maandag 11 augustus 2014

ZATERDAG 26 JULI 2014

Assisi - Spello

Gelopen: 18,9 km (onderweg: 6 uur 55 minuten)

Totaal: 76,5 km

Iets na 7 uur vertrek ik. Omdat ik Jasmine nog tegenkom die naar de kerk is geweest en ik nog een bar inga om wat te eten, verlaat ik uiteindelijk 7.30 uur Assisi. Volgens de gids is het 7 uur lopen, maar volgens verschillende reisverslagen is het meer dan 7 uur. Dan zou ik 14.30 u in Spello aankomen. Dat lijkt me prima in verband met het weer; het zou goed moeten zijn, maar ik vertrouw het niet helemaal.
De weg stijgt meteen lekker. Een van oorsprong Australische maar nu in Europa wonende vrouw is ook op weg naar De Carceri, een kluizenarij. Ze loopt wel wat erg langzaam en dus verlaat ik haar weer snel. De weg loopt niet makkelijk, omdat ze bezig zijn met het leggen van een of andere buis op het pad. Dat betekent dat het pad in tweeën gedeeld is, met in het midden een geul waar die buis in ligt. En dus hop ik van links naar rechts, over de buis heenspringend.
Moeilijk lopen
Zo bereik ik al hijgend de kluizenarij. De rest van de bezoekers is met de bus of met de taxi gekomen. Ik was even vergeten dat ik er enigszins decent uit moet zien. Dus ik vis mijn broekspijpen en een T-shirt met lange mouwen uit mijn tas. Er is een groep die rondgeleid wordt; ik loop zelf wel. Door hele smalle gangetjes en lage deurtjes moet ik naar beneden. Het lukt niet met mijn rugzak op; ik ben te groot. Daarom maar weer terug, rugzak af en opnieuw kruip-door-sluip-door naar het oudste gedeelte van de kluis. Daar is onder andere de rots te zien waarop Franciscus gelegen zou hebben.

Toegang kluizenarij Carceri
Slaapplaats Franciscus
Kluizenarij Carceri
Het pad dat door het bos voert laat ik zitten; ik moet weer verder. Ik schrijf nog wat in een kapelletje in een boek. Daarna nog even een stempel halen, pijpen afritsen, T-shirt met lange mouwen uit, fruit eten, water drinken en weer verder. Even verderop nog plassen in de vrije natuur, waarbij ik wreed verstoord word door een mevrouw die naar beneden loopt. Nou ja de ergste nood is gelenigd. En zo stijg ik lekker verder. Ik kom een groep van 18 Fransen tegen die op weg zijn naar Assisi. De weg blijft stijgen, met op het toppunt geen boom meer te bekennen, een flinke wind en een schitterend uitzicht op Assisi en Santa Maria degli Angeli.
Uitzicht op Assisi


Wat is het mooi. De top is op 1290 meter hoogte. Ik wring me door hele smalle openingen van een prikkeldraadhek en loop dan in een rustig tempo weer naar beneden. Wat was het prachtig.
Lelie
Onderweg
Kudde paarden
Natuurlijk 'amfitheater'
En al fluitend en om me heen kijkend zie ik dat het toch wat donkerder begint te worden. Daar ben ik niet blij mee. Ik begin wat harder te lopen. Het wordt steeds donkerder, en ik loop steeds harder. Eigenlijk levensgevaarlijk op zo’n dalend pad. Maar ja, wat is de minst slechte keus: dood door een bliksemschicht of dood door een val in de afgrond. Het begint te regenen. Snel mijn rugzak af en de regenhoes eroverheen. Rugzak weer op, en verder ‘rennen’. En dan lig ik ineens op de grond; eerst op mijn knieën en dan verder voorover helemaal. Kuttediekut; ik vloek en scheld en hijs mezelf weer overeind. Mijn knieën zijn zwart en doen zeer, maar ik ‘ren’ weer verder. Ik word steeds natter. Het blijft donderen, maar gelukkig zie ik geen lichtflitsen; ik loop dan ook in een vrij donker bos. Ik schat dat ik nog zo’n 5 km moet lopen. Er lijkt geen eind aan te komen. En ik zit echt in the middle of nowhere; ik kom niets of niemand tegen. Als ik iets meer uit het bos kom, zie ik dat het voor mij lichter wordt. Ik denk (en hoop vooral) dat de bui achter mij is en op de berg blijft hangen. Ik ben inmiddels behoorlijk nat, van zowel de regen als van het zweet. En dan wordt het eindelijk droog en gaat de zon weer schijnen. Achter mij op de berg is het nog steeds donker, maar voor mij is het mooi weer. En ineens voel ik dat mijn knieën zeer doen en dat ik enorm moe ben. Ik moet nog zo’n 2 km en die strompel ik inmiddels. Ik zie Spello prachtig liggen.
Daar ligt Spello

Spello
Wat ben ik blij dat ik het gehaald heb. Bij een fonteintje was ik het ergste vuil van mijn knieën. Op naar hotel Il Cacciatore. Ik val neer op het bed. Ik ben gesloopt. Wat een dag, waarop ik heel wat tranen heb voelen opkomen:
  • van bewondering na het bijzondere verhaal van Jasmine
  • van verdriet bij een kapelletje in de kluizenarij waar ik in een boek wat voor de nabestaanden van de vliegtuigramp heb geschreven
  • van vreugde bij het zien van de natuurpracht op de berg, en
  • van opluchting dat ik de regen, het onweer en het beetje onverantwoord de berg met 6 à 7 km per uur aflopen, overleefd heb.
Dank God, Franciscus, Christoforus, of wie dan ook.
 
Kerk van Sant' Andrea

Geen opmerkingen:

Een reactie posten