dinsdag 5 mei 2015

MAANDAG 27 APRIL 2015

 Malvizza di Sopra – Celle di San Vito (20,4 km)

Ze zijn allemaal echt wel aardig, maar ook retenieuwsgierig. En waarom ze toch steeds zo tegen elkaar schreeuwen? Zelfs voor Italianen praten ze hard. Dus als ik allang en breed in bed lig, wordt er uren later nog naast mijn deur geschreeuwd. Als ik om 2.00 uur nog een keer wakker wordt, is het echt stil. Maar om 6.00 u hoor ik alweer iemand tegen oma (ze blijkt 85 te zijn) te schreeuwen en hoor ik haar schuifelen. En als ik om 7.00 uur klaar sta voor het ontbijt is oma de enige die wakker is. Ze gaat in een stinkhok thee voor me zetten. Er zit een klein keukentje in en er staat een grote tafel. Verder hangen er wat hamachtige dingen en kazen. Of dat de reden is dat het zo stinkt weet ik niet.

Om 7.15 uur komt mevrouw aan zetten. En terwijl ik nog even buiten sta om samen met haar naar binnen te gaan, ziet ze drie pelgrims. Zij gaat het ontbijt klaar zetten, en ik besluit toch maar even naar de pelgrims toe te gaan. Om een of andere reden zie ik wat op tegen de etappe van vandaag en als ik mee kan lopen zou dat wel zo prettig zijn. Het blijken drie Italiaanse mannen van een jaar of 60 te zijn. Vorig jaar hebben ze van hun woonplaats Brescia naar Rome gelopen. Dit jaar lopen ze van Rome naar Santa Maria di Leuca, het eindpunt van de VF del Sud. Ze ontbijten hier ook maar even. Ze moeten al voor zessen vanmorgen uit Casalbore vertrokken zijn, anders kunnen ze nooit hier even over zevenen zijn. Is mij toch iets te vroeg. Een beetje jammer dat ik beschuitdingetjes krijg en zij brood. Nou ja, met een stuk taart en een paar cantuccini moet het wel lukken. En zo gaan we met z’n vieren op pad: Claudio, Franco, Bruno en ik. Ze spreken Longobardisch dialect onderling. En door de Franse woorden un peu, bon en gauche begrijp ik iets, maar de rest? Niet te verstaan. Gelukkig spreken ze ook houtje-touwtje Engels en met mijn houtje-touwtje Italiaans komen we een heel eind. Ze zijn alle drie gepensioneerd en gaan vaak samen op vakantie. Pelgrimeren, maar ze zijn ook in december naar Oslo geweest. Ze hebben het wel gezellig samen. Af en toe wordt er wat gezegd, maar ze kwekken gelukkig niet aan een stuk door. Is zo jammer van de stilte. Waarschijnlijk een voordeel dat het mannen zijn. En aangezien ik ook over het algemeen mijn mond dichthoud, is het prima samen vol te houden. Ze hebben ook redelijk hetzelfde tempo. Alleen de rechte stukken wil ik, zoals altijd, harder.

Windmolens

Le bolle, vulkanische zwavelbron met gebubbel van gas en modder

Le bolle

Le bolle
Vanaf dat ik vanmorgen buiten kwam, regent het. Ik ben blij dat ik een suffig regenjasje heb meegenomen, want het varieert van hele lichte motregen tot redelijk doorregenen. En elke keer als ik er over denk mijn regenjas uit te doen, begint het weer opnieuw. Zij hebben alle drie ook nog een paraplu. Ik begrijp niet hoe je daarmee kunt lopen. Vind ik heel onhandig. We stijgen tot zo’n 960 meter. Overal om ons heen zijn windmolens. Helaas is het uitzicht door het slechte weer heel beroerd, want anders zou het prachtig zijn.

Windmolenpark in de wolken


 



 
Ik laat me leiden door de mannen. Niet zo handig, want Claudio die het boekje heeft, kijkt er nauwelijks in, en Franco die de gps bedient kijkt er of te weinig op, of kan geen kaart lezen. En zo lopen we nogal eens verkeerd. En als er na een masseria niemand meer uit lijkt te komen, pak ik uiteindelijk ook maar mijn gps erbij en ben vanaf dan de gids.
Nou draagt de regen er niet echt toe bij, maar ook als dat wel zo zou zijn, vraag ik me af of zij van het rusten zijn. We blijven maar doorlopen. En gelukkig heeft mijn fysieke dip maar drie dagen geduurd en gaat het lopen sinds gisteren prima, en kan ik het prima volhouden, maar ik krijg honger. Ik deel daarom maar mijn vier laatst overgebleven gedroogde abrikozen met de anderen. En eet ik er anders makkelijk zelf vier in een keer op, heb ik er nu maar één.
Als we bijna op het hoogste punt zijn, pauzeren we dan toch even. We lopen inmiddels vier uur onafgebroken. Zij delen nu hun droge brood van twee dagen oud met mij. Maar honger maakt rauwe bonen zoet, dus dat boeit me niet. Het waait er fors en ik krijg het koud. We gaan weer snel verder.
Door de regen wordt het pad moeilijk begaanbaar. De stukken klei blijven aan je schoenen plakken, waardoor die soms een kg zwaarder worden. En je zakt nog wel eens weg in de klei. Schoner word je er niet op.

Masseria San Vito, oude halteplaats waar vermoiede paarden vervagen kon worde voor frisse paarden, op bijna 1.000 meter

Mijn Italiaanse pelgrimsvrienden
Als we uiteindelijk Celle di San Vito recht voor ons zien liggen, en iets rechts daarvan Troia, besluiten de mannen door te lopen naar Troia. Door op het kruispunt rechtdoor te gaan, snijden ze een stuk af en lopen Celle di San Vito voorbij. Voor mij heeft het geen zin om naar Troia te lopen. Ik moet overmorgen weer naar huis. De etappe na Troia komt ergens uit waar geen OV is en dan kan ik niet naar Foggia (waarvandaan ik de trein naar Rome neem). Of ik moet een dag in Troia blijven en me daar zien te vermaken. Zo groot is dat echter ook weer niet, dus ik besluit om wel naar Celle di San Vito te lopen. En dus scheiden onze wegen. Ik vond het prettig om met ze te lopen.

Celle di San Vito
De weg daalt sterk en het asfalt is door de regen glad geworden. Voorzichtig aan doen. Ik bel toch maar even de affitacamere. Gelukkig, er is nog plaats. Ik moet naar de pizzeria lopen aan de Via Fontanella. Maar als ik door de hoofdstraat Via Roma loop heb ik geen benul waar de Via Fontanella is. Even op de telefoon opgezocht en gevonden. De kamer moet nog schoongemaakt worden. En dan word ik er met de auto naartoe gebracht. Een beetje overdreven, maar goed. Het blijkt een klein eenkamerappartementje te zijn. Helemaal top.
Alleen de douche is wat ingewikkeld. Het is een klein douchebakje waarbij het douchegordijn als een soort waaier zoals een paraplu uit kan. Die baleinen schieten echter steeds weer terug, zodat óf aan de ene kant óf aan de andere kant van de muur geen douchegordijn zit. Daarnaast is het douchebakje zo klein, dat op het moment dat je de warme douche aan zet, het hele douchegordijn door de warmte naar binnen trekt, en er totaal geen ruimte meer is voor jou. Dat wordt dus met de ene hand het douchegordijn dat aan je vastplakt van je afhalen, maar ook het gordijn tegen de muur aanhouden, en met je andere hand je proberen te wassen. En als ik mijn haren was en mijn ogen dus dicht heb, vraag ik me ineens af waar dat hele douchegordijn gebleven is. Ik blijk ineens aan de andere kant van het gordijn te staan. En de hele badkamer is nat. Wat is dit onnozel gemaakt zeg.

Er wordt hier een dialect gesproken. Zelfs de straatnaamborden zijn tweetalig.
Ik maak nog even een rondje door het dorpje. Gelukkig is het niet al te groot, want het is stervenskoud buiten met een harde wind. Ik ga snel weer naar binnen waar de kachel brandt.
Tweetalige straatnaamborden (Via = Ciarrière)

Tweetalige straatnaamborden (Via = Vì)

Tweetalige straatnaamborden (Italiaans en Franco-Provençaals)

Arco dei Provenzali

Mijn appartementje

Kerk Santa Catarina
In de pizzeria gegeten. Ik ben de enige gast en krijg nu voor de derde dag pasta met tomatensaus. Het komt wel een beetje mijn neus uit. En omdat het Koningsdag is, neem ik er wijn bij, want dat moet gevierd worden. Waarschijnlijk de huiswijn, een beetje zoete rode wijn. Niet helemaal mijn smaak, maar goed. Met een bistecca en fruit toe ben ik weer voorzien. Van alle gangen maak ik een foto met mijn rood-wit-blauwe armbandje. We moeten wel zien dat het Koningsdag is.
De wijn

Het brood

De peper

Het vlees

De groente

Oranje boven

De weg morgen

Geen opmerkingen:

Een reactie posten