Vrijdag 22 juli 2016
Rieti – Contigliano 14,4 km; 4 uur 38 minuten
Omdat ik niet zo ver ga vandaag, sta ik iets later op. Het gaat echter allemaal snel, en dus zit ik alsnog om 7.30 uur aan het ontbijt. Ik ben weer de enige. Iets over achten vertrek ik. Het eerste stuk gaat langs de rivier en door het industrieterrein van Rieti; soms over vrij drukke wegen, soms wat rustiger. Het laatste stuk loop ik stijgend door bos om bij de derde kluizenarij van het Rietidal uit te komen: Convento di Fonte Colombo. Ik ben nu op tijd, dus zou alles open moeten zijn. Maar op een paar werklui na is er helemaal niemand. En alweer geen stempel. De kerk is dicht omdat die gerestaureerd wordt. Ik kan wel naar de Magdalenakapel waar een rood Tau-teken door Franciscus zelf zou zijn aangebracht.
| Magdalenakapel kluizenarij Fonte Colombo |
| Tau door Franciscus zelf aangebracht |
| Fonte Colombo |
Het is wederom een
rustige plek en ik blijf er dan ook een tijd zitten. Een van de werklui is de
fresco boven de ingang van de kerk aan het restaureren. Gefascineerd kijk ik
toe. Met verf tekent hij wat bij en met een watje maakt hij wat schoon.
| Restauratie |
In een
volgend leven word ik restaurateur. Wat een boeiend en rustgevende bezigheid
lijkt me dat. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik ruk me ervan los, doe mijn
rugzak weer om en ga verder. Na een wat rustiger stuk loop ik weer over een
drukkere weg. Bij het station van Poggio Fidoni pauzeer ik weer even. Altijd
leuk dat er dan net een trein voorbij komt. Het is de korte trein vol met
graffiti. Dat moet haast dezelfde zijn als waar ik een paar dagen geleden in
gezeten heb van Terni naar Rieti.
Op een kruispunt zie ik
een alimentari. En omdat de gps-coördinaten van Ruud zeggen dat hier ook de
B&B zit, ga ik ernaar binnen. Ik haal een broodje kaas en vraag de weg naar
Il Girasole. Die blijkt nog een km verderop te liggen, en iets van de route af.
Ik kijk of ik toch nog via mijn route er kan komen, maar als dat al kan, is het
een stuk langer. En dus loop ik weer over een vrij drukke weg. Na een kwartier
kom ik bij de B&B. Alleen oma van 80 is aanwezig. Ik kan haar moeilijk
verstaan, maar ik begrijp dat ik binnen moet komen. Ze pakt mijn hand vast en
schuifelt met me naar mijn kamer. Ik krijg een flesje water en ze wijst me de
badkamer. Wat een lief mensje. Even later komt Felice thuis. Hij reserveert een
B&B voor morgen voor me. Ik moet tomaten (uit eigen tuin) met zout,
olijfolie en basilicum komen eten. Koud water erbij, een perzik en pruimen (die
hij onderweg geplukt heeft tijdens zijn fietstocht vanmorgen), koffie en
genziana, een eigen gefabriceerde likeur van gele gentiaan, toe. Het was
lekker.
‘s Middags kan ik in de
tuin zitten. Felice laat vol trots eerst zijn grote hoeveelheid tomatenplanten
zien, de enorme kippen en de bramenstruik. Hij zet een stoel voor me klaar en
ik lees mijn boek uit. Na een tijdje komt Franca thuis. Evenals Felice
uitermate vriendelijk. Ik krijg nog overheerlijke zoete bosbessen mee.
‘s Avonds loop ik naar Le
Vigne, een groot restaurant. Door alles wat ik bij de B&B nog te eten heb
gekregen, heb ik niet zo’n honger en neem ik alleen een antipasta. Het is goed
dat ik vroeg gegaan ben, want om even voor negenen als ik terugloop begint het
al wat te schemeren, en ik moet langs een autoweg lopen. Massimo, de zoon van
Felice en Franca komt ook net aan. Zij kletsen verder, ik ga slapen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten