Zondag 8 augustus 2010
Vanaf Canterbury: 2017 km
Tot Rome: 66 km
‘s Avonds lekker gegeten, Nederlandse televisie gekeken, vanmorgen een heerlijk ontbijt met brood met kaas. Wat kan een mens daarvan genieten zeg. Krijg er ook nog een mee voor onderweg. En ik heb geslapen als een os. Mijn fris ruikende kleren aan. Het is alsof ik in een hotel zit, maar dan nog beter. En het was gewoon gezellig.
Van Tre Croci naar Cura en daar het pad weer oppakken. Ik loop door bos en kom daar een scoutinggroep tegen van zeven meisjes en twee jongens. Ze lopen wat langzamer dan ik. Ze zijn gisteren in Viterbo begonnen en lopen door naar Rome. Ik ben al een dikke drie maanden onderweg, en dat maakt altijd indruk. Als er vanavond in het klooster geen ruimte is om te slapen, mag ik bij hun in de gymzaal. En eten hebben ze ook genoeg. En voor de zoveelste keer heb ik de tranen in mijn ogen. Ik loop verder langs hazelnootbomen en kom uiteindelijk in een hazelnotengaard. Gewoon rechtdoor wijst de boer op de tractor. Ja, ja, Die bomen staan in rijtjes en dus zijn er heel veel paden. Ik loop van links naar rechts en weer terug en van voor naar achter, kom nog langs een ruïne van kasteeltorens of zo. Hee, daar lijkt een weg te zijn, ik hoor stemmen. Oh, het is een huis; laat ik het daar maar even vragen. Oh nee, een hele grote loslopende hond, snel weer terug en weer van voor naar achter en van links naar rechts. Waar blijft die scoutinggroep nou? Misschien weten zij hoe ik moet lopen. En op het moment dat ik ze hoor (ik loop inmiddels een half uur in rondjes), zie ik ook weer een teken en een soort van pad. En dan ben ik er inderdaad uit. Tjongejonge, wat een gedoe zeg.
In Capranica lunch ik. Het is net 12.00 uur en de kerk gaat uit; wat een drukte. Wellicht kan ik nog even een stempel halen, maar er is al helemaal niemand meer. De volgende kerk is gewoon dicht, dus dat gaat niet lukken. Na de cola vertrek ik weer. Door naar Sutri. Bij het klooster hangt een bordje dat pelgrims vanaf 15.15 uur terecht kunnen. Dan maar naar een terras voor ‘tsja-wat-zal-ik-eens-nemen-doe-maar-een-cola’. En wie zie ik daar voorbij rennen? Austri, de Amerikaanse. Dan een hele tijd niks en daarna strompelt haar moeder erachter aan. Ik knipper met mijn ogen en ze zijn uit beeld. Ze komen van de andere kant; zijn ze al in Rome geweest en lopen ze weer terug?
Stipt om 15.15 uur ga ik richting klooster. En wie zitten daar? Austri en haar moeder, maar ook Kees-Willem. Austri en haar moeder blijken hier gisteren ook al geslapen te hebben. Ze zijn vandaag naar Monterosi gelopen, maar daar was geen slaapplaats en hebben toen de bus weer terug naar Sutri genomen. Ze balen er wel een beetje van, en dat kan ik me voorstellen. Het is leuk om Kees-Willem weer te zien.
In het klooster worden we door een zwarte non geholpen, zeg maar zoals Maria uit The Sound of Music. Dat is de eerste die ik zie. En ze zit achter een hekwerk; je kunt haar nauwelijks zien. Hier is het contact met de wereldse omgeving echt tot een minimum bewaard zeg. We krijgen een sleutel, moeten wel betalen, en gaan een huis verderop weer naar binnen. Ik heb een kamer voor vier voor mezelf. Met handdoeken. Heerlijk.
En dan nog even dit.
- Ed: van harte en ik kijk er ook naar uit om jullie weer te zien.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten