 11 augustus 2010

Dag 99: Campagnano di Roma - La Storta (24 km)

Dinsdag 10 augustus 2010
Vanaf Canterbury: 2067 km
Tot Rome: 16 km

Gisteravond met Brian en Kees-Willem gegeten. Het was een gezellige avond. Brian zegt dat de aankomst in Rome bijzonder is en dat je waarschijnlijk moet huilen als je er bent. Ik zeg dat ik verwacht dat ik de hele weg vanaf La Storta zal huilen, en dat ik in drie maanden meer gehuild heb dan in mijn hele leven. Niet van verdriet, maar van geluk. En op de Sint Bernhard dan? Ja, ook daar. Samen met mijn vader en mijn moeder aan de telefoon. Een beetje samenzweerderig en elkaar helemaal begrijpend vertellen we dat aan elkaar. Kees-Willem zit ons stomverbaasd aan te kijken; hij begrijpt er niets van.
Het is al 22.00 uur geweest als we klaar met eten zijn. Brian en ik gaan het liefst om 21.00 uur slapen; wij staan beide ook vroeg op. Kees-Willem gaat nu nog een ommetje maken en start morgenochtend veel later.
Om 6.35 uur krijg ik al een sms van Brian dat hij op het terras van de bar aan de overkant aan het ontbijt zit. Nog even de laatste spullen inpakken en dan kom ik eraan. Hij wacht op me. En daar heb ik een verse jus. Nou, dat is ook alsof er een engeltje over je tong piest zeg. Heerlijk! Hij heeft Alma al voorbij zien schuifelen. En even later halen we ze ook in. Als de weg stijgt of daalt of druk is, dus elke keer als het een beetje moeilijk wordt, zeggen we tegen elkaar: dit kan Alma niet. Deze dag moet veel te lang voor haar zijn. Het is echt onverantwoord. Ook de scoutinggroep komen we weer tegen. Die vertrekken altijd vroeg, maar nemen ook veel pauze; niet iedereen kan even snel meekomen. En vanaf het moment dat we ze allemaal gepasseerd zijn, loopt er een hond mee. Hij is groot, maar lief. En hij maakt indruk op de andere honden. Als we dus langs huizen komen met overal een keffer, en ze krijgen Bello in de gaten, houden ze direct hun mond, zijn totaal afgeleid, en zien ons niet meer staan. En ook hij vindt al die aandacht uitstekend. Wat dat betreft is er geen verschil tussen een Italiaanse hond en een Italiaanse man dan wel vrouw. En wij vinden het prima dat we een meeloper hebben.
En dan kom ik er ineens achter dat ik mijn hoed in het hotel heb laten liggen. Ik sms Kees-Willem in de hoop dat hij nog in het hotel is, maar hij heeft zijn telefoon niet aan staan. Helaas. Dat is de tweede die ik kwijt raak. Jammer, ik was er inmiddels aan gehecht.
In het boek stond al dat het ongelooflijk was hoe rustig de wandeling was, als je je realiseert hoe dicht je bij Rome zit. En dat klopt. Het is echt middenin de natuur. En die ziet er ook weer anders uit dan hiervoor. We lopen nu wat door bos en door veldjes. We hebben weer de keuze uit het volgen van het boek en het volgen van de tekens. De tekens zien er erg nieuw uit en dus besluiten we die te volgen. De route is prachtig, maar we hebben wel het idee dat we gigantisch om lopen. We lopen ook nog verkeerd, maar dat was onze eigen schuld. Het teken stond naar links en wij zeiden tegen elkaar dat dat niet klopte en gingen gewoon rechtdoor. Dom, we hadden wel naar links gemoeten.
Als we in La Storta aankomen, moeten we weer langs de Via Cassia. Mijn Zusters van het Heilige Hart zitten hier. Brian heeft een hotel. Ik loop nog wat heen en weer omdat ik me vergis in het nummer. Dacht ik dat het nummer 1862 was, moest het 1826 zijn. Maar goed. Ik lijk er in eerste instantie niet terecht te kunnen. Er is net een grote groep Spaanse pelgrims vertrokken en ze zijn de kamers nog aan het schoonmaken. Maar ik zie er waarschijnlijk moe en verhit uit en dus maken ze even vaart. Ik heb het idee dat ik ook even geslapen heb vanmiddag. Er zijn niet alleen nonnen; er is ook een man. Hij loopt met me mee naar mijn kamer. We moeten met de lift. Die is echter zo klein dat we (de man, mijn rugzak en ik) er maar net in kunnen. Angstvallig staat hij met zijn hoofd afgewend naast me. Ach jongen, ben je zo afgericht door de nonnen, dat je bang bent om me aan te raken en dat je me zelfs niet mag aankijken? Ik ben wel groot en bloot in vergelijking met de nonnen ja.
En dan maar weer eens op zoek naar postzegels, maar eerst langs de supermarkt. Koop daar weer twee bekertjes yoghurt die ik op de parkeerplaats meteen opeet; nu zijn ze nog koud. Ik ben inmiddels zo gewend om bij de supermarkt yoghurt te kopen en die direct op te eten, ongeacht het tijdstip van de dag, dat ik er aan moeten denken dat straks niet bij Albert Heijn te doen. En dan de postzegels. De eerste tabacchi is dicht en de tweede heeft ze natuurlijk weer niet. Wellicht dat ik de kaarten beter mee naar huis kan nemen en er gewoon een Nederlandse postzegel op kan doen. Wat is dit voor achterlijk gedoe. En ik heb dorst. Geen bar te vinden natuurlijk. Dan maar terug naar de supermarkt en daar een halve liter cola kopen. Dan drink ik die wel op mijn kamer op. Wat een armoede hier zeg. Dat wordt morgen echt feest. Alleen maar langs de Via Cassia lopen, met af en toe een winkel, maar ook bedrijven; vooral druk en ongezellig. La Storta is duidelijk een voorstad van Rome. Hier wil je nog niet dood gevonden worden. Ik blij trouwens dat ik bij de zusters kan eten. Ik zou niet weten waar ik dat anders had moeten doen. En dat eten heb ik met Austri en Alma gedaan. Ik ben helemaal verbaasd dat ze hier zijn. Ik had niet gedacht dat ze aan zouden komen. En Alma maar zeggen dat ze zo trots op me is, omdat ik helemaal van Canterbury ben komen lopen. Ik weet niet wie er een grotere prestaties heeft geleverd: zij of ik. Ik weet wel dat ik verantwoorder bezig ben geweest. Maar daar zullen de meningen over verschillen.

En dan nog even dit.
- Gerja: gefeliciteerd, en ik heb op mezelf gepast hoor. Ik ben er bijna.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten