zondag 24 augustus 2014

DINSDAG 5 AUGUSTUS 2014

Patrico - Ferentillo

Gelopen: 19,3 km (onderweg: 6 uur en 25 minuten)

Totaal: 140,8 km

Bij het ontbijt krijg ik peren mee. Meneer Bartoli zelf at die gisteren en gaf ze ook aan ons. Ik vroeg of het goed was als ik er een meenam voor morgen. Dat was prima. Mevrouw Bartoli komt echter met nog een handvol aanzetten, speciaal voor mij. En zo heb ik geen fatsoenlijke lunch, maar wel vier peren.
Agriturismo Patrico
Ik zeg de Duitsers gedag. Misschien komen we elkaar nog wel tegen. De best grote voorsprong die ik heb, ben ik echter meteen kwijt als de weg daalt. Ik ben een poldermeid en ik kan niet stijgen en ik kan niet dalen. Met beide stokken probeer ik mijn weg daarom naar beneden te vinden zonder onderuit te gaan. Dat lukt aardig, maar ik vind het niet eenvoudig. En als ik dan zie in welk tempo en hoe de Duitse man naar beneden loopt, is het duidelijk dat ik toch iets verkeerd doe. Ik doe het houterig, voorzichtig en langzaam en hij soepel en snel. Ik heb daar geen aanleg voor; ik kan alleen maar hard vooruit lopen.
Onderweg

Onderweg
Omdat ik in de routebeschrijving dacht dat ik ergens anders was, dacht ik dat ik bij een kruising links moest, maar dat lijkt niet te kloppen. Ook de Duisters denken links te moeten. We lopen wat heen en weer en kijken nog eens. En dan zie ik dat wel al verder in de beschrijving zijn en rechts moeten. De beschrijving geeft dat ook aan. Oké, was niet duidelijk.
Le Cese
Onderweg
In Le Cese, waar nog negen mensen zouden wonen, even gerust, en naar de B&B gebeld. En dan gaat het 3 km redelijk rechtdoor en raak ik de Duitsers kwijt. We lopen niet samen, maar komen elkaar wel steeds tegen en ik heb het idee dat ik een beetje in de weg loop, of zij natuurlijk. Na Ancaiano gaat het echter mis. ‘Een paar stappen naar links dalen we aan de andere kant van de asfaltweg over een oud pad af naar een kerk.’, aldus de beschrijving. Ik zeg nog even een meneer op een fiets gedag, en ik ben het dalende pad met losliggend grind nog niet ingelopen of ik lig al op mijn neus. Au, dat doet zeer. Was ik net alle blauwe plekken kwijt en waren de schaafwonden weg, ik heb ze weer allemaal terug. Het bloed stroomt uit mijn knie. Hè kut! Au, klote grind. Ik loop weer naar boven en ga op zoek naar verband en betadine. De meneer op de fiets komt net weer terug en vraagt of hij kan helpen. En met wat vasthouden en openscheuren en tegenhouden, kan ik mijn knie, die vies is, wat schoonvegen, de stroom bloed weghalen en zo goed en zo kwaad als het gaat wat betadine op de wonden doen en er een verband overheen aan brengen. Luca wil alles van me weten. ‘Waar kom je vandaan? ‘Ik moet natuurlijk ook weten waar hij woont. Hij zegt eerst dat hij ‘daar ergens’, aan de andere kant van de berg woont, Spoleto. Oh, maar dat ken ik wel, daar kom ik net vandaan. Echt waar? Sei sola? Da Patrico a Ferentillo? Complimenti! Ach joh, dat valt wel mee. Hij is een soort boswachter begrijp ik. Hij controleert de bomen of zo iets. Ik begrijp het niet helemaal. Ik heb het idee dat hij me wel leuk vindt. En ik vind hem ook aardig, maar joh, dat is allemaal veel te ingewikkeld en dus zeg ik weer gedag voordat hij eventueel andere vragen gaat stellen.
Ik ga, maar nu iets voorzichtiger, het pad weer af. Hoe dat pad daarna verder gaat, is totaal niet duidelijk. Ik probeer wat, maar loop steeds vast. Of ik val bijna naar beneden, omdat het erg smal is, of ik zit ineens tussen de olijfbomen, of ik zit vast in de struiken. Ook mijn gps geeft geen uitkomst. Ik zit steeds te ver links of te ver rechts van de route. Ik begrijp er geen drol van en ik word steeds chagrijniger. Totdat ik helemaal vast kom te zitten in de bramenstruiken. Mijn net aangelegde verband is ineens van mijn knie af en hangt in de struik. Wat is dit nou weer? Nu doet het helemaal overal zeer. Mijn benen zien er niet uit. Overal zitten schaafwonden. Ik vloek en scheld. Ik ben er zo ontzettend klaar mee. Kutpad en kutkerk. Zoek het uit. Wat nou ‘oud pad’, er is helemaal geen pad. Au, en het prikt echt enorm. Ik worstel me weer omhoog, denk toch nog even het pad gevonden te hebben, maar ik loop weer vast. Nu is het echt klaar. Boos loop ik weer naar de asfaltweg. Op mijn gps zie ik dat ik gewoon over de asfaltweg kan blijven lopen. Misschien nog niet eens zoveel langer dan de originele route, maar dat boeit me totaal niet. Ik loop op de weg. En nog steeds boos en gefrustreerd stamp ik over de asfaltweg. Het is goed dat Luca al weg is. Even verderop zie ik een bordje naar een kerk. In een flits overweeg ik of ik daarnaartoe zal lopen. Dat is ongetwijfeld de kerk waar het pad naartoe zou leiden. Maar meteen voel ik de frustratie weer op komen. Ga toch fietsen met je kerk. Ik wil helemaal niet meer naar de kerk. Ook al had ik die eigenlijk uitgezocht om even te gaan lunchen. Ik ga nu helemaal niet lunchen. En ik loop weer verder. Het is lang geleden dat ik me zo gefrustreerd heb gevoeld en boos ben.
En dan ineens hoor ik ‘joehoe’. De Duitsers blijken in de olijvengaard te zitten. Ik loop naar ze toe. Nog steeds briesend, maar daar kan ik in het Duits niet zoveel mee. Het blijkt dat zij het pad ook niet hebben kunnen vinden. Zij hebben het alleen wat eerder opgegeven dan ik, hebben dan ook geen enkele schaafwond, en hebben er ook voor gekozen om over de weg te lopen. Ik plof neer en eet de restanten van wat ik nog heb op. En zo lopen eerst zij, en daarna ik, naar Ferentillo. Bij de bar een heerlijke cola en door naar de B&B. Zij zitten daar ook.

Schade bekijken als alles echt schoon is

Overal schrammen
‘s Middags geprobeerd een buskaartje te kopen. De tabacchi verkoopt ze niet en de edicola is op dinsdag gesloten. Dan morgenochtend vroeg maar proberen.
‘s Avonds bij een pizzeria wat gegeten. De ober zal me wel vreemd vinden. Ik wil geen prosecco, geen secondo, geen dolce en geen cafè. Tsja, buitenlanders…
Tijdens het eten begint het enorm te regenen en te onweren. Ik blijf toch nog maar even wachten totdat over is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten