Donderdag 1 juli 2010
Vanaf Canterbury: 1122 km
Tot Rome: 961 km
Bij de nonnen geen ontbijt en dus neem ik mijn oude broodje van gisteren als ontbijt. Door alle deuren door naar het andere gebouw om af te rekenen. Een oude non doet voor me open. Er komt zo iemand aan. Dat is goed hoor. Maar voordat non Maria van gisteren binnenkomt, begint de oude non te praten. Ik krijg het idee dat ze een beetje aan het dementeren is. Non Maria houdt haar nogal eens tegen en helpt haar wat. Of ik voor haar wil bidden als ik in Rome ben. Natuurlijk wil ik dat. De non van eergisteren vroeg dat ook al. Ik zal een lijstje maken met verzoeken.
Door het oude centrum van Aosta met Romeinse overblijfselen loop ik door allerlei kleine plaatsjes. Even stil als in Frankrijk, maar er lijkt meer leven te zijn. Er zijn vaker auto's, tuinmeubels en bijvoorbeeld speelgoed te zien. Ik loop weer iets meer in de heuvels. De snelweg loopt namelijk door het dal, en daar loopt de route gelukkig niet. Hier en daar staat wat informatie. Ik loop langs een klein kanaaltje en het blijkt dat deze in de Middeleeuwen al aangelegd zijn. Ze zijn kilometers lang voor de irrigatie van het land. Tegenwoordig hebben ze die functie niet meer, maar zorgen ze wel voor waterafvoer tijdens hevige regenval. Hier en daar overstroomt het kanaaltje dan ook en moet ik wat door het water waden. Ik heb ook veel door het gras gelopen. Om twee redenen word ik daar niet blij van: Ten eerste zie je de slangen niet goed, en dus stamp ik voorbij, zodat zij mij kunnen horen. Ten tweede heb ik een korte broek aan en zit ik weer onder de rode vlekken. Nou ja, het zij zo. Mag overigens ergens niet naar links omdat daar mijnen liggen. Pardon? Waar komen die vandaan?
Ik moet in het centrum van Pontey naar links. Pontey is echter niet één plaats, maar een aantal gehuchten, en ik weet dus niet wanneer ik in het centrum ben. Ik denk dat ik de afslag gemist heb. Even in het bejaardenhuis navragen. Voor de goede orde: ik heb niets tegen bejaardenverzorgers. Die zullen vast heel aardig zijn en nuttig enzo, maar ze hebben het zwarte garen niet uitgevonden. Is dit Pontey? Zo ja, waar is het centrum, daar moet ik naar links. Ja, dit is Pontey. Ze bekijken mijn routebeschrijving. En de manier waarop dat gebeurt, geeft al aan dat ze er niets van begrijpen. Ik zeg nog dat het in het Engels is, maar ze bekijken het van alle kanten. Er staat duidelijk dat ik van Nus naar Pontey loop. Oh, je moet naar Nus. Dat is die kant op. Nee, slimpie. Daar kom ik net vandaan. Ik moet naar Pontey en van daar naar Châtillon. Dan moet je die kant op. Je gaat over de brug en dan kom je bij het station. Ja, dat had ik zelf ook al bedacht, maar dan kom ik ergens anders Châtillon binnen dan de bedoeling. Ik geef het op. Ze begrijpen er helemaal niets van. Ik heb geen zin om terug te lopen naar de betreffende kruising en ga inderdaad maar over de brug naar het station.
Ik heb honger en neem nog een mueslireep. Kleine tip: eet geen chocolade mueslireep als het de hele dag 30 graden is. Ook al weet je dat die smelt en denk je dat je die toch op kunt eten, en de gesmolten chocola van de verpakking af kunt likken. Doe dat niet. Werkelijk alles zit onder. Niet alleen verpakking likken, maar ook alle vingers en mond aflikken. Dan denk je dat je weer schoon bent. Wordt vervolgd.
En zo kom ik in Châtillon aan, maar moet nog een behoorlijk eind lopen voordat ik in het centrum ben. Bij toeval ontdek ik de VVV. Daar heb ik echter niet veel aan. Ze weet werkelijk helemaal niets. Hè, dit is weer vertrouwd Italië: een VVV waar ze onaardig zijn dan wel totaal geen info kunnen geven. En dus ga ik op overnachtingsjacht. En dat is nog niet eenvoudig. Van hotel 1 komt de eigennar pas om 19.00 uur. Hotel 2 is vol. Klooster is telefonisch niet bereikbaar. Hotel 3 ook niet, B&B evenmin. Eerst een cola in de bar. Ik heb het snikheet bij een dikke 30 graden, ik ben moe en ik ben geïrriteerd dat het ergens slapen niet lukt. En dan lopend naar het volgende hotel. En zo waar. Ze hebben plaats. De kamer blijkt wel naast de kerk te liggen. Elk half uur beieren de klokken alsof ze in mijn kamer hangen. Even in de spiegel kijken hoe verhit ik eruit zie. Hmm, wat zit daar op mijn kin? Een grote dot chocola. Loop ik dus al even mee. Niet meer doen, Everdiene.
Als ik de kamer weer uitloop om te gaan eten, word ik bijna in mijn kuiten gebeten door de huishond. En niemand die hem tot de orde roept. Geen zin in pizza en dus pasta genomen, met een lekker chocoladetoetje. Nu heb ik een servet tot mijn beschikking en kan alles keurig schoonmaken.
En dan nog even dit.
- Yaron (en Annette): ruimte om te parkeren in de zon. Dat vind ik een mooie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten