vrijdag 9 augustus 2013

Zondag 21 juli 2013

Fontisterni - Passo della Consuma

Gelopen: 17 km (onderweg: 5 uur 20 min.)

Totaal: 90,8 km

Redelijk geslapen, maar ik had het dit keer weer koud. Wat een geneuzel met dat slapen zeg, En dan te bedenken dat ik thuis mijn kussen maar hoef te ruiken en ik meteen als een os slaap, en nog niet van een kanon wakker word. Maar goed. Prima ontbijt, inclusief een omelet. En zo stap ik iets voor achten weer op. Ik loop vrij snel het bos in en dan gaat het alweer mis. Mijn boekje zegt linksaf, mijn gps zegt rechtdoor. Maar als ik rechtdoor ga, zit ik niet meer op de gps-route. En als ik linksaf ga, zit ik ook niet op de gps-route. Hoe kan dat nou? En zo loop ik weer heen en weer. Ik moet eigenlijk een pad iets meer naar links hebben. Daar loopt wel wat, maar ligt iets hoger. Ik klauter omhoog, glij bijna uit in de klei, en dat blijkt het ook niet te zijn, want het pad loopt dood. Ik klauter weer naar beneden, glij weer bijna uit, en loop weer wat heen en weer. Toch maar weer omhoog. En dat gaat fout. Nu glij ik echt uit. Ik zit onder de klei en ik schaaf mijn arm. Ik vloek en scheld en heb het helemaal gehad met dat bospad. Het heeft gisteravond flink geregend en de grond en stenen zijn spekglad. Van de route begrijp ik geen drol. Ik ben er klaar mee. Toch maar het boekje volgen en dat blijkt uiteindelijk te kloppen.

In Paterno bij een alimentari een broodje en perziken gehaald, mijn grschaafde arm, die door het zweet prikt, schoongemaakt, en weer verder. Nu loop ik over een ‘strada bianca’, oftewel een witte weg. Die zijn wel prettig om op te lopen. De uitzichten worden mooi. Door het hondengeblaf achter mij, weet ik dat iemand mij volgt. En als ik sta te genieten van het uitzicht en een foto maak, zie ik ineens een non. Zo’n Maria non uit The sound of music. Als ik bij het kerkhof aangekomen ben, komt ze ook aanlopen. Ze zal wel naar de bijbehorende kerk gaan. Sjeempie, dat doet ze vast vaker. Zweet ik als een otter in mijn zomerkleren, ziet zij er nog even fris en fruitig uit in haar zwarte habijt.

Ik had al gezien dat ik een stuk van de route ook over de weg kon lopen. En omdat ik die bospaden wel geloof, neem ik die. Het blijkt een rustige strada bianca te zijn. Waarschijnlijk qua km wat langer, maar veel eenvoudiger te lopen. Ik heb het wel gehad met die klimpartijen waarbij je alleen maar op je snuit gaat. Als ik bijna boven ben, hoor ik de motoren ronken. En ineens komt er een groep van zo’n vijf racemotoren aan. Allemaal in pak en helm op. Ik moet er wel om lachen, Ieder zijn hobby zullen we maar zeggen. Loop ik daar rustig in mijn eentje te genieten van de stilte, de vogels en heerlijke bosluchten, knettert er ineens wat voorbij. Weg rust, weg lekkere luchten. Maar het is duidelijk: zij hebben net zo veel lol als ik. En als ik nog iets verder boven ben bij een wat grotere weg om even te pauzeren (ik moet nu echt enorm nodig piesen), komt de ene motorclub na de andere me voorbij. Geen racemotoren meer, maar gewone motoren. Ja, dit zijn natuurlijk wel mooie tochten. En zo loop ik verder richting Consuma en Passo della Consuma, dat op 1050 meter hoog ligt. Het hotel is snel gevonden. Daar hebben ze het knijterdruk met de lunch. Ik moet dus even wachten voordat ik geholpen word. Maakt mij niet uit; ik neem eerst wel een cola. Op de kamer mijn broek, mijn sokken en mijzelf gewassen.

Niet alleen ‘s middags hebben ze het druk, ook ‘s avonds. Er is een groep Duitsers die allemaal pizza willen. Ik kan ook pizza krijgen. Toch maar even niet. Kan ik ook gewoon een primo krijgen? Dat kan. Hij rent steeds voorbij. Het duurt dan ook heel lang voordat ik eindelijk mijn spaghetti met venusschelpen krijg. Maareh, waar blijft mijn drinken? Wat had je ook al weer? Frizzante? Nee, naturale. Een halve liter? Nee, een hele liter. En wijn. Rode wijn? Nee, witte wijn. Een halve liter? Nee, een kwart liter. Nou, dat heeft hij lekker goed onthouden zeg. Voordeel van het lange wachten is overigens wel dat ik Inferno van Dan Brown uitlees. De spaghetti is erg lekker, maar ik denk dat er wel een hele bol knoflook in zit. Tsjongejonge. Morgenochtend waarschijnlijk de smaak van een dode muis. Nog een lekkere pruimentaart toe en ik ben weer verzadigd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten