Celle di San Vito – Troia (16,8 km)
Het heeft geregend
en de wolken hangen laag. De toppen van de bergen zijn volledig bedekt. Het
ziet er niet goed uit. Er staat nog steeds een harde wind. Ik ontbijt in de
pizzeria. Onderweg is er helemaal niets om te kopen. In Celle zelf heb ik geen
winkel kunnen ontdekken, mijn eigen repenvoorraad is op, dus het is belangrijk
goed te ontbijten. Met een stukje brood en twee beschuitdingetjes gaat dat
natuurlijk niet lukken. Gelukkig komt mevrouw (weer een andere, ik weet niet
hoeveel ik er nu al gezien heb) langs om te vragen of alles goed is. Ik vraag
om nog wat brood, want ik moet lopen hè. Ze begrijpt het.
En zo ga ik om
8.15 uur op weg. Ik loop niet helemaal goed, hoewel meneer gezegd had dat dat
kon. Daarom loop ik weer terug om via de route, de Via Roma, te lopen.
 |
| Tot ziens |
Ik moet eerst weer
een kleine 3 km stijgen voordat de rest van de weg alleen nog maar daalt. Dat
betekent dat ik richting de zwarte lucht en de mist moet lopen. Ik heb er flink
de pas in. Het zou om 11.00 uur gaan regenen, dus als ik zorg dat ik ruim
daarvoor de berg weer af ga, lijkt het redelijk goed te moeten komen. Er zou
namelijk nog geen boom zijn waar je kunt schuilen. Ik loop tot 890 meter. De
donkere luchten komen en gaan; het verandert per vijf minuten. Zo heb je een
donkere lucht voor je, zo is tie opgelost, en zo ligt ie ineens achter je, en
is tie pikzwart. Maar ik heb geen tijd voor foto’s. Op het hoogste punt stormt
het zelfs. Ongelooflijk wat een wind; ook dat is al een reden om geen foto’s te
maken; het fototoestel waait direct uit je handen. Ook je stokken gaan een
eigen leven leiden en komen niet op de plek waar je ze gedacht had neer te
zetten. Als een soort dronkenman ploeter ik verder. Het is goed dat mijn
conditie inmiddels stukken verbeterd is, want dit tempo zou ik de eerste dag
niet volgehouden hebben. En ineens is de wind weg, omdat ik aan de andere kant
van de berg loop en breekt zelfs de zon door. Hoewel het achter me nog steeds
donker is, word ik er helemaal vrolijk van en neem ik alle tijd voor wat
foto’s.
 |
| Donkere wolken |
 |
| Kleine opklaring |
 |
| Zon |
 |
| Minder wind |
 |
| Nog even zon |
 |
| Wat een uitzicht |
 |
| Nog een beetje zon |
 |
| Daar komen de wolken weer |
 |
| Een bui |
 |
| Regen |
Maar nog geen meter verder, ga ik de hoek weer om en zit ik weer in de
storm. Omdat ik steeds verder daal, neemt de wind geleidelijk aan af. De
donkere luchten blijven om mee heen cirkelen, maar vooralsnog zijn het maar een
paar spatjes. En als de donkere lucht weer dichtbij komt, voer ik het tempo
meteen weer op. Ik houd dat echter niet de hele weg vol, dus af en toe zakt het
weer wat in. En dan zie ik Troia liggen.
 |
| Troia |
Achteraf blijkt dat ik gemiddeld 6,3
km per uur heb gelopen. Met rugzak op en stijgen en dalen is dat razend snel.
Het voordeel is dat ik voor 12.00 uur in Troia ben en dat zelfs de VVV open is.
Daar ga ik maar eens vragen waar ik kan slapen, want onderweg heb ik een aantal
keer geprobeerd een accommodatie te bellen, maar dat is niet gelukt. Twee keer
kreeg ik iemand anders aan de lijn, twee keer bestond het nummer niet meer en
één keer was het nummer steeds in gesprek. Ik werd er moedeloos van. De jongen
van de VVV gaat voor me op zoek. Hij belt een aantal B&B’s die redelijk in
de buurt van de bushalte liggen. Morgen moet ik met de bus naar Foggia. Ik kan
ondertussen de kathedraal bekijken. En als ik terug kom, heb ik twee
mogelijkheden. Een B&B voor 30 euro, zo ongeveer naast de bushalte, maar wc
en douche moet ik delen. Of een B&B voor 25 euro, 200 meter van de bushalte
en alles voor mezelf. Nou, die keus is snel gemaakt. Ze bellen voor me dat ik
eraan kom. Ik moet nog even 15 minuten wachten, zodat de kamer klaargemaakt kan
worden. Ondertussen weet ik de bustijden, de precieze plek van de bushalte, en de
bar waar ik een kaartje kan kopen. Een oudere man loopt met me mee naar de
B&B. Tsjonge, wat een vriendelijkheid, behulpzaamheid en nuttige
informatie.
Ik kom in een
nieuw huis, wat een hippe B&B, mooie, grote kamer, alles ruikt nog nieuw.
En beneden is een keuken waar ik gebruik van mag maken, en waar ik morgen mijn
eigen ontbijt kan maken. Ze wijst me de bushalte nog even. Helemaal prima.
Ik dut wat, ga onder
de douche, zet een kopje thee en biets wat koekjes. Inmiddels zijn de winkels
dicht en heb ik nog niet geluncht. Ik loop daarna Troia in. Ga alvast op zoek
naar de bushalte, koop een buskaartje voor morgen, ga wat kerken in, bekijk het
gemeentemuseum en loop de kathedraal nog een keer in. Het museum is piepklein,
maar best aardig. De mevrouw legt me het een en ander uit en ik krijg een
poster van het werkelijk schitterende roosvenster van de kathedraal. Bij de
kathedraal zelf krijg ik een stempel. De man van de VVV vraag ik waar ik
vanavond kan gaan eten. Ik haal bij de bar van het buskaartje nog een thee ga
weer terug naar mijn kamer.
 |
| Kathedraal Santa Maria (12 zuilen voor de 12 apostelen; de 13e voor Jezus) |
 |
| Roosvenster kathedraal Santa Maria |
 |
| Weg van de pelgrims |
 |
| Detail bronzen deur kathedraal |
 |
| Roosvenster |
 |
| Preekstoel kathedraal Santa Maria |
De trattoria die
door de VVV-meneer is aangeraden is dicht. Van de andere wist ik al dat die
dicht was. En toen wist ik eigenlijk niet wat nu. Ik loop wat in de regen rond
en zie dan een pizza al taglio, een soort snackbar pizzeria. En zo werk ik aan
een formica tafeltje twee stukken pizza en een blikje cola naar binnen. Had de
laatste dag iets anders in gedachten gehad, mar goed. Heb deze week eigenlijk
alleen in Benevento echt lekker gegeten en de rest was redelijk behelpen.
Voordeel: ik ben weer vroeg terug op mijn kamer en kan ook lekker vroeg naar
bed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten