Patrico
- Ferentillo
Gelopen:
19,3 km (onderweg: 6 uur en 25 minuten)
Totaal:
140,8 km
Bij
het ontbijt krijg ik peren mee. Meneer Bartoli zelf at die gisteren en gaf ze
ook aan ons. Ik vroeg of het goed was als ik er een meenam voor morgen. Dat was
prima. Mevrouw Bartoli komt echter met nog een handvol aanzetten, speciaal voor
mij. En zo heb ik geen fatsoenlijke lunch, maar wel vier peren.
 |
| Agriturismo Patrico |
Ik
zeg de Duitsers gedag. Misschien komen we elkaar nog wel tegen. De best grote
voorsprong die ik heb, ben ik echter meteen kwijt als de weg daalt. Ik ben een
poldermeid en ik kan niet stijgen en ik kan niet dalen. Met beide stokken
probeer ik mijn weg daarom naar beneden te vinden zonder onderuit te gaan. Dat
lukt aardig, maar ik vind het niet eenvoudig. En als ik dan zie in welk tempo
en hoe de Duitse man naar beneden loopt, is het duidelijk dat ik toch iets
verkeerd doe. Ik doe het houterig, voorzichtig en langzaam en hij soepel en
snel. Ik heb daar geen aanleg voor; ik kan alleen maar hard vooruit lopen.
 |
| Onderweg |
 |
| Onderweg |
Omdat
ik in de routebeschrijving dacht dat ik ergens anders was, dacht ik dat ik bij
een kruising links moest, maar dat lijkt niet te kloppen. Ook de Duisters
denken links te moeten. We lopen wat heen en weer en kijken nog eens. En dan
zie ik dat wel al verder in de beschrijving zijn en rechts moeten. De
beschrijving geeft dat ook aan. Oké, was niet duidelijk.
 |
| Le Cese |
 |
| Onderweg |
In
Le Cese, waar nog negen mensen zouden wonen, even gerust, en naar de B&B
gebeld. En dan gaat het 3 km redelijk rechtdoor en raak ik de Duitsers kwijt.
We lopen niet samen, maar komen elkaar wel steeds tegen en ik heb het idee dat
ik een beetje in de weg loop, of zij natuurlijk. Na Ancaiano gaat het echter
mis. ‘Een paar stappen naar links dalen we aan de andere kant van de asfaltweg
over een oud pad af naar een kerk.’, aldus de beschrijving. Ik zeg nog even een
meneer op een fiets gedag, en ik ben het dalende pad met losliggend grind nog
niet ingelopen of ik lig al op mijn neus. Au, dat doet zeer. Was ik net alle
blauwe plekken kwijt en waren de schaafwonden weg, ik heb ze weer allemaal
terug. Het bloed stroomt uit mijn knie. Hè kut! Au, klote grind. Ik loop weer
naar boven en ga op zoek naar verband en betadine. De meneer op de fiets komt
net weer terug en vraagt of hij kan helpen. En met wat vasthouden en
openscheuren en tegenhouden, kan ik mijn knie, die vies is, wat schoonvegen, de
stroom bloed weghalen en zo goed en zo kwaad als het gaat wat betadine op de
wonden doen en er een verband overheen aan brengen. Luca wil alles van me
weten. ‘Waar kom je vandaan? ‘Ik moet natuurlijk ook weten waar hij woont. Hij
zegt eerst dat hij ‘daar ergens’, aan de andere kant van de berg woont,
Spoleto. Oh, maar dat ken ik wel, daar kom ik net vandaan. Echt waar? ‘Sei sola? Da Patrico a Ferentillo? Complimenti!’ ‘Ach joh, dat valt wel mee.’ Hij
is een soort boswachter begrijp ik. Hij controleert de bomen of zo iets. Ik
begrijp het niet helemaal. Ik heb het idee dat hij me wel leuk vindt. En ik
vind hem ook aardig, maar joh, dat is allemaal veel te ingewikkeld en dus zeg
ik weer gedag voordat hij eventueel andere vragen gaat stellen.
Ik
ga, maar nu iets voorzichtiger, het pad weer af. Hoe dat pad daarna verder
gaat, is totaal niet duidelijk. Ik probeer wat, maar loop steeds vast. Of ik
val bijna naar beneden, omdat het erg smal is, of ik zit ineens tussen de
olijfbomen, of ik zit vast in de struiken. Ook mijn gps geeft geen uitkomst. Ik
zit steeds te ver links of te ver rechts van de route. Ik begrijp er geen drol
van en ik word steeds chagrijniger. Totdat ik helemaal vast kom te zitten in de
bramenstruiken. Mijn net aangelegde verband is ineens van mijn knie af en hangt
in de struik. Wat is dit nou weer? Nu doet het helemaal overal zeer. Mijn benen
zien er niet uit. Overal zitten schaafwonden. Ik vloek en scheld. Ik ben er zo
ontzettend klaar mee. Kutpad en kutkerk. Zoek het uit. Wat nou ‘oud pad’, er is
helemaal geen pad. Au, en het prikt echt enorm. Ik worstel me weer omhoog, denk
toch nog even het pad gevonden te hebben, maar ik loop weer vast. Nu is het
echt klaar. Boos loop ik weer naar de asfaltweg. Op mijn gps zie ik dat ik
gewoon over de asfaltweg kan blijven lopen. Misschien nog niet eens zoveel
langer dan de originele route, maar dat boeit me totaal niet. Ik loop op de
weg. En nog steeds boos en gefrustreerd stamp ik over de asfaltweg. Het is goed
dat Luca al weg is.
Even
verderop zie ik een bordje naar een kerk. In een flits overweeg ik of ik
daarnaartoe zal lopen. Dat is ongetwijfeld de kerk waar het pad naartoe zou
leiden. Maar meteen voel ik de frustratie weer op komen. Ga toch fietsen met je
kerk. Ik wil helemaal niet meer naar de kerk. Ook al had ik die eigenlijk
uitgezocht om even te gaan lunchen. Ik ga nu helemaal niet lunchen. En ik loop
weer verder. Het is lang geleden dat ik me zo gefrustreerd heb gevoeld en boos
ben.
En
dan ineens hoor ik ‘joehoe’. De Duitsers blijken in de olijvengaard te zitten.
Ik loop naar ze toe. Nog steeds briesend, maar daar kan ik in het Duits niet
zoveel mee. Het blijkt dat zij het pad ook niet hebben kunnen vinden. Zij
hebben het alleen wat eerder opgegeven dan ik, hebben dan ook geen enkele
schaafwond, en hebben er ook voor gekozen om over de weg te lopen. Ik plof neer
en eet de restanten van wat ik nog heb op. En zo lopen eerst zij, en daarna ik,
naar Ferentillo. Bij de bar een heerlijke cola en door naar de B&B. Zij
zitten daar ook.
 |
| Schade bekijken als alles echt schoon is |
 |
| Overal schrammen |
‘s
Middags geprobeerd een buskaartje te kopen. De tabacchi verkoopt ze niet en de
edicola is op dinsdag gesloten. Dan morgenochtend vroeg maar proberen.
‘s
Avonds bij een pizzeria wat gegeten. De ober zal me wel vreemd vinden. Ik wil
geen prosecco, geen secondo, geen dolce en geen cafè. Tsja, buitenlanders…
Tijdens
het eten begint het enorm te regenen en te onweren. Ik blijf toch nog maar even
wachten totdat over is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten