maandag 17 mei 2010

Dag 10: Amettes - Bruay la Bruissière (20 km)

Donderdag 13 mei 2010
Vanaf Canterbury: 169 km
Tot Rome: 1914 km

We waren wellicht wat denigrerend over de vervallen boerderij waar we hebben overnacht. Maar de boerderij blijkt op de ruïnes van een kasteel uit 1610 te staan. Het huis is een van de torens. Dat klinkt toch ineens stukken beter. Colette, de B&B mevrouw, helpt ons prima met het bellen naar een volgend adres. Helaas is het vol, en heeft ze nog een andere suggestie. Bruay is volgens haar namelijk helemaal niks en daar moet je vooral niet overnachten. Er gaat niets boven Arras. Vandaag iets verder lopen, is wel aangenaam, omdat ik anders morgen 35 km moet lopen. En dan moet er niets misgaan. En dat laatste is niet erg eenvoudig, dus dat is een groot risico. Ik ben toe aan een dagje rust en dan is 35 km, en eventueel meer, wel erg veel. Alles wat er dus vandaag al af kan, is mooi meegenomen.
Eerst nog even lekker ontbijten, met inderdaad zelfgemaakte confiture van van alles en nog wat. Enorm lekker. De honden buiten blijken ook echte jachthonden te zijn. Er zijn zoveel konijnen en hazen. Eh ja, natuurlijk. Volgens mij zijn ze, misschien op het brood na, helemaal zelfvoorzienend. Ze wil graag een foto van ons maken, en daarna gaan we in de regen op pad.
We lopen door een gebied waar waarschijnlijk ook een manage is. Het ene na het andere paard komt langs: een eenzame ruiter, een groepje ruiters, met en zonder karretje. En de weg ligt dan ook onder de paardenvijgen: van net gedraaid tot een paar dagen oud. We zijn wat afgeleid door die beesten en missen een afslag. Gelukkig vinden we het weer; we hebben iets om gelopen. Verder verloopt het redelijk voorspoedig, totdat we vlak voor Bruay zijn. Voor de zekerheid toch even naar de camping bellen of er plaats is. En helaas: de camping is dicht. Dat is balen. Wat nu? Toch overnachten in Bruay en daar een dag rusten en de dag daarna de tocht der tochten. Soms blijken problemen zichzelf eenvoudig op te lossen. Bruay blijkt echter inderdaad een vreselijke plaats te zijn. Komen we eerst langs huizen waar niemand meer woont, waarvan de ramen zijn ingegooid, en de tuinen door woonwagenbewoners in gebruik zijn genomen, komen we daarna door een straat met gezellige feestartikelen en andersoortige dingen en de kledingwinkel verkoopt ook wel erg weinig stof voor een jurkje. De andere winkelpanden zijn bouwvallen. In de jaren 20 en 30 lijkt dit een welvarende stad te zijn geweest, maar daar is niets van over. Zoals mijn oma vroeger al zei: vroeger hadden kinderen snotneuzen, tegenwoordig hebben snotneuzen kinderen. Dat is hier ook het geval.
We moeten naar de Avenue de la Libération. Dat klinkt toch als een grote weg, die iedereen zou moeten kennen. We hebben het aan wel tien mensen gevraagd, jong, oud, alleen, echtpaar, 'chique' mevrouw, achenebbisj jongen inclusief blauw oog: en niemand die het weet. Dat is toch wel heer erg raar. En dan eindelijk lijkt iemand het te weten. Na een hele tijd lopen, komen we op de goede straat. Dan nog op zoek naar het goede nummer. Helaas, het hotel is dicht, en het nummer van de B&B lijkt niet te bestaan. We bellen naar het andere hotel. Daar is nog een kamer, maar we moeten nog een stukje lopen. Het meisje aan de telefoon is heel vriendelijk. Ik zat volgens mij te schreeuwen aan de telefoon, geïrriteerd dat ik was, omdat het zo slecht aangegeven is, het zo ver weg is, dit een kutplaats is, het verkeer zoveel lawaai maakt dat ik haar niet kan verstaan, en de Franse zinnen niet meer lukken, maar gelukkig spreekt ze Engels. Bij een Centre Commerciele met megawinkels vinden we dan eindelijk het hotel. En bij aankomst begroet ze ons breed lachend. Dat hadden we net nodig. We krijgen een top kamer. Later blijkt dat het hotel 5 km buiten de route ligt. Maar hier blijf ik geen dag langer. Al moet ik me hier vandaan slepen, morgen ben ik weg. Het meisje belt nog even voor mij met de B&B in Ablain Saint Nazaire; dat blijken vrienden van haar te zijn. De kamer (er blijken er maar twee te zijn) is gereserveerd.

En dan nog even dit.
- Lianne: soms weet ik in het leven niet waar mijn plek is, maar tijdens deze tocht is dat aan het eind van de dag waar mijn bed staat. En als ik na maanden weer terugkom, is dat thuis.
- Bert en Annette: jullie weten dat ik geen matje heb hè? En het is echt heel koud, dus extra dekens zijn zeker noodzakelijk!! Nemen jullie ook shampoo mee?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten