Dinsdag 15 juni 2010
Vanaf Canterbury: 824 km
Tot Rome: 1259 km
Het hotel waar ik slaap is ook een bar, een mannenbar welteverstaan. En dus zit ik als enige vrouw te eten tussen drinkende mannen. Oh nee, er komt nog een vrouw binnen. Blijkt ook een gast te zijn. En zo zitten we als twee vrouwen te eten tussen drinkende mannen. En wat krijgen we te eten? Een karbonade, worteltjes en een aardappel. Ha, ha, het is net alsof ik in Nederland ben. Zelfs thuis eet ik echt nooit aardappels, vlees en groenten. Het is niet echt een hoogstaande maaltijd, maar het is prima. Vol trots vraagt hij of ik de zelfgemaakte taart als dessert wil. Tuurlijk. En die is helaas een beetje aangebrand. Een echte topkok is er niet, maar goed. Zoals gezegd, het smaakt verder prima. En ze zijn weer erg vriendelijk. Hij weet al dat ik een stempel wil en hij reserveert ook het hotel in Ouhans voor me.
Vanmorgen ontbijt met zuurdesembrood van gisteren. De croissants komen eigenlijk ook mijn neus uit, dus ook dit is prima. Nu helpt een mevrouw me. Ze denkt waarschijnlijk dat ik geen woord Frans spreek, want ze begint extra hard te praten als ik wil afrekenen. Rare gewoonte is dat toch van mensen.
Een dag en een tocht die waardeloos lijken te worden, blijken toch nog goed te eindigen. Om even over achten vertrek ik. Ik vraag waar de Rue de la Gare en de Grande Rue zijn (daar moet ik beginnen), maar die lijken ze niet helemaal te weten. Al gauw blijkt het niet te kloppen, en loop ik weer terug. De supermarkt weten ze wel, en zo kom ik alsnog op de goede route. Het is inmiddels bijna half negen. Het regent pijpenstelen. Balen! Vrij snel begint het gelukkig zachtjes te regenen. Ik moet weer langs een track. En zoals al eerder gezegd, is de routebeschrijving dan lastig. Bovendien regent het en kan de weg wel eens behoorlijk modderig en onbegaanbaar zijn. De track omzeilen betekent echter een flinke omweg. Op hoop van zegen dan maar. Het lijkt goed te gaan. Vanwege de regen kom ik niemand tegen. Alleen koeien. En die kunnen heel veel lawaai maken blijkt. Ze lijken harder te kunnen loeien dan in Nederland. En sinds een paar dagen kom ik koeien tegen met bellen om. Ik vind het wel een gezellig geluid. Net alsof ik al in de Alpen ben. Akkerbouw is hier niet echt meer aan de orde. Koeien, en hier en daar een schaap: Dat is wat men hier houdt. En dan houdt het pad op. Ik moet tussen een haag van bomen naar rechts. Het VF teken wijst naar links. Maar zowel naar rechts als naar links kan niet. Rechts is geen pad, maar ik probeer het toch maar even. En dan loop ik door kniehoog (en hier en daar middelhoog) nat gras. Ik ben weer zeiknat. Maar een pad, zie ik niet. Naar links stuit ik op prikkeldraad. Het hek is met geen mogelijkheid open te krijgen. En dus ga ik onverrichterzake weer terug. Ik heb hem behoorlijk zitten. Ik baal van dit soort onmogelijkheden en omwegen als ik al veel moet lopen. Weer terug dus en via de gewone weg met een omweg verder. Na een tijdje zit ik gelukkig weer op de route. Maar ik ben twee uur verder en heb nog geen 4 km van de route gelopen. In dit tempo kom ik vannacht wel een keer aan. Ik verhoog het tempo iets en dan gaat het eigenlijk wel lekker. Om 12 uur kom ik in Nods aan. Pff, ik heb pas 10 km gelopen; ik moet er nog 20. Eerst maar even eten. Het is in de wind nog best koud, maar het is gelukkig inmiddels droog. Hierna moet ik weer over een track. Dus als ik een mevrouw bij de auto zie, ga ik haar maar eens vragen hoe en wat. Ze heeft haar bril niet bij zich. Of ik iets warms wil drinken. En voor ik het weet, stap ik een oud wereldwinkelachtig huisje binnen. Arlette is wat zweverig, met haar fleurige, fladderende kleding. Ik zie boeddhistische dingen, maar ook een kaart van Christus. En de kalender geeft de stand van de maan en de sterren aan. Of ik groene thee wil. Sinds tijden weer eens echte thee, met theeblaadjes en verse stukjes gember erin. Het is allemaal wat alternatief, maar ze is erg aardig. Ze tekent uit hoe ik moet lopen. En vindt het fantastisch dat ik zoveel maanden vrij ben en in mijn eentje naar Rome loop. Wat een rijkdom. Wat zul jij een ervaringen opdoen. En dat klopt helemaal. Ik zit er snel een uur. Niet echt handig als je al niet zo veel tijd hebt. Maar ja. Dat warme kopje thee was toch wel heel erg lekker. En zo nemen we weer afscheid. Ik denk dat ze vanavond nog wel een kaartje voor me gaat leggen dan wel een zonnegroet brengt. Maar dit soort mensen zijn voor een pelgrim goud waard.
De uitgelegde en getekende route blijken toch niet helemaal te kloppen, en al gauw weet ik niet meer welke kant ik op moet. Op de kaart die er hangt staat dat je hier kunt langlaufen. Ja, dat zal vast wel, maar hoe moet ik lopen? Er zijn wel drie huizen en gelukkig is er bij een van de drie een mevrouw in de tuin. Dus nogmaals vragen. En dan kom ik weer op de router. Ik loop door bos, waar nog een ree voor me uithuppelt. En dan kom ik eindelijk in Ouhans aan. Het is 17.30 uur. Ik heb nog heel wat tijd ingehaald, maar ik kan geen pap meer zeggen. Dat is niet zo gek; ik blijk 40 km gelopen te hebben. En de 800 km grens gehaald.
En dan nog even dit.
- Yvonne: ik heb er ook van genoten dat je even met mee gewandeld hebt.
- pa en ma: dank!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten