maandag 9 augustus 2010

Dag 88: Colle di Val d‘Elsa - Siena (28 km)

Vrijdag 30 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1794 km
Tot Rome: 290 km

Vanmorgen met een karig ontbijt vertrokken. Dat is al de tweede keer dat me dat overkomen is. In het hotel zeggen ze dan dat het ontbijt vanaf een bepaalde tijd is. Als ik dan zeg dat ik graag vroeger wil, is dat geen probleem. De nachtwaker is er wel. Je mist dan echter het ontbijtbuffet (geen idee hoe groot dat is, maar altijd meer dan een brioche) en je krijgt met moeite een kopje thee en een brioche. Volgende keer wil ik een kamer zonder ontbijt.
Even buiten Colle di Val d’Elsa lees ik de beschrijving niet goed en neem op een rotonde de verkeerde afslag. Ik begrijp er niets van en ga het maar eens aan iemand vragen. Ik denk dat ik echter net een dove heb getroffen, want hij begreep geen ene moer van wat ik zei. Monteriggione ligt in ieder geval de gehele andere kant op. En dus keer ik weet terug naar de rotonde en zie dan dat ik inderdaad de verkeerde afslag heb genomen. Dom.
In Abbadia Isola komen twee Deense jongelui aanlopen; heen pelgrims, maar wel wandelaars en ze lopen de andere kant op. Abadia Isola heeft overigens een mooi oud pleintje met een kerk, en een pelgrimshospice. En eindelijk eens ter restauratie.
In Monteriggione een aardige mevrouw bij de VVV. Veel info ook over de VF en je mag overal gratis in met je pelgrimspaspoort. Er zijn behoorlijk wat toeristen, maar ook weer niet zo dat je over de hoofden kunt lopen. In het kerkje wordt muziek gedraaid, en alleen daarom al de moeite waard om er even te blijven zitten. Op een pleintje eet ik mijn vervroegde lunch. Drie Duitsers komen naast me op het bankje zitten en willen alles weten wat ik doe. Ze vinden het wat hoor. Een van hen vind het wel een beetje een achterlijk idee, maar ja.
En omdat het zo’n aardig stadje is, blijf ik er langer zitten dan de bedoeling. Maar als ik wegga, zie ik een hele donkere lucht. Nee hè. Ik twijfel of ik wel verder naar Siena door zal lopen. De regenbui zie je eronder hangen. Even kijken waar de wind vandaan komt. Hmm, niet helemaal, maar wel een beetje mijn kant op. Ik gok het erop en ga toch maar, maar als ik even later weer achter me kijk, komt de wolk wel dichter bij. Ik besluit terug te gaan. De VVV is natuurlijk net dicht; de eerste druppels vallen al. Ik ga maar weer in het kerkje zitten. Ik baal ervan, want ik ruik de stal. En dit zou een dag vertraging opleveren. En na een half uur is de zwarte wolk inmiddels minder zwart geworden en wat meer verspreid. Ik ga toch maar. Het is inmiddels 14.00 uur geweest en dat betekent dat ik waarschijnlijk niet voor 17.00 uur aankom. Het begint harder te regenen en het begint ook te rommelen. Ik baal al weer dat ik doorgelopen ben. Ik loop door een bos en kom ook niemand meer tegen. En dus loop ik extra hard. Maar uiteindelijk blijkt het toch mee te vallen. Het gerommel houdt op en de regen uiteindelijk ook. Ik kom wel half dood in Siena aan. En de route blijkt aan het begin van Siena afgelopen te zijn in plaats van in het centrum, zoals normaal gesploken. Er komen dus nog meer km bij. Maar dan kom ik eindelijk op Piazza del Campo aan. De VVV heeft geen flauw benul van accommodaties voor pelgrims. Ze wil het adres dat ik heb wel bellen, maar dat is voor de minder bedeelden van de stad. En dat blijkt ook te kloppen; er lopen gillende kinderen rond en aan iedereen die ik er zie lijkt wel een draadje los te zitten. En gelukkig; er is plaats. Ik ben alleen niet de enige; er blijken nog vier pelgrims te zijn. Gezellig met zijn vijven op een zaaltje met stapelbedden. Matteo en Glenda, Niels en twee Spanjaarden. Ik vind het eigenlijk niks, maar goed. Na zo vaak te duur slapen, moet er weer iets goedkoops tussendoor. Ik ben nu echter zo laat in Siena dat ik eigenlijk geen tijd heb om iets van de stad te zien. En ik realiseer me dat ik een beetje hardleers ben: een grote stad is niets voor mij. Daar moet je niet willen overnachten. Veel te druk, veel te duur en veel te lawaaierig.

En dan nog even dit.
- Yvonne: de dip was weer voorbij, maar het verhaal over lemuren hoor ik nog graag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten