zaterdag 20 augustus 2016

Donderdag 28 juli 2016
Farfa – Montelibretti
17,6 km; 4 uur 54 minuten


Ben weer vroeg wakker. Ik zit dus met gemak even na 7.15 uur in de kerk. Er zijn in totaal 12 nonnen; ik ben de enige gast. Later komen de oude vrouw, de man en het echtpaar er ook nog bij, maar dan is de mis al begonnen. Er wordt veel gezongen. Het verrast me ineens 12 heldere vrouwenstemmen te horen. Uiteraard moet er een man komen om voor te gaan. Ik sta weer op en ga zitten als de nonnen dat ook doen. Aan de eucharistie doe ik niet mee. Na afloop als de pastor weg is, worden er nog een aantal gebeden opgezegd, waarna het een tijd stil is. Alleen de man zit er nog en de rest van de gasten is al verdwenen. Ik stap ook maar eens op. Geen idee hoe lang dit nog gaat duren.

Birgittinessen tijdens de mis
Blijkbaar komt de pastor niet uit Farfa. Hij zit al aan het ontbijt als ik na afloop van de mis de ontbijtzaal binnen kom. Hij heeft blijkbaar een voorkeursbehandeling; hij krijgt yoghurt. Jammie, heb ik ook zin in. Hij heeft zijn habijt uitgetrokken en zit er nu in zijn poloshirt. En omdat ik hem op Alex Klaasen vind lijken, ziet dat er toch wat vreemd uit. Alsof hij in een film gespeeld heeft en nu daar weer uit is. Tijdens de mis keek hij steeds door zijn oogharen wat er gebeurde. Toen het echtpaar met veel lawaai tijdens een gebed binnenkwam, gingen zijn ogen even heel wijd open. Ik moet er wel om lachen; beetje gênant is het ook wel.

Gisteren zag ik al Indiase ‘kunst’ hangen. Beetje vreemd voor een klooster, maar nu zie ik dat alle nonnen een Indiaas uiterlijk hebben. Hoe raar kan zo iets lopen zeg. Een Zweeds meisje wordt non, blijkbaar dringt dat tot in India door. Nonnen komen daarvandaan en gaan in Italië in een klooster zitten. Ach, uiteindelijk is de wereld maar klein.

Ze zijn allemaal uitermate vriendelijk, zeggen goedemorgen tegen iedereen en als ik wil afrekenen (en ze gezamenlijk aan het ontbijten zijn) en ze me zien, begint iedereen te lachen en te zwaaien en komt de non die me de hele tijd al helpt (waarschijnlijk de enige die Engels spreekt) me ook nu helpen.

En dan op weg. Ik loop meteen over een oud pelgrimspad dat stijgt. Ik zweet als een otter. En dan moet ik de heuvel naar Fara in Sabina nog op. Leuk hoor al die stadjes en dorpjes op een heuvel. Maar dan ben ik eindelijk boven. Ik drink er wat bij een bar, wasem een beetje uit en loop verder.
Op weg naar Fara in Sabina

Uitzicht vanaf Fara in Sabina

Onderweg
Canetto blijkt een plaats van niks te zijn. Hier zou de oudste (of grootste) olijfboom van Europa te zien zijn. Het wordt met borden groots aangegeven. Ach, een kwartiertje ernaartoe lopen en een kwartiertje weer terug vind ik prima. Maar als ik aankom, blijkt de boom privé te zijn en moet ik twee euro betalen. Ja, gekke Gerritje. Ga geen twee euro betalen om een boom 10 seconden te kunnen zien. En dus loop ik weer onverrichterzake terug.
Oudste/grootste olijfboom
Bij een bar haal ik water en op een bankje met een oude man zonder tanden drink ik het op. Waar ik heen ga en waar ik vandaan kom. Ik eet er mijn laatste stukje pizza van gisteren op. Hij wijst me de afvalbak die ik niet zo snel zie en het papiertje dus weer in mijn rugzak stop. Ik ken het woord voor prullenbak niet en begrijp dus niet wat hij bedoelt. Uiteindelijk loopt hij er helemaal naartoe om het aan te wijzen. Als ik zeg dat ik het Italiaanse woord voor prullenbak niet kende en ik maar een beetje Italiaans spreek, gaat hij meteen over op gebarentaal en zegt niets meer. Ja hallo, ik ben niet helemaal achterlijk. Nou ja, het is goed bedoeld.

Ik loop weer verder en moet een pad in. Ik kan het alleen niet goed vinden. Ze hebben de boel net omgeploegd. Ik ploeg me er ook doorheen. Het is goed dat ik nu de gps heb. Ik begrijp totaal niet waar het pad loopt. De gids praat over een dichtgegroeid graspad, waardoor je langs de tweede boomgaard moet lopen. Nou, ik kan je zeggen dat daar ook geen pad is. Ik zak soms weg in de klei en ik neem van alles in mijn schoenen mee. En dan vind ik eindelijk weer een ‘echt’ pad. En zo loop ik in alle rust naar Montelibretti. Jemig de pemig, wat stijgt dit laatste stuk nog zeg. Ik loop niet helemaal goed waardoor ik het oude centrum mis. Ik wil nu eerst een cola. De eerste bar is dicht; de tweede ook en de derde is eindelijk open. Ik word nog aangesproken door een jongen of ik een B&B zoek. Ja, maar niet nu. Eindelijk cola: heerlijk. Ik vraag de barmevrouw waar Via Garibaldi is, en de jongen blijkt bij mijn B&B te horen. Die jongen spreekt ook Engels, de andere jongen die bij de B&B hoort niet. Ik vraag hem het hotel voor morgen te reserveren. Nu eerst uitwasemen. En daarna een douche. Die is op de gang. Dus alles pakken: schone kleren, washand, zeep, shampoo. Eerst maar eens naar de wc. Hm, die trekt niet door. Nou, dan niet, goed dat ik geen grote boodschap heb gedaan. Ook hier weer geen douchegordijn. Dat vind ik altijd zo stom. De hele badkamer is meteen zeik. Maar nu niet. Als ik helemaal uitgekleed in het bad sta en de douche wil aan doen, komt er geen water uit. Wat is dit? En er begint me ineens wat te dagen. Ik stap weer uit bad en probeer de kraan van de wastafel. Ook geen water. Shit met peren, er is gewoon geen water. En dus kleed ik me weer helemaal aan. He bah, mijn bh en hemd zijn echt te vies om aan te raken. Maar van wassen komt nu ook niets terecht. De jongens zijn weg en dus ga ik het telefoonnummer maar bellen. Ik krijg een heel verhaal waar ik nog niet de helft van begrijp. Maar er zijn weer eens werkzaamheden. Is het niet de elektriciteit, dan is het dus wel het water. Het zou echter om 13.30 uur klaar moeten zijn en het is inmiddels 15.15 uur. Heel Montelibretti heeft geen water. De mevrouw die ik aan de telefoon heb zal er achteraan gaan. En even later komt ze binnen. Geen idee tot wanneer het duurt, maar ze begrijpt er ook niets van. Ze zet een koffie voor me en ik vraag haar de B&B voor overmorgen te reserveren. Tsja, en hoe lang ik dan nog moet wachten weet ik niet. Maar ik voel me vies. Ik kan nog niet eens mijn handen wassen en het is nu 16.30 uur. Ik hoop dat het vanavond nog gaat lukken.

Eerst maar eens op zoek naar iets te eten en te drinken. Het restaurant dat ik gedachte had blijkt vakantie te hebben en is dicht. De alimentari’s die ik zie, zijn ook dicht. Alles lijkt dicht te zijn. Ik word er wat moedeloos van. Wat een rotplaats: geen water, geen eten. En dus vraag ik het aan een oudere mevrouw die voor me loopt. Ja, er is een supermarkt. Oh nee, die is dicht vanmiddag. Ze denkt even na en eigenlijk is alles dicht. Ze weet wel een soort bar waar ik waarschijnlijk brood kan krijgen. Ze loopt me met mee; ze was op weg naar de kerk, maar dit kan wel even tussendoor. Vroeger reisde ze veel; ze is ook in NL geweest. Zo heeft ze onder andere het Achterhuis van Anne Frank gezien. De mevrouw regelt twee belegde boterhammen met prosciutto. En ze wil ze ook voor mij betalen. ‘Nou, dat hoeft niet.’ ‘Ja wel hoor.’ En gedecideerd rekent ze af.
Mijn diner
We lopen de bar uit. ‘Ga je mee naar de kerk?’ Eh, ik ben nog steeds vies en bezweet en heb mijn wandelkleding aan, mijns inziens iets te bloot voor de kerk. ‘Oh, maar ik heb wel een sjaal die je om kunt slaan. En ze haalt direct een geparfumeerde sjaal uit haar tas. Voorzichtig sla ik hem om. Wetende dat ik stink en vies ben van zweet en zonnebrand. En zo lopen we beide de kerk in. Ik sla de eucharistie over. Ik kan niet goed inschatten hoe men daarover denkt. Aan de andere kant hebben ze natuurlijk geen flauw idee dat ik niet katholiek ben. Maar ik voel me er ongemakkelijk onder. Na afloop van de mis heb ik echter de behoefte om het de mevrouw uit te leggen. Ze begrijpt het, maar vindt het onzin. We zijn allemaal mensen en geloven allemaal in dezelfde God, dus wat maakt dat nou uit. Wat een moderne opvatting van een oudere Italiaanse.

We lopen terug: ik naar mijn B&B en zij naar haar huis. Ze bedankt me, en ik bedank haar. Ze is blij dat ze me heeft leren kennen en wenst me een goede verdere tocht. Ach, wat een bijzondere vrouw. Deze gastvrijheid en vriendelijkheid doen me goed na de slechte start van deze rotplaats.

Ik loop uiteindelijk naar de gemeentefontein om voor 10 eurocent 3 liter water te pompen. Ik heb in ieder geval water om te drinken, om eindelijk mijn handen te kunnen wassen en mijn tanden te kunnen poetsen.

En als ik mij zo goed en zo kwaad als het gaat met halve liter gewassen heb, klopt de buurman op de deur. ‘Is er al water?’ ‘Nee, maar ik heb wel een beetje voor je om je te wassen.’ Nee, dat heeft hij  ook wel, maar hij vindt het belachelijk dat er nog steeds geen water is. Hij gaat de B&B mevrouw bellen. En als ik al in bed lig, hoor ik haar binnenkomen en ze samen praten. Ik hoor dan ok een wc dortrekken en begrijp dat er weer water is. Jammer dan, ik ga er nu niet meer uit om onder de douche te gaan. Morgen maar weer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten