zondag 14 augustus 2016


Dinsdag 26 juli 2016
Calvi dell’Umbria – Selci
20,5 km; 5 uur 55 minuten


Na een prima ontbijt met kaas en worst, ga ik goed gemutst op pad. Ik moet 382 treden af. Dat moet ik natuurlijk natellen. Maar na trede 78 zie ik dat mijn veter los is. En als ik die met veel moeite weer vastgemaakt heb, weet ik niet meer op welke tree ik stond. Nou ja, dan moet ik het maar geloven dat het er 382 zijn.

Onder de trap loopt er een pelgrim voor me. De vorige keer dat er een pelgrim voor me liep dacht ik dat het een man was en bleek het een vrouw te zijn. Nu denk ik weer dat het een man is, maar je weet dus maar nooit. En ja hoor, een man van een jaar of 65. En hij blijkt Nederlander te zijn. Hij is eind april vanuit Hoorn vertrokken. Hij loopt de route van Herman Post. Dat boek heb ik thuis, maar ik heb niet zo paraat hoe de route loopt. En ik ben de eerste pelgrim die hij op zijn hele route ontmoet. Hij is NL een beetje ontvlucht, heeft geen huis meer begrijp ik en hoopte door de tocht het een en ander op een rijtje te krijgen, maar dat is niet gelukt. Hij heeft wel een prachtige ervaring. Zijn tentje heeft hij onderweg verloren, zijn gps-apparaat is stuk en nu loopt hij op de telefoon. Zijn broer stuurt hem elke avond de route voor de volgende dag. Hij loopt ook naar Selci, maar op een andere manier dan ik. En als ik mijn eigen route check zie ik dat ik rechtsaf moet en hij moet rechtdoor. Hij aarzelt. Op zich mag hij met mij meelopen, maar ik zeg het niet. Hij loopt erg langzaam, zijn voeten zijn stuk. Zijn schoenen overigens ook zie ik. Maar zijn route is korter en dus neemt hij zijn eigen weg. Hij vond het fijn mij ontmoet te hebben. Ik herken dat wel: even Nederlands praten, je verhaal vertellen. Maar ach, hij is bijna in Rome en daar wachten zijn broer en zus op hem. En dus scheiden onze wegen hier.

Ik loop weer verder in een flink tempo. Het is heerlijk. Nog niet te warm, de weg is vrij vlak en ik loop over een rustige asfaltweg. En dus kan ik op mijn gemak om me heen kijken. Ik loop over een bergkam en heb aan beide kanten uitzicht.
Onderweg
Hoi pipeloi
Na een tijdje zakt het tempo wel iets in, maar het gaat nog steeds lekker. Ik doorwaad een riviertje, houd in ieder geval mijn voeten droog en dan moet ik weer over zo’n stom onduidelijk pad dat ook nog stijgt. Waardeloos, hier houd ik helemaal niet van. Kees R. loopt waarschijnlijk nooit in de zomer. Want hij schrijft niets over een onbegaanbaar pad. Er zitten doornenstruiken en ik moet me er weer doorheen trekken. Als ik dan eindelijk boven ben, zijn mijn beide veters los, zit ik onder de schrammen die door het zweet lekker schrijnen en heb ik de halve tuin in mijn schoenen, aan mijn rugzak en aan mijzelf hangen. Eerst maar eens mijn schoenen en sokken uit. En als er een Nederlandse auto voorbij komt (de eerste overigens; heb nog geen Nederlandse toerist gezien of gehoord) denk ik nog even dat dat Ruud en Helga zijn, maar het zijn totaal vreemden.

Ik vervolg mijn weg en ga wat slenteren. De temperatuur is inmiddels opgelopen en dat stijgen en trekken kost veel energie. Bij een bar op een kruispunt eerst maar een cola. En dan weer verder. Naar een prachtig kerkje. Ik zou de lus makkelijk kunnen overslaan, maar in de gids staat dat je de kerk echt van binnen moet bekijken. Het is al 12 uur geweest, dus dat is best een risico, maar ik doe het toch maar. En het is inderdaad prachtig. Mooie fresco’s en een icoon.

Icoon

Fresco's

Fresco's

Kerk
Helaas begeeft mijn fototoestel het daarna snel en dus kan ik alleen nog maar een paar foto’s met de telefoon maken.
Ik loop verder naar de Albergo die op dinsdag gesloten is en loop nog 3,3 km van de route van morgen. Het laatste stuk stijgt en ik kan geen pap meer zeggen; het is snikheet. Maar dan ben ik er eindelijk. De bel doet het niet en dus loop ik het hek maar door. Een wat oudere vrouw, Anna, komt eraan. En later haar man Giuseppe, oftewel Pepe (Pino). Wat ziet het er hier gezellig uit.

In de tuin
Ik krijg water, een bordje pasta en tomaat met mozzarella. Ik kom helemaal bij, en oh wat is dit lekker. Dit is een goede voorbode voor vanavond. Pepe brengt me naar mijn kamer. Er is één probleem: er is vanmiddag geen stroom. Er zijn werkzaamheden in de buurt. Nou ja, geeft niet. Maar als hij weg is, realiseer ik me dat ik niet de iPhone kan opladen, niet de iGotU, en niet mijn fototoestel. Maar ik kan ook niet douchen, want er is geen warm water. Dan maar slapen. En als er weer stroom is aan het eind van de middag, laad ik alles op.

Zo gezegd, zo gedaan en als alles voor morgen klaar is, ga ik naar beneden om in de tuin te zitten. Het is inmiddels weer droog en het onweer is weg. Pino komt direct met een boek aan zetten. Het is van een Duitser die de Franciscaanse voetreis heeft gemaakt; er zijn prachtige foto’s bij. Ik krijg er een glas witte wijn bij en ik geniet van de tuin, de rust, het boek, de wijn, de vriendelijke Pino en Anna, van alles. Zo is het leven toch wel heel erg mooi.
Boek, wijn en route
Om even over zevenen kan ik eten. Meloen met prosciutto, pasta met spinazie en met brandnetel. Het duurt even voordat ik het Italiaanse woord voor brandnetel begrijp. Het staat niet in mijn woordenboek. Pino haalt er een Engels en Duits woordenboek bij, maar nog begrijp ik het niet. En als ik het dan op de telefoon vertaal, begrijp ik ineens ook het Duitse woord. Pino is ondertussen een takje uit de tuin aan het plukken om het te laten zien. Brood door Anna gebakken met de heerlijke olijfolie, en toch ook maar een dolce, een stuk taart. Als afsluiter een glaasje Limoncello, en ik kan zo mijn bed inrollen. Ik krijg nog twee Amerikaanse boekjes mee waar Pino en Anna in staan met hun fantastische restaurant en recepten. Pino laat het trots zien, evenals het Duitse pelgrimgedicht dat een pelgrim hem gestuurd heeft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten