vrijdag 9 juli 2010

Dag 56: Bourg Saint Pierre - Grand Saint Bernard (12 km)

Maandag 28 juni 2010
Vanaf Canterbury: 1063 km
Tot Rome: 1020 km

De accommodatie was niet echt geweldig, douche en wc niet echt schoon, maar we waren de enige, en dat scheelt weer. Als we vanmorgen weggaan, hebben we een probleem met betalen. Zwitserse Francs hebben we niet genoeg en de mevrouw kan niet van de euro's wisselen. Ze gaat dat ergens anders doen en wij nemen nog snel een kopje thee/koffie. Bij het hotel hebben we brood gehaald en daar eten we ook nog snel even wat van. En dan op pad. We blijven een hele tijd langs de rivier lopen, totdat we bij een grote stuwdam komen. Hij is indrukwekkend. We zijn inmiddels alweer een behoorlijk stuk gestegen. Zaten we in Bourg St. Pierre op zo'n dikke 1600 meter; nu zitten we op 1700 meter. Dat hebben we echter bereikt door eerst weer te dalen en daarna weer te stijgen. Leuk die bergen hoor, maar geleidelijk omhoog gaan ze niet. Heb je jezelf net omhoog gehesen, ga je weer omlaag om daarna weer omhoog te gaan. Erg efficiënt allemaal. Het is nog niet echt koud, maar de wind maakt het wel onaangenamer. Achter een huisje op een steen, uit de wind eten we wat. Nou ja, ik dan. Het ontbijt was duidelijk te weinig; ik blijf de hele dag honger houden.
We komen langs Bernard St. Pierre, waar de tunnel zo ongeveer begint. Die is niet te zien; wel de gewone weg over de pas. En die is erg populair bij motorrijders. Wij lopen boven dan wel onder die weg. Prettig om te weten dat we de goede kant op gaan. Zij zijn er echter al over een paar minuten, wij pas over een paar uur.
We zien bergmarmotten; niet één, maar wel drie. Wat zijn die groot zeg. Een is er net zijn hol aan het uitgraven als wij langs komen. Hij steekt zijn kop eruit en ik schrik me helemaal lam. Hij ook en kruipt direct weer terug. Maar als je in de ingang van zijn hol kijkt, zit hij daar rustig naar buiten te kijken en te wachten tot het rustig wordt. Wat gaaf is dit weer zeg.
We komen inmiddels boven de boomgrens. Ook de sneeuw komt dichterbij. En dan ineens zien we sneeuw waar we in kunnen staan. Uitgebreid maken we foto's. Mijn vader in de sneeuw, ik in de sneeuw, Bennie de St. Bernard in de sneeuw, met het fototoestel van mijn vader, met mijn fototoestel. Zo zijn we dus nog wel even bezig. We steken daarna de weg over en moeten door de sneeuw ploeteren. Daar zak je echter zo in weg, dat we ons afvragen of dat wel gaat lukken. De tekens zijn ook in de sneeuw verdwenen. Maar met het betere klim- en klauterwerk omzeilen we de sneeuw en komen we weer op het pad. Het zou nog maar 3 km zijn, maar we moeten nog echt wel een stuk stijgen. Met de wind wordt het steeds kouder. En zo al klimmend, uithijgend, door de sneeuw lopend en weer uithijgend vorderen we gestaag. En dan eindelijk zien we het hospice liggen, Maar daar zijn we nog niet. Weer een 'heuveltje' af en weer op. En wie verschijnen daar ineens? Twee baasjes met vijf grote Sint Bernardshonden. Hele echte, met de vlag van Zwitserland om hun middel. De dranktonnetjes ontbreken echter. We staan bijna te springen van enthousiasme. Wat is het vandaag toch een mooie dag. En helemaal blij lopen we weer verder. En komen dan eindelijk bij de col aan. Wat een overwinning is dit zeg. Ik heb het hoogste punt bereikt. Van tevoren leken de Alpen mij het moeilijkste. En misschien was dat ook wel zo. In ieder geval voor mijn vader. Zo trots als een pauw ben ik op hem dat hij dit 'even' gedaan heeft. Ik weet nu trouwens van wie ik dat onstuitbare (zoals Heleen dat noemde) heb. Ik denk dat hij niet meer kan. Ik ben ook moe, maar niet zo erg als weken eerder. Ik heb duidelijk conditie opgebouwd. En wat een mooi traject om samen gedaan te hebben. Samen met mijn moeder aan de telefoon vieren we deze overwinning.
Als je op de St. Bernard bent, moet je in het hospice overnachten. Dat kunnen echter alleen mensen die lopend dan wel fietsend zijn. ben je met de auto of met de motor dan moet je in het hotel. Het hospice is van de Augustijnen. Hier geen compleet habijt, maar een soort Mao-jasje, beige. Niet echt mooi, maar ja. We dalen af naar de kelder om een paar sloffen uit te zoeken. Je kunt kiezen uit slippers, sloffen en pantoffels. Rijen vol in allerlei maten. Hier is ook plaats voor je ski's. Dat is handig. Je houdt alle sneeuw en modder buiten, en je bedient je gasten uitstekend. We krijgen eerst een pot thee om bij te komen.
We hebben een eigen kamer. Er wordt op vaste tijden gegeten. Die sluiten aan op het ochtend- middag- en avondgebed en de mis/vesper. We willen naar de vesper, maar de mis lijkt over te gaan in de vesper en we hebben geen idee of en wanneer we naar binnen kunnen. En dus gaan we onverrichter zake maar weer terug naar de kamer.
Buiten staat een enorm grote Sint Bernardshond. Die moeten we eigenlijk voor nichtje en kleindochter Anna kopen. Hij past alleen niet in de rugzak. Daarom een iets kleinere gekocht. Samen met Bennie gaat die mee terug naar Nederland. Ik ben bang dat Bennie een beetje vies grijs is als hij in Rome aankomt. Zou toch jammer zijn,
Na het eten zit ik (echt niet heel erg laat) nog wat te computeren als mijn vader al lang en breed snurkt.

En dan nog even dit.
- Simone: ik moest ook enorm om het plaatje lachen. Die gedachte heb ik overigens nog niet gehad; wel een heleboel andere.
- Fred: volop Napoleon gezien; Hannibal en Karel de Grote wat minder. Ik vraag me overigens af of zij over dezelfde smalle paadjes hebben gelopen als wij. Een paard, laat staan een olifant stort volgens mij acuut naar beneden.

1 opmerking:

  1. Dit was het moiste deel. Wat zijn die bergen imposant en wat biedt de natuur een enorme varaitie aan bloemen en planten. De ontmoeting met de St. Bernard honden vlak voor de pas met de gebouwen van het klooster al in zicht was wel een bijzondere. Honden die min of meer het 'logo'van de pas zijn! Ik had ze wel willen omhelzen.
    Pa

    BeantwoordenVerwijderen