maandag 11 augustus 2014

DINSDAG 22 JULI 2014

Agriturismo Valdichiascio - Valfábbrica

Gelopen: 26,2 km (onderweg: 8 uur 55 minuten)

Totaal: 40,2 km

Een van de voordelen van meertaligheid is dat je hersenen ‘flexibel’ zijn. Nou, die van mij zijn nog niet wakker op de vroege ochtend. Ik krijg het niet voor elkaar om in een kwartier afwisselend Nederlands, Duits, Frans, Engels én Italiaans te spreken. Het wordt één grote warboel. Met Elisabeth spreek ik Engels en Duits, er zit een Frans echtpaar dat ook graag wil weten wat ik doe en ik reken in het Italiaans af met de mevrouw. En ik murmel Nederlands vooral in mezelf. Later vraagt Elisabeth nog eens: ‘hoeveel talen spreek jij eigenlijk?’ Ha ha, voor een buitenstaander lijkt het heel wat ja. Maar ik weet wel beter. Ach nou ja, hangt er natuurlijk ook van af hoeveel eisen je (aan jezelf) stelt aan de taalvaardigheid. Op houtje-touwtje-niveau beheers ik alles.
We willen vroeg weg, vanwege de toch weer slechte weersverwachting voor later op de dag. Als ik echter wil betalen, is er helemaal niemand meer. Het Franse echtpaar legt uit dat ze even weg is om een strijkijzer te halen, dus dat ze zo wel terug komt. Je kunt natuurlijk ook even bellen. Goed idee. Maar als ik het nummer in heb gedrukt, hoor ik twee meter van me vandaan de telefoon over gaan. Dat is echt zinvol ja. Maar inderdaad, ik was te ongeduldig, ze komt snel weer terug. Elisabeth is al op pad gegaan en ik haal haar vrij snel in.
We hebben geen lunch mee. Zoals Elisabeth al zei: ‘de mevrouw is niet echt aardig, ze heeft geen idee van de noden van een pelgrim, en het gaat alleen om geld.’ En hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik dat wel vind kloppen ja.

Lago di Valfábbrica
Eigenlijk loopt de hele weg rondom een groot meer. Elke keer duikt het wel weer op, maar dan van de andere kant. Bij een verlaten agriturismo lunchen we; althans we delen alles wat samen nog aan eten hebben. En dan komen we eindelijk in Valfabbrica aan. Door de naam denk ik steeds dat het een industriestad is, maar niets is minder waar. Het is een oud stadje. We slapen bij een ostello.

‘s Avonds bel ik met het Duitse nonnenklooster. In mijn beste Italiaans probeer ik een kamer te reserveren. Ik krijg een simpele ziel aan de telefoon waarvan ik me afvraag of ze me wel begrijpt. Ze zegt dan ook dat ik over tien minuten maar even terug moet bellen. En dan krijg ik een iets intelligentere persoon aan de telefoon. De kamer is voor morgen geregeld.
Ik heb internet en lees in een mail van het werk dat er ook nog een leerling van een school in Singapore met haar ouders in het omgekomen vliegtuig hebben gezeten. Hè bah. Het nieuws schokt me weer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten