vrijdag 9 augustus 2013

Woensdag 24 juli 2013

Casa Santicchio - Chiusi della Verna

Gelopen: 13 km (onderweg: 6 uur 45 min.)

Totaal: 139,2 km

Het ontbijt is normaal gesproken pas vanaf 8.00 uur, maar het wordt voor mij om 7.30 uur al klaargemaakt. Nou ja, ietsje later dan. Als ik beneden kom, is ze nog bezig. Maar wel een hele pot thee voor mij, yoghurt en brood met zelfgemaakte pruimenjam en perzikenjam. Mjammie, die zijn lekker. Ze heeft er niet of nauwelijks suiker door gedaan, en dat merk je meteen. Alweer iemand die zegt dat je de smaak van de ingrediënten beter proeft zonder zoveel suiker. En ze heeft gelijk. Zowel de pruimen als de perziken proef je uitstekend.
Ze blijken hier inmiddels zeven jaar te wonen. Het oudste deel dateert uit 1749. Toen ze er kwamen wonen, was een deel door een bom uit WO I verwoest. Aan de hand van tekeningen hebben ze het zoveel mogelijk naar het origineel gerestaureerd.
Eigenlijk moet je het zien alsof de plaats uit één huis bestaat. In de omgeving zijn er meer van. Het huis heeft een naam, dat is eigenlijk meteen de straat. Er is geen huisnummer, maar wel een plaatsnaam. In dit geval is het adres dus Casa Santicchio, Chiusi delle Verna. Ik hou van rust en stilte, maar dit vind ik toch wel erg veel eenzaamheid. Zoals ze zegt: de winter duurt lang. Die begint al in oktober en tot april kan er sneeuw liggen. In plaats van het gebruikelijke half uur dat ze erover doet om de kinderen naar school te brengen, kan dat zo maar oplopen tot een uur. Sneeuwkettingen om de banden en naar beneden schuiven. Als ik naar beneden loop en de weg zie waarover ze moet rijden, heb ik bewondering. Dit is alleen met een 4W drive te doen; en dan nog. Ze vraagt zich op die momenten dan ook af waarom ze hier woont. Maar als het dan zomer wordt, weet ze het weer. In de winter hebben ze overigens helemaal niets te doen. Hun baan bestaat uit de B&B in de zomer. Maar zaten ze vorig jaar in juli en augustus helemaal vol, is dat nu totaal niet het geval. En dat heb ik eerder gehoord. De crisis slaat hard toe.
Direct na Casa Santicchio

Ik krijg een stempel, reken af en vertrek. De yoga jongens komen net hun bed uit. Ik hoef gelukkig niet hetzelfde pad terug als gisteren. Ik kan over ‘de weg’. Voor zover je dat dus een weg kunt noemen, maar goed. Ik ben in een half uur in Rimbocchi. De bar is dicht, maar de bakker is open. Brood gekocht en gevraagd of ik daar even naar de wc mocht. En dat mocht. Ik heb me geestelijk voorbereid op de tocht der tochten. Dus laat maar komen. Het bordje geeft 2 uur en 55 minuten aan. Ik startte vandaag op zo’n 790 meter, ben nu gedaald naar 523 meter en moet stijgen naar 1180 meter. Het zou één tot 1,5 uur steil omhoog lopen zijn en daarna wat minder heftig stijgen. En dat klopt wel. Ik loop echter in de schaduw en dat scheelt een stuk. Het is zeker niet eenvoudig, maar ik vond het een paar dagen geleden zwaarder. Het pad is redelijk goed begaanbaar: niet te smal en niet glad. En wat een stilte weer. Ik hoop nu toch nog wat wild te spotten. Ik heb alweer veel pootafdrukken gezien. Dan hoor ik iets. Ik sta stil, luister nog een keer, loop weer verder, hoor weer iets, sta weer stil, gluur om me heen en ik hoor echt wat. Schijtlaars; ik kom uit de grote stad hoor. Ik vind het eigenlijk best eng. Ik zie niets en loop snel weer door. Sjongejonge, held op sokken. Ik ga zelfs hallucineren. Ineens zie ik een hond. Dat kan toch niet? Is het wel een hond? Is het niet een das, een stekelvarken of noem nog eens wat. Nee, het is echt een hond; ik heb het toch goed gezien. Hoe kan die nu hier lopen? Maar dan zie ik ook een meneer. Hij laat zijn hond uit. Ik neem toch niet aan dat hij elke dag hetzelfde stuk loopt als ik net gedaan heb. Even later kom ik op een asfaltweg uit en daar staan een paar auto’s. Ah, nu begrijp ik het. Ik eet en drink wat en zie op een bordje dat het nog 50 minuten lopen is. Hè, zo kort? Dan loop ik het in minder dan 3 uur. De yoga-jongens hebben dit gisteren heen en terug gelopen. Nou, dat vind ik ineens veel minder indrukwekkend. Gisteren zei er een al: we hebben van 13.00 tot 15.00 in de brandende zon gewandeld en moesten omhoog. Ja, dus, dacht ik toen? Ik doe dat elke dag. Pff, watjes.

Over het laatste stuk doe ik wel wat langer dan 50 minuten. Ik blijf maar om me heen kijken en foto’s maken. Ik probeer er ook nog een met de zelfontspanner. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. Ik kan het fototoestel op een steen zetten en heb 10 seconden om in de goede pose te gaan staan. Zit ik toch zeker vijf seconden met mijn voet vast in een tak, ‘ren’ dan met mijn stokken en rugzak op omhoog en klik. Hm, nog best aardig gelukt. Ik moet wel om mezelf lachen.
Vlak voor het bereiken van La Verna

12 uur in La Verna

En dan kom ik bij het klooster. Langs een rots doemt een gebouw op. Als ik door de poort ben, gaan de klokken luiden: het is 12 uur. Ik vind het een mooi moment. Ik loop omhoog naar het huisje waar Franciscus door de vogels begroet zou zijn toen hij La Verna betrad. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Ik word de hele weg al vergezeld door vogels. Maar goed. Op naar de ingang. En toch vind ik het ineens bijzonder. Al vind ik die Franciscus dan een flapdrol, dit maakt wel indruk. Ik weet niet waarom. Het is niet groot, niet bijzonder mooi, maar het is hoog. Ik kom uit op een pleintje, met toeristen, gehandicapten in rolstoelen (het lijkt wel Lourdes) en Franciscaanse monniken. Ik weet niet zo goed waar ik naartoe moet. Dan hoor ik orgelmuziek uit de kerk komen. Daar maar naartoe. Ik neem achterin plaats en iemand is aan het oefenen, of aan het stemmen (ik weet niet of en hoe je dat op een kerkorgel doet). Er wordt wat gepraat en een jongen neemt plaats achter het orgel. Er moeten foto’s van hem gemaakt worden, en dan gaat hij helemaal los op het orgel. Ik denk dat hij organist is en de dag van zijn leven heeft, omdat hij even op het kerkorgel van La Verna mag spelen. Dolgelukkig staat hij zijn plaats weer af aan de organist. En ik? De tranen stromen over mijn wangen. Kerken en muziek, het blijft een bijzondere combinatie.
Orgelmuziek in de basiliek van La Verna

Maar ja, dan is het dus wel 12.00 uur geweest en gaat alles dicht; althans het winkeltje en het museum. Als ik hier wil slapen, moet ik zeker tot 14.00 uur wachten. En als ik hier niet wil slapen, heb ik genoeg tijd om naar Chiusi della Verna te lopen. Dat is nog maar één of twee km. Dit zou een megacomplex moeten zijn, maar daar zie je niets van. Ik loop nog wat rond, maar kom niet veel verder. En dus eet ik de rest van mijn lunch op en wacht in de zon tot het 14.00 uur is. Ga daarna het winkeltje in; dat blijkt een rommelmarkt te zijn. En het museum; dat is wel leuk. Aan de bejaarde non daar vraag ik hoe ik een stempel kan krijgen. En ze stiefelt met me naar het complex achter het museum. En daar blijkt nog een hele wereld op zich te zijn. Dit is het deel waar de accommodatie is. Een grote eetzaal, een bar, en dus ook iemand die me een stempel kan geven. Dat overziend te hebben, besluit ik om door te lopen naar Chiusi della Verna en daar een albergo te nemen. Ik vind het hier te druk, en dat uitzicht heb ik gisteravond al gehad. En dus loop ik na een cola en een flesje pelgrimslikeur gekocht te hebben weer terug naar de ingang en daal verder af naar het dorp.

Albergo Letizia is vrij snel gevonden. Daar het dagelijkse ritueel: uitwasemen op bed, verhaal schrijven en de iGotU opladen, douchen en naar beneden. Daar lees ik wat tot het tijd is om te eten. Ook hier eet iedereen weer tegelijkertijd. Voor de derde dag op rij eet ik geen pasta. Nu een risottosalade als primo, iets van kip met spek, courgette, aardappelpuree en sla als secondo en kersen als toetje. Niet heel hoogstaand, maar verder uitstekend.

Ik zit naast signor Carlos. Een man van halverwege/eind 80 schat ik, en een beetje doof. Hij woont in Rome en komt al jaren hier zo’n drie weken de zomer doorbrengen, omdat het in Rome te warm is. Hij houdt van rust, de natuur en kunst. Voor de kunst gaat hij met de bus naar la Verna. Om de terracotta versieringen van Andrea della Robbio te bekijken. Die hebben vaak een felblauwe achtergrond met witte bijbelfiguren en versieringen in andere kleuren. Ik heb ze gezien en het is niet helemaal mijn smaak. Ze zijn eeuwen oud en zien er schitterend uit, maar om de een of andere reden vind ik het kitsch. De kleuren zijn te schreeuwerig. Ik vind het wat nep of zo. Zeg dat niet tegen de kunstliefhebber, want deze dingen horen tot de top. Maar doe mij maar een mooie fresco.

Maar goed. Signor Carlos is half Italiaans half Russisch (zijn moeder komt uit de Kaukasus) en spreekt Queen’s English met een licht accent. Hij heeft een aantal jaar in Birmingham gewoond en daar Italiaans aan de universiteit gedoceerd. Erg geestig, want hij heeft iets van Russische kunst en literatuur gestudeerd. “Ik sprak overigens geen Russisch, want mijn moeder sprak Frans met mij; daar had je veel meer aan. Op latere leeftijd ben ik pas Russisch gaan leren.” Maar hij spreekt dus ook Frans. Of ik ook Frans spreek. Ja wel hoor, een beetje en ook een beetje Duits. “Ach ja, dat heb ik ook gesproken, maar dat ben ik inmiddels weer vergeten.” “Lijkt Nederlands op Vlaams? Ik ben namelijk wel een paar keer in België geweest: in Antwerpen, Brussel, Brugge, Leuven. Alleen in Gent ben ik nog nooit geweest.” Alle steden spreekt hij Frans uit. “Nee, in NL ben ik nog nooit geweest, maar ik heb mijn DNA laten checken om mijn wortels na te kunnen gaan en ik blijk Nederlands bloed te hebben.” “Ik herlees momenteel een boek van Margerite Yourcenar.” De titel ontgaat me. “Heb je dat ooit gelezen?” Dat is prachtig. Dat moet je echt lezen. Ja, ik hou van literatuur.” En dat allemaal in langzaam, keurig Engels. Mijn antwoorden moet ik wat terug schreeuwen; ik ga er ook ineens keurig van praten, merk ik. Ik vermaak me wel met deze heer van stand tijdens het eten. Ineens staat hij op, verontschuldigt zich, en weg is hij. Oh, eh, dag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten