zondag 17 augustus 2014

DINSDAG 29 JULI 2014

Montefalco

Afstand: ‘s morgens 9,9 km

Geen problemen vannacht. Goed geslapen en niet misselijk geweest. Uitgebreid ontbeten en een tijd met Emanuela gepraat over Italië, het Italiaanse leven, de economie, Umbrië en Montefalco. Daarna naar San Francesco; een kerk en museum ineen. Emanuela had al verteld hoe prachtig het is. Het behoort tot een van de topmusea in Umbrië dan wel heel Italië. In de kerk zijn prachtige fresco’s van Benozzo Gozzoli te zien. Net als Giotto in Assisi heeft gedaan, heeft Gozzoli hier het leven van Franciscus uitgebeeld. De kerk was ook beschadigd door de aardbeving van 1997 en de fresco’s zijn gerestaureerd. Het zijn prachtige diepe kleuren. Ik maak weer stiekem foto’s. Het leukst vind ik de fresco waar Gozzoli een grapje heeft uitgehaald door Franciscus vier benen te geven; twee onder zijn groene bovenkleed en twee onder zijn rode onderkleed. De man achter hem daarentegen heeft geen benen. Je moet erop gewezen worden, anders zie je het niet.

Links ?, rechts San Fortunato

San Francesco (Gozzoli)

San Francesco (Gozzoli)
San Francesco (Gozzoli)


Rechts man met groen en rood gewaad heeft vier benen
Verder zijn er nog schilderijen, werktuigen en wat Romeinse opgravingen. Best aardig, maar wat mij betreft wat minder interessant. De wijnkelder van de monniken vind ik wel weer leuk. Deze is tijdens de restauratie ontdekt. In oude documenten van 1692 wordt er al gesproken over monniken die wijn maken.

Wijnkelder
In het café drink ik een thee en kan zowel wijn als olie proeven. Laat die wijn maar even zitten; ik doe de olie. Ik krijg twee soorten olie; een mix van vier soorten, en de Moraiolo, met stukjes brood met sesamzaad. Een fantastische combinatie blijkt. Even onthouden voor thuis. Er is inderdaad verschil in smaak. Mjammie.
Op mijn kamer eet ik de overgebleven porchetta op. Lees wat en ga nog even een rondje maken om postzegels te kopen. En wie zie ik daar? Marnix Kappers; die blijven blijkbaar ook rondjes rijden in de buurt.
Ik kan de olijvenpers van de frantoio bekijken. Er zijn twee Canadezen die een week een kookcursus doen in de buurt en de olijvenpers willen bekijken. De frantoio maakt alleen extra vergine. Die is duurder, maar ook beter. In zonnebloemolie, maïsolie en wat voor andere olie dan ook wordt ‘petroleum’ toegevoegd. Alleen olijfolie is van pure olie. En wat ik altijd dacht blijkt niet te kloppen. Ik dacht dat de extra vergine niet om mee te koken was, maar was bedoeld om in salades te doen. Is niet waar. Je kookt ongeveer tussen de 140 en 190 graden. Alleen andere olies kunnen maar tot 90 graden en de extra vergine kan tot 230 graden zonder te verbranden. En dat wat de Italianen allang wisten, is nu ook wetenschappelijk bewezen: de extra vergine olijfolie is heel gezond, goed om kanker tegen te gaan en voor ik weet niet wat nog meer. Probleem is wel dat extra vergine al zo mag heten als er maar 30% extra vergine olijfolie in zit. Niet bij Emanuela natuurlijk. Daar is het 100%, biologisch en alleen lokaal. Het is een hard vak. Twee jaar geleden zaten er geen olijven aan de boom en dus geen opbrengst en vorig jaar waren er heel veel olijven, maar zat er nauwelijks olie in. Er worden veel olijven uit het zuiden van Italië aangeboden. Veel goedkoper dus daarom aantrekkelijk, maar Emanuela, de vierde generatie Brizi makers van olijfolie inmiddels, staat voor lokale producten, uit respect voor de omgeving. Gepassioneerd vertelt ze erover. En daarna mogen we natuurlijk proeven. Ook heerlijk. Zij gebruiken overigens alleen de Frantoio en Maraiolo olijven.
De wijnpers
De familie Brizi heeft eigen olijfgaarden, maar persen ook de olijven van lokale boeren. Iemand in Rome maakt van de olijfolie trouwens zeep en shampoo en zo. Het is dat ik maar een kleine rugzak met het hoogst nodige heb. Anders had ik heel wat flessen wijn en olijfolie ingeslagen.
Het regent overigens een groot deel van de dag en ‘s avonds onweert het weer. Morgen schijnt hetzelfde te zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten