Gubbio - Agriturismo Valdichiascio
Gelopen: 14 km (onderweg: 3 uur)
Totaal: 14 km
Omdat ik vandaag niet zo ver hoef te lopen, was mijn eigenlijke idee om eerst nog wat door Gubbio te struinen en daarna pas te gaan lopen. Volgens de weer-app gaat het echter om 14.00 uur regenen en onweren. En als ik ergens een hekel aan heb is het wel onweer.
Vanaf 8.00 uur kan ik ontbijten, dus dat doe ik dan ook maar. En ItaliĆ« zou ItaliĆ« niet zijn als er weer allerhande cake ligt om uit te kiezen. Er zitten al twee Italianen te ontbijten die de cake de hemel inprijzen. Alle details worden uitgewisseld: waarom het zo lekker is, en wat er dan in zit, en wat ervoor zorgt dat je die en die smaak krijgt. De volgende Italiaanse gast wil na deze verhalen ook nonna’s cake proeven. En dan blijkt dat alle cakes door oma gebakken zijn. Federica glimt van trots als haar oma zo bejubeld wordt.
Even vragen waar een alimentari is voor een broodje kaas voor de lunch, daarna pinnen en dan op pad. De zon schijnt niet, het is niet al te warm, dus eigenlijk prima wandelweer. Maar schijn bedriegt, zal later blijken.
In een nieuwbouwwijk zou ik een straat links in moeten, omdat daar Chiesa della Vittorina ligt, een kerkje waar de eerste generatie minderbroeders middenin de bossen heeft gewoond. En Franciscus zou hier de wolf voor de eerste keer ontmoet hebben. Bossen zijn er allang niet meer en het kerkje ziet er van buiten niet heel erg bijzonder uit. Toch maar even naar binnen. En dan blijkt het prachtig te zijn. Klein, oud en vol met fresco’s. En stil. Wat jammer dat je hier niet een kaarsje kunt branden.
 |
| Fresco's Chiesa della Vittorina |
 |
| Chiesa della Vittorina |
Als ik weer naar buiten ga, staat er een grote groep jongelui. Ze krijgen uitleg over Franciscus van Assisi en pelgrimstochten. Als ik een klein ommetje maak omdat ik dacht ergens water te kunnen kopen, maar wat een tuinmeubelcentrum blijkt re zijn, bevind ik me ineens middenin de groep. Ze lopen mij te langzaam en dus passeer ik ze, maar elke foto die ik maak, zorgt ervoor dat ik me weer tussen de jongelui bevindt. Bij een bar ga ik wat drinken en raak ik ze uiteindelijk kwijt. En die pauze had ik eigenlijk niet moeten nemen. Nadat de zon even heeft geschenen, wordt het steeds donkerder en ga ik steeds harder lopen. De weg stijgt echter en ik raak wat buiten adem. Ik passeer de groep jongelui weer die bij een verlaten huis aan het rusten zijn en ik haal een Duitse pelgrim in. Ze loopt langzaam, omdat ze last van haar voet heeft. Ook zij is vandaag vertrokken uit Gubbio, maar loopt al een week of twee vanaf Florence. Het begint te spetteren, en het rommelt al een tijdje. En ineens gaat het heel hard regenen. Ik heb de neiging om gewoon door te lopen, maar Elisabeth wil schuilen. Het begint echter zo hard te regenen dat schuilen geen enkele zin heeft. Alsof er hele emmers water gelijk naar beneden gegooid worden. Ik heb geen regenpak meegenomen, omdat ik dat veel te heet vindt in de zomer. Ik had het idee dat je door de zon vanzelf wel droog zou worden. Er is op dit moment echter geen draad aan mijn lijf meer droog. Een lichtflits; de donder laat heel kort op zich wachten. Ik vind dit niet fijn. En dan ineens een enorme knetter. Ik schrik me zo enorm lam dat ik ervan struikel en bijna op de grond lig. En dan gaat het nog harder regenen en steekt er een storm op. Er rijden een paar auto’s voorbij die ons niet zien. Ik wil een auto aanhouden om op z’n minst te kunnen schuilen. En dat lukt. Elisabeth had dat alleen niet zo door. Kom op, naar binnen! De auto wil al bijna wegrijden. Ik ruk de deur van de auto open en struikel naar binnen. Een moeder met een jongen van een jaar of tien. Elisabeth komt er ook aan. Grazie mille. Je kunt geen hand voor ogen zien. Maar ik voel me in de auto veilig. Ze moet een stukje doorrijden om te kunnen keren, en ons naar de agriturismo te brengen. Elisabeth heeft daar ook gereserveerd. Drijfnat kunnen we naar binnen. Eerst douchen; ik heb het koud gekregen. En dan alle natte spullen uit de rugzak, en die zo goed en zo kwaad als het gaat laten drogen. Al mijn kleren zitten in plastic zakken, die zijn droog, maar mijn toilettas niet en alles wat ik aan kleren aan heb, is ook klets- en kletsnat. Ik hoop dat ik dat nog droog krijg. En dan hoor ik ineens de groep jongelui weer. Zouden die hier ook slapen, of gaan ze hier eten, of is dit alleen een kleine rustplek. Dat laatste blijkbaar, want even daarna wordt er ‘andiamo’ geroepen, en iedereen gaat weer. En nog weer later komen er nog een paar wandelaars aan, de helft lopend, de andere helft ook met de auto. Er hebben blijkbaar meer mensen een schuilplaats in de auto gezocht. Een heerlijke middag aan het zwembad kan ik in ieder geval helaas wel vergeten.
‘s Avonds komen Karin, Peter en de kinderen. We eten uitstekend en Elisabeth eet met ons mee. Wat een gezelligheid. Altijd leuk om ze allemaal weer te zien. Ze zitten op een camping zo’n 100 km verderop in een prachtig natuurgebied.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten