vrijdag 9 juli 2010

Dag 64: Cavaglià - Vercelli (40 km)

Dinsdag 6 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1247 km
Tot Rome: 836 km

Ik heb vannacht slecht geslapen. Ik leek wel claustrofobisch, en dat terwijl de kamer toch best groot is. Ik had het snikheet en ik wilde het licht aandoen. Dat kon natuurlijk niet en dus ben ik twee keer naar de wc geweest. Niet om te plassen, maar om het licht. Maar het beklemmende gevoel ging niet weg. Daarna maar de voordeur open gedaan. Er was wat licht van de lantaarns en er stond een koel windje. Dat ging een stuk beter. Maar ja, ik kon daar moeilijk uren blijven staan. En dus strompelde ik in het donker weer naar mijn bed. Inmiddels iets rustiger geworden, ben ik uiteindelijk wel in slaap gevallen. Maar ik was blij dat ik op kon staan. En dat deden we vroeg: om 6 uur. Het plan was om 7 uur te vertrekken (vòòr de echte warmte) en dan 40 km te lopen. Het zou een lange dag worden. Ik had al ingecalculeerd dat ik halverwege zou kunnen stoppen. En gedurende de dag ben ik dat eigenlijk ook van plan. Austri en Alban zijn op zich prima gezelschap, maar hun pelgrimsleven is niet de mijne. Er is over het algemeen geen gelegenheid om te koken. En ik kan niet elke avond sla en tomaten eten. Dan kom ik als een gratenpakhuis terug, en zak ik halverwege de dag in elkaar vanwege de honger. Ik wil en moet dus uit eten. Bovendien wil ik ook soms gewoon een cola kunnen kopen, omdat ik daar zin in heb. Nu durf ik dat bijna niet: Alban heeft geen geld en zal dus nooit ergens gaan zitten. En Austri heeft er denk ik helemaal geen behoefte aan. Alban is begin 20 en ik voel me verplicht om hem in mijn ‘luxe’ te laten delen. Aan de andere kant ben ik niet zijn sponsor, en moet hij gewoon voor zichzelf zorgen. Ik merk dat ik dat lastig vind. Verder heb ik behoefte aan enige luxe. Een douche is wel het minst. En ik ga al helemaal niet in het open veld slapen. En dus komen hotels en B&B’s vaker in aanmerking dan donatie accommodaties. Tot slot heb ik behoefte aan privacy. Prima om overdag samen te lopen, maar ik ben ‘s avonds en ‘s nachts graag alleen. Dan kan ik mijn eigen ding doen, zoals mijn weblog bijhouden, mijn foto’s op de laptop zetten, de route downloaden, de i Got U opladen, beetje lezen en gewoon met mijn benen omhoog uitrusten. En dit dus allemaal tijdens mijn slapeloze nacht gerealiseerd te hebben, ben ik van plan in San Germano Vercellese te stoppen. Maar als we er aankomen, vind ik het zo’n deprimerende plaats, dat ik er eigenlijk niet wil blijven. En dus loop ik toch verder. We lunchen er wel. Austri en ik dat wat we bij de supermarkt gekocht hebben, Alban dat wat hij van goedwillende bewoners heeft gekregen. Ik vind het toch wel wat hoor. Hij wil de eenvoud en de armoede zelf beleven, evenals de goedheid van mensen ondervinden en dat alles toeschrijvend aan God. Ik ervaar zeker ‘hogere krachten’ of zoiets vaags. Zoals ik al eerder schreef: als je het even niet meer ziet zitten, gebeurt er altijd iets bijzonders, waardoor je weer de kracht en de energie hebt om verder te gaan. Van mij mag je dat God noemen. Ik weet het niet. Maar omdat op zo’n manier te beleven? Ik denk dat hij meer leert als hij helemaal alleen loopt mèt geld, in plaats van lopen samen met anderen, maar dan zonder geld. Maar goed: dat moet hij weten. En het betekent in ieder geval dat ik dus toch 40 km loop en bij ze blijf. Dan morgen maar wat minder en weer alleen verder.
Vandaag lopen we door rijstvelden, rijstvelden en nog eens rijstvelden. Oh ja, en door rijstvelden. Het is erg vlak. Kon ik de vergen niet meer zien: nou hier zijn ze niet hoor. In geen velden of wegen te bekennen. En het is warm en vochtig. ‘s Ochtends om 7.30 uur is het al 27 graden en dat loopt uiteindelijk op tot 34 graden.
Er zijn iets minder muggen dan gisterochtend. Ik heb ook nieuw antimuggenspul gekocht. Dat lijkt wat beter te werken, maar na een dag is de helft van het flesje al leeg. En ik denk nog wel een week door dit vlakke muggengebied te lopen.
En zo komen we dan eindelijk in Vercelli aan. Ik kan niet meer. We lopen naar het gratis seminario. Die heeft echter geen mogelijkheden om te overnachten. Er is wel iets nog een km verderop. Dat ga ik niet doen. Ik ga niet meer lopen. Ik wil NU mijn schoenen uit en mijn benen omhoog. De man van het seminario wil ons wel met de auto brengen. Helaas, dat ga ik ook niet doen. Austri en Alban hebben hun regels om Rome te halen. Ik heb die ook. En dus ga ik niet met de auto naar een ander seminario. Austri en A;ban doen dat wel, omdat dat gratis is. En dus nemen we hier afscheid. Ik loop maar tot Robbio, omdat ik eerst nog naar de apotheek wil voor echte Deet, en voor iets tegen de uitslag op mijn benen. Met zweet en al prikt het. En het is dik en ‘hard’. ‘s Ochtends is het redelijk weg, maar als ik ga staan, komt het direct weer terug. Of het dus van de grassen komt, weet ik niet. Maar het ziet er niet uit.
Ik bel naar het klooster (waar je wel wat voor moet betalen), maar er wordt niet opgenomen. Dan er maar naar toe, maar ook al druk op alle vier de bellen, er wordt niet open gedaan. Dit is zo’n ding waar ik al eerder geslapen heb en zij houden zich aan gewone openingstijden. Het is inmiddels 19.00 uur geweest, dus dat gaat niet meer lukken. Dan heb ik nog drie hotels op mijn lijstje staan. Ik vraag aan een voorbijganger of ze die kent,w aar ze zijn en welke het dichtstbij is. Ze kent er maar één. Oké, dan ga ik daar heen. Ze wijst me de weg. Het is niet echt geweldig: een beetje ouwe meuk. Maar ik vind inmiddels alles goed. En als ik beneden nog even een cola drink, zie ik het eerste doelpunt NL-Urugay. Ik zie nog net Willem-Alexander en Máxima juichen. Twee Italianen kijken ook en vinden het een mooi doelpunt. Ik zeg dan toch met enige trots (slaat helemaal nergens op) dat ik Nederlander ben. En ik stijg meteen in hun achting; ze vinden het prachtig. Ik ben nauwelijks op mijn kamer en ik krijg al een sms van Hans-Jürgen dat het 1-0 is, Hij kijkt in Breda met zijn Nederlandse collega’s.

En dan nog even dit.
- Celestina: gefeliciteerd met je verjaardag, meid.
- Eefje: dank je voor je sms’jes.
- Hanneke: idem en een hartelijke pelgrimsgroet aan al mijn collega’s.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten