Benevento – Montecapriano (16,5 km)
Gisteravond bij
8cento24 gegeten. Ik twijfel tussen een antipasta en een dolce. En de mevrouw
weet het goed gemaakt: je doet gewoon allebei en dan maken we de antipasta wat
kleiner. Zo gezegd zo gedaan. En dus krijg ik met een glas witte wijn uit Benevento,
vier enorm lekkere crostini, lintpasta met courgette en kabeljauw, en strega
appel (vanille ijs met Strega, de lokale likeur; hoe meer je dat drinkt hoe
lekkerder het wordt. De toch wat vreemde smaak is even wennen). Ha ha, wat een
verschil met het truckercafé van vanmiddag. Daar gold meer ‘het hoeft niet
lekker te zijn, als het maar veel is’ (hoewel dat voor Italianen eigenlijk
nooit geldt), en vooral iedereen hetzelfde en een beetje dooreten want de
volgende gang staat al op tafel. Hier bedient het personeel met een servet over
het dienblad en heeft een van de obers handschoenen aan. Het is een hippe tent,
zeer betaalbaar en erg lekker. Had hier al een paar dagen naar uitgekeken, en
het was de moeite waard.
 |
| Voorgerecht |
 |
| Hoofdgerecht |
 |
| Nagerecht |
Vanmorgen
Alessandro naar mijn washand gevraagd. Die ben ik ineens kwijt, en ik denk dat
ik hem eergisteren in de douche heb laten liggen. Helaas, de schoonmakers
hebben hem waarschijnlijk weggegooid.
Alessandro gedag
gezegd, daarna kaartje op de bus gedaan en op naar de alimentari. Dat blijkt
nog niet zo eenvoudig. Die Alessandro had opgegeven verkoopt geen belegde
broodjes. Die die mevrouw opgeeft is dicht en zo loop ik nog een behoorlijk
eind terug tot ik een bakker vind. Dan
maar een droog broodje en een brioche. Het is vandaag namelijk Bevrijdingsdag
en ik had me vergist in de datum. Ik dacht dat dat de 27e was, maar
dat is dus de 25e. En dat betekent dat veel winkels dicht zijn.
En zo ga ik bepakt
en bezakt weer langs de poort van Trajanus die op dit moment gerestaureerd
wordt, door de Via Pasquale, waarlangs ook de B&B ligt. Dit is de oude Via
Traiana, het alternatief van de Via Appia. Ik loop wat door de, niet al te
rijke, buitenwijken van Benevento richting de gevangenis. Daar was ik via facebook
voor gewaarschuwd, maar Rietje vond dat onzin. Het zou geen probleem zijn. En
als ik de poort doorloop om langs de parkeerplaats van de gevangenis de weg in
te lopen, besluit ik toch maar even om de bewaking te vragen. Je weet maar
nooit. Je kunt maar beter vrienden maken. De bewaker heeft echter geen flauw
idee wat ik aan het doen heb, de VF del Sud zegt hem niets, het wandelboekje
heeft hij nog nooit gezien. Dit gaat niet lukken. En aangezien hij niet uit
zijn hokje komt, er waarschijnlijk kogelvrij glas tussen ons zit en het bakje
om wat door te geven miniem is, communiceert het niet optimaal. Maar hij vraagt
wel even een collega. En die komt er wel aan, Hij begrijpt ten minste wat ik
bedoel en ik mag gewoon over het pad lopen. Vorig jaar waren er ook twee
Nederlanders die hier liepen. En waarom loop jij alleen? Ik zeg dan altijd maar
dat er niemand is die mee wilt lopen, want uitleggen dat het echt leuk is om
alleen te lopen, begrijpt toch niemand. En bij de vraag of ik getrouwd ben, of
liever gezegd bij mijn antwoord, bekijkt ook hij me weer anders. Ik moet in
deze contreien blijkbaar zeggen dat ik wel getrouwd ben, anders lijk je wel
aangeschoten wild. Nou toedeledoki maar weer.


Het eerste stuk vind ik toch wat
unheimisch. Veel afrastering met videobewaking, heel veel afval langs de weg en
verder helemaal niemand. Die afval blijf ik km lang tegenkomen. Het is echt
ongelooflijk; je rijdt hier blijkbaar met al je afval in je auto naartoe om het
hier te dumpen. En dat varieert van de dagelijkse afval tot aan matrassen (de
vorige keer dat ik die zag, bleken dat afwerkplaatsen van hoeren te zijn),
televisies, spiegels, een wandelwagentje, wc-potten, autostoelen, een Walt
Disney kinderklok, autobanden, een heel servies. Je kunt het zo gek niet
bedenken.
Ik loop over een
industrieterrein; volledig stil vanwege Bevrijdingsdag. Hoewel het volgens het
bordje niet mag (maar volgens de gids wel), loop ik over de oude Ponte
Valentino. Deze zou op instorten staan, en als je daar wat langer over nadenkt,
begin je meteen wat sneller te lopen en wel zo licht mogelijk om maar geen
schokken te veroorzaken. Slaat helemaal nergens op natuurlijk, maar ja. Ik kom
heelhuids aan de overkant. En als ik dan onder een tunnel doorgelopen ben, waar
het echt een vuilnisbelt is, wordt het eindelijk minder. En het uitzicht wordt
ook meteen mooier. Hier kan ik wel even pauzeren. Wat een mooi uitzicht.
 |
| Mijn weg ná de vuilnis |
 |
| Uitzicht, tijd voor pauze |
Na mijn brioche
opgegeten te hebben loop ik verder. Kort daarna begint de weg te stijgen. Ik
loop inmiddels op de Via Ignazia. Deze weg liep van Durazza naar
Constantinopel. Het uitzicht blijft prachtig. En dat staat ergens op een muur
geschilderd. Als ik daarnaar sta te kijken, komt er een oude baas aan. Hij mist
nogal wat tanden. En hij begint wat te vertellen. Ik kan er geen touw aan
vastknopen. Ik begrijp zelfs niet of hij wat vertelt of dat hij een vraag
stelt. Maar als hij me verwachtingsvol blijft aankijken, begrijp ik dat ik
antwoord moet geven. En elke keer zeg ik maar weer dat ik het niet begrijp. Dat
moet dialect zijn en hij spreekt blijkbaar geen algemeen Italiaans. Ik versta
alleen het woord acqua en verder helemaal niets. Hij wijst wat in de verte, en
ik knik maar, maar ik heb geen flauw benul wat hij zegt, hoe hard ik ook mijn
best doe. Uiteindelijk wens ik hem maar een fijne dag en ga weer verder. Heel
vervelend en misschien heel onbeleefd, maar ik kan hier helemaal niets mee.
 |
| Via Ignazia richting Constantinopel |
 |
| Via Ignazia |


En zo loop ik weer verder, eet mijn droge broodje op bij een rustig kruisinkje. Maar ik heb het nog niet naar binnen gewerkt of twee blaffende honden komen alweer aangelopen. Oké, ik begrijp het, ik ben hier niet gewenst. En terwijl ik eigenlijk wel lekker zat, hijs ik mijn rugzak weer op en vertrek. Stomme beesten. Bij het volgende kruispunt moet ik even kijken waar ik naartoe moet. Ik moet iets van de route af om bij de agriturismo te komen. En dan stopt er weer een auto. Buon giorno, zegt de bestuurder. Buon giorno zeg ik terug, en ik denk meteen: ‘wat moet je?’ Het is een wat rare man met een baard. Er zit nog een vrouw naast hem en een kind achterin. Maar ik ben een beetje klaar met mannen in auto´s. De auto die net voorbij kwam toeterde en riep nog van alles na. Maar dan blijkt het toch een hele vriendelijke man te zijn. De vrouw legt het even uit. Zij komt uit Zwitserland, en hij komt uit de buurt. Ze wonen hier en kennen de omgeving goed. Dus als ik hulp nodig heb, dan moet ik dat gewoon zeggen. Kan ik de weg goed vinden? Welke weg loop je? De Via Traiana? Ze zijn zeer behulpzaam en ik vraag nog even voor de zekerheid of ik de goede kant op ga voor de agriturismo. En dat doe ik. Dank jullie wel. En sorry dat ik jullie even wat onaardig benaderde. Nog geen 50 meter daarna loop ik het erf van de agriturismo op. Ik word welkom geheten door de vrouw die ik vanmorgen aan de telefoon had.
Ze blijkt bij haar zoon te wonen die de agriturismo runt. Haar ene dochter woont in Siena, de andere in Pisa.
 |
| Krijg ik nog even toegestopt: crostini met tonijnsalade en een bekertje rode wijn |
 |
| Betere bewaking kun je niet hebben |
 |
| Uitzicht vanaf het terras |
 |
| Uitzicht vanaf het terras |
 |
| Uitzicht vanaf het terras |
 |
| En natuurlijk een haan |
 |
| Ook weer uitzicht vanaf agriturismo |
 |
| Idem |
We eten pas om 20.30 uur. Ik word speciaal opgehaald. Omdat ik alleen ben, en het gezelschap dat er is elkaar kent, hoef ik niet in de eetzaal te eten, en heb ik de eer om bij mama, zoon Vito (als ik het goed versta), en de Roemeense werkjongen te eten. Hij noemt hem meneer en haar mevrouw. En Vito noemt zijn moeder mama. Of ik na het eten met mama nog even televisie wil kijken. Tuurlijk joh. Ik krijg een volledige antipasta met salami, ham, kaas, pepertjes, gegrilde paprika en iets onbekends. Alleen de werkjongen krijgt dat ook. Vito neemt alleen kaas en mama neemt niets. Dan komt de pasta met tomatensaus (iedereen doet weer mee) en als secondo krijg ik een spies met vlees, een worstje en een kippenvleugel. De rest neemt alleen de spies. Tsjongejonge, wat een hoop vlees. Was niet nodig hoor, maar goed. En toe krijg ik een appel en een stuk taart. Het was een eenvoudige, doch voedzame maaltijd.
Ik kijk dus nog even televisie met mama, een spelletje dat ik niet zo goed begrijp en een uitzending vanwege Bevrijdingsdag.
Als ik mijn pyjama al aan heb, kom ik er achter dat de wc het niet doet. Hij trekt niet door. Ik haal het deksel eraf en er blijkt helemaal geen water in het reservoir te zitten. Ik heb ook geen zin meer om Vito te halen. Dan maar met wat water mijn behoefte wegspoelen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten