maandag 9 augustus 2010

Dag 94: Bolsena - Viterbo (36 km)

Donderdag 5 augustus 2010
Vanaf Canterbury: 1979 km
Tot Rome: 104 km

Ik vind het altijd een beetje ingewikkeld om te bepalen hoeveel je wel en niet moet doen met je medepelgrims die je ontmoet. Aan de ene kant is het natuurlijk leuk om samen te eten bijvoorbeeld; aan de andere kant wil ik me ook niet opdringen en vind ik het ook wel lekker om alleen te eten. En daar moet je dus een middenweg in zien te vinden. En dan krijg je weer van die ingewikkelde leeftijd-, cultuur- en sekseverschillen: wat doe je wel en wat doe je niet. Bij Kees-Willem was dat vrij eenvoudig: gewoon vragen en nee zeggen als je geen zin hebt. Hollandse nuchterheid, direct en duidelijk. Bij Matteo en Glenda vind ik dat weer wat moeilijker. En dus ga ik alleen naar Del Borgo Dentro, een osteria die me is aangeraden. En ik zit nauwelijks, of wie komen daaraan? Inderdaad Matteo en Glenda. Ze gaan aan het tafeltje naast me zitten en zo eten we toch nog min of meer samen. Het restaurant stroomt overigens vol met Nederlandse toeristen. Bah. Maar wel lekker gegeten.
Vanmorgen pas om 7.00 uur ontbijt. Weer van die verpakte beschuitdingetjes. Ik eet bijna het hele mandje leeg, maar echt vullen doet het niet. Dan op zoek naar een bakker en die gaat pas om 8.00 uur open, Wat heb ik daar nou aan? En dus op weg zonder iets. Gisteren nog wel even bij de groenteboer tomaten en perziken gehaald.
Ik loop in ieder geval naar Montefiascone. Dan kijk ik hoe het gaat en loop eventueel door naar Viterbo. Als ik het hele stuk in één dag loop, neem ik een rustdag in Viterbo; anders loop ik door. Van Bolsena naar Montefiascone loop je eerst de heuvels in, waardoor je af en toe zicht hebt op het meer van Bolsena. Ik kom weer in zo’n vaag bos. De tekens wijzen én naar links, én rechtdoor. Maar beide paden zijn niet echt gemakkelijk. Eerst de ene en daarna de andere proberen. De tweede lijkt het te moeten zijn, maar ik moet me weer door het struikgewas wroeten. En dan moet ik nog een stroompje oversteken. Ik kan wel van de ene op de andere steen springen, maar het water stroomt behoorlijk hard, dus ik vind het nog best een onderneming. Ik heb echt geen idee waar ik ben, en als dit niet de goede weg is, weet ik ook niet waar ik dan heen moet. Ik loop dus maar gewoon door in de hoop dat ik een teken zie, dan wel een huis of een weg of iets dergelijks. En zo waar; ik zie een pijl en uiteindelijk kom ik op de oude Via Cassia terecht. Het was dus toch goed. Dit is de echte oude Romeinse weg; de weg is geplaveid met grote stenen. Dit vind ik toch wel weer bijzonder hoor. Eeuwenoud en het voldoet nog steeds. Echt comfortabel loopt het niet (en rijdt het ook niet, zie ik), maar het is prima. En zo kom ik in Montefiascone aan. Ook dat ligt uiteraard weer op een heuvel. Vanaf nu ga ik stukken bekende wandeling doen. Vorig jaar heb ik hier al delen van gedaan. En was Montefiascone altijd een rustig, stil stadje; het wordt nu overspoeld (nou ja, dat is iets overdreven) door de toeristen, maar het is wel stukken drukker. Snel nog even Chiesa di San Flaviano in. Mooie kerk vol met fresco’s. Dan snel naar de VVV voordat die weer dichtgaat. Voor de kathedraal ben ik al te laat. De mevrouw steekt haar standaard verhaaltje af bij de plattegrond. Ik wil alleen maar weten waar de bakker is. Maar voordat ik mijn vraag helemaal gesteld heb, ratelt ze haar verhaaltje weer. Ja, oké, maar waar is de bakker? Bovendien is zo ongeveer alles dicht. Ik zeg nog dat ik naar Viterbo door wil lopen. Ik heb dus geen tijd om te wachten tot alles weer open is, maar ze luistert niet. ‘En een prettig verblijf hier’.
Lopend naar de bakker, hoor ik iemand op een terras zeggen dat ze van Amsterdam naar hier gelopen is. Dat moet Ingrid/Inge of iets dergelijks zijn. Ik heb delen van haar weblog gelezen. Even omkijken en inderdaad, ik herken haar van de foto. Ik wil wel even aansluiten, maar ik moet eerst naar de bakker voordat die dicht is. En als ik de lange Corso Cavour weer naar beneden ben gelopen voor vers brood, kan ik het niet meer opbrengen om weer omhoog te lopen. Eerst een cola en dan net buiten de poort op een bankje waar het naar kattenpies ruikt geluncht. Zie je wel dat ik ongeciviliseerd wordt; de geur boeit me niet echt. Ik heb een blaar op mijn kleine teen en die doet enorm veel zeer. Dat moet echt beter worden, anders haal ik Viterbo sowieso niet. De laatste blarenpleisters erop, en dan gaat het wel weer.
En zo loop ik richting Viterbo. Ik moet nog 10 km en dan begin ik al te strompelen; het is zwaar. De blaar begint weer op te spelen. Als ik langs de termen kom, ga ik daar met mijn voeten in. Wie weet helpt het. Het stinkt naar rotte eieren; zal vast gezond zijn. Ook hier weer Nederlanders; die heb ik de vorige keer in de winter ook niet gezien.
In Viterbo loop ik twee Nederlandse pelgrims tegen het lijf. Ik zie er nog als pelgrim uit, zij niet meer (een douche doet een hoop wonderen). Ik denk dat dit het echtpaar is dat vanwege de hitte bij de Po de bus hebben genomen. Ze wijzen ze me naar San Andrea. Maar daar ga ik niet naar toe. Ik loop naar Pietro, een gids. Tijdens mijn weken Italiaanse les heb ik twee keer een excursie bij hem gevolgd. En dat doet hij erg goed. Toen ik vertelde dat ik de VF ging lopen, nodigde hij me meteen uit om bij hem te komen slapen. Hij staat overigens ook in mijn rijtje suggesties voor accommodaties in Viterbo. Hij is de regioman van de VF; daar heb ik er hier en daar al heel wat van ontmoet. En koken kan hij; evenals vriendin Lorena. Ik eet dus weer uitstekend. Maar wat ben ik uitgeput. Ik kan geen pap meer zeggen en mijn ogen vallen dicht.

En dan nog even dit.
- Leonie: mooi, rijk èn lief ben ik nog niet tegengekomen. Er ontbreekt altijd wel iets aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten