San Piero a Sieve
- l’Olmo
Gelopen: 21,5 km
(onderweg: 6 uur 20 min.)
Totaal: 21,5 km
Vanmorgen samen
ontbeten met het Oostenrijkse echtpaar. Heerlijk uitgebreid met brood, kaas,
yoghurt en thee. Ik kan er weer even tegen. Als ik wil afrekenen, hoef ik niets
te betalen. Wat een vriendelijkheid. Pff, ik raak ervan ontroerd. Wat een
aardige mensen zijn het toch. Nog even bij de bakker broodjes halen, waterflesje vullen en op pad. Franco loopt een stukje mee. Ik kan langs het fortezza, maar ik kan ook meteen rechtsaf. Ik kijk nog wel even wat ik doe. Het fortezza is namelijk een stijgende weg. Maar als ik op weg ben, herken ik het ineens. Hier lag vorig jaar de dode slang, waar ik eigenlijk niet langs durfde. Dat fortezza heb ik al gezien, en was niet erg interessant. Dat laat ik nu dus maar zitten.
Het is weer even wennen de Italiaanse routebeschrijving te lezen en te begrijpen, maar het wijst zich redelijk vanzelf. Ik kom langs Castello di Trebbio. De toren zie ik al liggen, maar als ik er ben kan ik er helemaal niet in. Sterker nog, er is van het hele kasteel niets te zien. Jammer. Leek me wel een mooie plek om even te gaan zitten. De weg ernaartoe steeg namelijk behoorlijk en ik loop in de hitte weer te hijgen als een werkpaard.
Ik loop verder en zie iemand telefoneren. Een Italiaan van een jaar of 60. Ik zeg gedag en we raken aan de praat. Of ik naar Monte Senario loop. Ja, inderdaad. Dat is erg lang. Je kunt beter naar Bivigliano lopen. Dat stijgt minder. En il monastero is dicht. Er is helemaal niets. Franco had gisteren nog gezegd dat het uitzicht prachtig is en dat er een bar is. Er wonen nog wel een paar monniken. Tsja, wat zal ik doen. Ik sta een beetje in dubio. Hij wil wel een stukje met me meelopen. Oké. En zo lopen we, Flavio (hij is 61) en ik verder samen op. Hij is zo ongeveer de buurman van Franco en Monica. Dat zijn aardige mensen hè? En dat kan ik alleen maar beamen. Twee weken geleden heeft hij ook met een Nederlander gelopen, John. Ik weet min of meer wie dat is. Hij heeft een van de informatiedagen van Pelgrimswegen naar Rome bijgewoond en ik heb met hem gemaild over Twitter. Hij houdt een blog bij en dat heb ik deels gelezen. Wat grappig. Flavio zegt dat hij Frans met John sprak. Althans: John sprak Frans en Flavio antwoordde in het Italiaans. Als ik later zijn blog opnieuw lees, is het wel grappig een andere versie van het verhaal te lezen. Volgens John heeft hij zijn Italiaans geoefend (hij heeft het helemaal niet over Frans) en ik zie dat Flavio mee naar Monte Senario is gelopen. Hij vond dat erg zwaar en is halverwege afgehaakt. Ik heb allang door dat ik totaal geen berggeit ben. Flavio loopt als een jonge hinde de berg op en ik sukkel erachter aan. Ik sta te hijgen en kan geen pap meer zeggen. Hoe is dat toch mogelijk?
In Bivigliano drinken we wat en ik eet mijn broodje op. Flavio belt waarschijnlijk met thuis om te zeggen dat hij met ‘una ragazza’ in Bivigliano is. Ja ja, moet je toch beter kijken. Een ragazza is namelijk een meisje, jongelui. En dat ben ik toch echt niet meer. Ach ja.
Als we op vlak terrein komen, merk ik dat Flavio achter mij aan moet rennen. Nu ga ik voorop. Ik loop helemaal niet zo hard, maar wel te hard voor Flavio. Doet me toch deugd. Ik kan wel lopen en heb ook best een redelijke conditie, maar niet om te stijgen of te dalen. Ik ben een oer-Hollandse vlakke land meid.
Zo’n 3 km voor l’Olmo nemen we afscheid. Flavio gaat naar rechts naar de bushalte, en ik ga naar links naar l’Olmo. Het was gezellig. Ik loop over een rustige weg verder, en kom bij het hotel uit. Ik heb een heerlijke kamer en val op bed in slaap.
Dan maar eens wat drinken. Ik hoor dat het restaurant gesloten is en dat het dichtstbijzijnde 8 km verderop is. Hm, begrijp ik dat goed? Terug op mijn kamer besluit ik dan maar mijn overgebleven broodje van de lunch op te eten. Als ik dan nog wat te drinken haal ergens, kom ik de avond wel door. Gewoon vroeg gaan slapen, dan heb je ook niet door dat je honger hebt. Ik loop langs de weg; eerst naar links, dan naar rechts, maar er is echt helemaal niets. Geen winkel, geen bar, niets. Dan maar een fles water bij het hotel vragen. ‘Heb je al gegeten?’ Nee, natuurlijk niet, het restaurant is toch dicht? Eh ja,maar omdat je te voet bent, kun je wel wat eten. En met een oude mevrouw die zelfs nauwelijks haar stoel uit kan komen, en een ouder echtpaar krijg ik wat te eten. Zij een hele maaltijd, ik wil alleen een primo en fruit toe. De andere gasten die binnen komen, worden weer weggestuurd.
Vroeg naar bed, want ik ben moe, maar ik slaap niet meteen. ‘s Nachts word ik nog wakker omdat ik het warm heb. De airco maar weer aan. Even later word ik weer wakker omdat ik het koud heb. Dat schiet lekker op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten