zaterdag 10 augustus 2013

Zondag 28 juli 2013

Sansepolcro - Lama

Gelopen: 21,3 km (onderweg: 7 uur 10 min.)

Totaal: 204,5 km

Adelmo, de hotelmeneer, had gezegd dat ik wel wat eerder dan 8.00 uur kon ontbijten. Hou zou het aan zijn zus Paola doorgeven. Dat is fijn. Het is alweer snel warm en het stijgt lekker; het is zwaar. La Verna is er niks bij.
Op weg naar Montecasale
 
Maar dan kom ik eindelijk bij Montecasale uit. Wat elke keer zo grappig is, is dat je het idee hebt dat je de enige op de wereld bent die daar loopt. Kom je in eens bij het klooster uit en zijn daar heel veel mensen. Nou ja, heel veel is natuurlijk ook maar relatief, maar er zijn ineens wel mensen. En dat had je tijdens het klimmen totaal geen idee van. Veel blijken ook belangstelling voor de mis van 11.00 uur te hebben. Mensen komen met auto’s en zelfs een bus aan.
In het klooster is het bed nog te zien waar Franciscus van Assisi op geslapen zou hebben tijdens zijn bezoek aan Montecasale. Met rugzak en al is het smalle trappetje niet te bestijgen. Bovendien kan ik er met mijn lange lijf helemaal niet in. Ik kan er misschien net rechtop in zitten. Ik bekijk het vanaf de grond wel. Men staat in de rij om dat trappetje op te gaan en zelfs op het bed (de stenen) te gaan liggen. Daar begrijp ik helemaal niets van. Ik realiseer me dat heel veel mensen Franciscus helemaal geen flapdrol vinden. In het winkeltje kan ik zelf een stempel in mijn pelgrimspaspoort zetten.

 Bed van Franciscus
 
 Klooster
 
Franciscus van Assisi
 
Franciscus bewondert het uitzicht
 
Er schijnen nog drie monniken in het klooster te wonen. Ik zie er twee. Eén is de mis aan het voorbereiden en één houdt de gasten bezig. Ik wil eigenlijk ook wel een praatje maken, maar ben er te schijterig voor om dat te beginnen. Want wat moet ik zeggen? Het is hier heel rustgevend; ik zit wel lekker in de schaduw en de wind. Ik heb nog brood van gisteren; dit is een prima plek om wat te eten. En als ik het toch wat taaie brood op heb, bedenk ik me ineens dat ik het misschien wel had moeten delen met de aanwezige monnik en gasten. Ik zit toch wat egoïstisch in mijn eentje te eten. Het is alleen niet echt heel erg lekker. Voor een pelgrim prima, maar voor anderen waarschijnlijk niet. Hm, hoe zat dat met de vijf broden en twee vissen? Ik krijg wat Bijbelse gedachten hier.
Als iedereen verdwijnt naar de mis of naar de bus, stap ik ook maar weer op. De weg naar beneden is wat makkelijker, maar het is nog steeds heet. Bij het Casa Cantoniera, waar Garibaldi langs is geweest, eet ik mijn lunch verder op. Giuseppe Garibaldi is een nationale held die aan de eenwording van Italië heeft bijgedragen.

Garibaldi 27 juli 1849
 
De weg daalt verder en er is geen schaduw meer. Tsjonge, dat merk je meteen aan de warmte. De uitzichten zijn echter nog steeds prachtig.
 
Heet, maar mooi

En zo kom ik in Lama aan. De kamer is goed, maar ook daar is het heet. Maar niet te heet om even in slaap te vallen. In Lama zelf wil je nog niet dood gevonden worden overigens; vind het een trieste plaats. Bij de bijbehorende bar kan ik het WK zwemmen kijken. Hier kan ik ook eten. En weer hoor ik muziek. Het is de fanfare. Hè? Wat zie nou? Majorettes. Ik kan me niet heugen wanneer ik die voor het laatst gezien heb. Lollig.
Majorettekorps
 

Tijd om te gaan slapen. Pff, de ventilator geeft niet heel veel koelte. En voor het eerst een bed dat voor geen meter ligt, ja doorligt. Een nieuw matras zou geen kwaad kunnen. Je komt er nog net niet met een hernia uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten