zondag 18 augustus 2013

Zondag 4 augustus 2013

Bolsena – Ischia di Castro

Met een hoop geregel kan ik dus aan de waterexcursie meedoen. Het OV is al niet heel erg top, maar op zondag is het nog beroerder. Ik kan alleen om 7.30 uur met de bus naar Montefiascone. Daar moet ik me dan tot 9.00 uur vermaken, want dan komt Giuliano en kan ik meerijden naar Ischia di Castro. Ik ben op tijd bij de bushalte omdat ik nog een kaartje moet kopen en ik niet weet waar ik dat kan doen. Maar het gaat voorspoedig, De edicola is al open en de bar ernaast ook. Kaartje kopen, thee en een brioche naar binnen werken als ontbijt en wachten op de bus. In Montefiascone dan maar op zoek naar iets voor de lunch. Ik heb in ieder geval twee perziken. Ik weet er een bakker, maar die lijkt er helemaal niet meer te zijn, dan wel hij is gesloten op zondag. Er is wel een supermarktje. Da’s mooi. Ze hebben alleen nog geen vers brood; dat komt over een half uurtje. En dus ga ik eerst naar het café op het plein. Dat is een vrij moderne bar waar ook wifi is. Samen met een stuk of vijf Italiaanse mannen die het huis al zijn ontvlucht geniet ik daar van een prima bakkie. Dan naar de supermarkt voor mijn brood en naar de bar op Piazza Roma. Daar heb ik afgesproken met Giuliano. Ik moet eigenlijk al weer naar de wc, maar ik durf niet weg te lopen, bang dat ik hem mis. Ik heb ook geen idee hoe hij eruit ziet. Het scheelt dat ik behoorlijk opval als grote, blanke Nederlander met enorme schoenen tussen alle kleine, gebruinde Italianen op slippers. En dat klopt ook. Hij heeft me snel gevonden. Giuliano is een iets te dikke, vriendelijke en rustige, begin vijftiger. We wachten nog even op wat anderen. En als Federico en Valentina, vrienden van Giuliano, er ook zijn, rijden we naar Ischia di Castro. Eerst natuurlijk nog even langs de bar voor hun ontbijt. Mijn brioche is ook al verteerd, dus ik neem er ook nog een, en doe maar een cafè. Geen tijd voor thee, maar wel voor de wc. Federico en Valentina blijken in het najaar in Amsterdam te zijn geweest. Dat was prachtig vonden ze.
En dan gaan we echt op pad. Ineens herken ik Canino. Twee jaar geleden heb ik daar gefietst. En een groot deel van de weg herken ik ook. Op een kruispunt belt Giuliano met Pietro om te vragen of we links of rechts moeten. Nou, volgens mij links, maar wie ben ik? Ha ha, maar het klopt wel. Op de weg ligt een dode das. Ik heb eigenlijk nog nooit een das gezien; ik ben verbaasd dat hij zo groot is.
Blijkbaar hebben we afgesproken bij Ristorante da Isolina. Daar heb ik twee keer gegeten. Grappig om zoveel bekends te zien. Daar moeten we even wachten. Giuliano blijkt net zo goed Engels als ik Italiaans te spreken, dus met handen en voeten komen we er wel. Federico spreekt ook wat Engels. Giuliano is drie jaar geleden naar Santiago gelopen. Dat kun je bijna niet missen, want hij heeft een grote schelp op zijn kuit laten tatoeëren. Hij wil volgend jaar weer, en dan de noordelijke variant lopen. Hij loopt trouwens alleen het Spaanse deel. Hij is zelfstandige, en kan niet zo lang vrij nemen.
De andere auto’s arriveren en we rijden met z’n allen verder naar Ischia di Castro. Daar begroet ik eerst Pietro. Leuk om hem weer te zien. Pietro is een enthousiaste, vrolijke gids, die enorm veel plezier in zijn werk heeft. En dan zie ik ook Fabio met zijn twee kinderen, Matteo en Miriam. Ik wist echt niet meer dat ze zo heetten, maar ik heb ze eerder ontmoet bij een excursie van Pietro. Fabio werkt bij Agip en spreekt goed Engels. De vorige keer hebben we het uitgebreid over zijn en mijn werk gehad. Fabio vindt de excursie enorm leuk. Twee weken geleden heeft hij hem alleen gedaan, een week geleden met zijn vrouw samen, en vandaag met de kinderen. Elke keer is anders, zegt hij. Fabio is een aardige man die grote delen van de uitleg van Pietro simultaan voor me vertaalt. Fantastisch. En ook zijn kinderen zijn aardig en herkennen me van de vorige keer. Matteo is een jaar of 16, spreekt ook Engels en probeert gewoon gesprekken met me te voeren. Miriam is een jaar of tien denk ik en met haar doe ik wedstrijdjes zwemmen. Ik vind ze leuk. Een aantal andere deelnemers gunnen je geen blik waardig; die weten waarschijnlijk niet zo goed wat ze met die buitenlander aan moeten.
Alleen het eten voor de lunch en water mag je meenemen; de rest blijft in de auto. Vind ik toch wat ingewikkeld, dus ik neem mijn portemonnee en telefoon mee, maar laat mijn fototoestel in de auto. We krijgen allemaal een zwemvest en waterschoenen en een waterdichte zak die je met z’n tweeën moet delen. Tsja, en dat is dan een beetje lullig als je met je spullen overblijft en geen zak kan delen. Pietro wijst een jong stel aan met wie ik de zak moet delen. Het meisje begint meteen te mekkeren. Dat is veel te zwaar, dat kan niet. Zeikerd: ik wil hem ook wel dragen. Maar dat is de eer van de jongen te na. Dus die zegt dat het niet geeft. Het meisje blijft eikelen. Dan draag je je tas totdat we bij het water zijn, en dan kun je hem er daarna in doen. Tsjongejonge, wat een zeiksnor, maar ik vind het goed hoor. Een andere man hoort het eens aan en biedt aan dat ik mijn spullen in zijn tas mag doen. Hè, dat is fijn. Ik zeg dat ik de tas best kan dragen, maar ook hij wil dat niet. Ze hebben geen van allen door dat ik net twee weken met meer kilo’s op mijn rug nog iets verder gelopen heb. De meneer blijkt Engels te spreken en ik vertel hem dat ik dus net twee weken gewandeld heb. Tsja, dat doen alleen buitenlanders, en niet Italianen. Ik wil eigenlijk zeggen dat Italianen lui en verwend zijn, maar laat ik nou niet meteen ruzie maken en bevestig dat ik met name Duitsers en Oostenrijkers ben tegengekomen en vrijwel geen Italianen.
We lopen naar de rivier de Fiora. Deze begint bij Monte Amiata en stroomt 60 km lang door naar Montalto di Castro. We moeten zwemvest en waterschoenen aan doen, en laten ons in het water zakken. De zakken gaan mee. Even is het koud, maar niet lang; de temperatuur is heerlijk. De bedoeling is dat je op je rug gaat liggen, je kont omhoog duwt en je benen gestrekt voor je houdt, en drijven maar. Je ontwijkt zo de stenen en hobbels in het soms ondiepe water, en met wat bijpeddelen met je armen, gaat het lekker. Soms is het diep en kun je even gewoon zwemmen. Ik vind dat wel lekker. En soms is het zo ondiep dat je moet lopen. Bij een strandje waar een aantal hippies lijken te kamperen laten we de zakken achter en gaan zelf verder. In november schijnt het weer erg slecht te zijn geweest en stond het water hier een meter of vijf hoger. Het water stroomt nu al lekker; kun je nagaan als het nog hoger staat. Je ziet de ravage die het achter heeft gelaten. Hele bomen zijn meegesleurd. Het strandje was ook overdekt door de bomen. Die zijn nu allemaal verdwenen. Het is bijna niet voor te stellen hoe dat eruit gezien moet hebben. Wat een natuurgeweld zal dat geweest zijn. Het is echter een rivier waar geen dorp, huis of andere bewoning aan ligt. Voordeel is dat het water megaschoon is. Nadeel, het heeft de media niet gehaald; het was niet interessant genoeg.

We lopen deels door het water, deels over land terug naar het strandje om te lunchen. De groep hippies is daar nog verder uitgebreid. Er wordt muziek gemaakt en gegeten. Op een vuurtje wordt iets gebakken. Ik verwacht eigenlijk stickies te ruiken, maar dat is blijkbaar mijn Nederlandse insteek.
Dan blijkt dat het maar goed is dat ik mijn fototoestel niet heb meegenomen. De zak bleek niet waterdicht te zijn en alles is nat. Vooral jammer van mijn broodje kaas dat hier en daar een beetje klef is geworden. De focaccia laat ik voor wat het is, die is helemaal doorweekt. Maar ook maak ik mijn zorgen om de telefoon. Ik heb de iPhone van het werk mee. Nu maar hopen dat die tegen een beetje water kan. Ook mijn portemonnee is nat, maar geld droogt wel weer.
Ik heb gewoon een broodje kaas, maar de salades en ik weet niet wat allemaal nog meer komen bij de anderen tevoorschijn. Er wordt van alles gedeeld. Althans degenen die alleen maar Italiaans spreken delen alles met de anderen die ook alleen maar Italiaans spreken. Van Fabio krijg ik zijn vegetarische salade wel aangeboden. En weer vraag ik me af wat ze eigenlijk van me denken. Boeit me natuurlijk totaal niet, maar wil het wel graag weten. Ik denk dat ze die grote witte lomperik namelijk heel erg vreemd vinden. Ik moet er wel om lachen.

De groep
Lopen in het water

Ach ja

Na de lunch lopen we verder. Ineens staan we beneden in een soort krater met een waterval. Het is prachtig. De krater schijnt op een natuurlijke wijze te zijn ontstaan. Ik vind het zo jammer dat ik geen fototoestel bij me heb. Ook hier heeft het slechte weer huisgehouden en de open plek is niet zo egaal meer als die was. We maken in de krater een kort wandelingetje iets naar boven en daar is een in de rotsen gehouwen kerkachtig iets. Is al een paar eeuwen oud, er zijn nog wat eenvoudige fresco’s. Ik begrijp de uitleg niet helemaal, maar ik vind het prachtig. Dat is zo leuk aan deze excursies. Je komt op onverwachte plekken die je zelf nooit had kunnen vinden. En natuur en cultuur ontmoeten elkaar.
 
En dan komen we weer verhit terug bij de auto’s. Terug blijk ik mee te kunnen rijden met Maurizio, ik schat eind 50. Hij woont in Viterbo en wil wel even langs Bolsena rijden. Dat is fijn, want we zouden om een uur of vijf in Montefiascone kunnen zijn en de enige bus naar Bolsena die dag, rijdt pas om 20.00 uur. Dat is toch wel erg lang wachten. Maurizio spreekt alleen Italiaans en een klein beetje Frans. Dat is dus met nog meer handen en voeten communiceren. Maar hij doet erg zijn best om mij te begrijpen en maakt woorden af die ik begin, of verbetert enkelvoud - meervoud, mannelijk - vrouwelijk, oftewel de standaard fouten die ik maak. Leuk: op de heenweg ben ik langs de zuidkant van het meer gereden; op de terugweg langs de noordkant. In Bolsena drinken we nog wat en dan gaat hij verder naar Viterbo.
De kerk (foto gemaakt tijdens een diavoorstelling)
Ik ga eerst terug naar het appartement en ga dan uiteindelijk eten bij het restaurant waar ik als pelgrim ook gegeten heb. Er is een soort braderie en ik had de hoop dat ik daar van alles kon snaaien. Maar de plakjes salami en de stukjes brood met olijfolie zijn zo klein, daar kun je niet van leven. De braderie is op zich best grappig. Een aantal boeren uit de buurt staat er, met worst, kaas en olijfolie. De markt heeft een agrarisch karakter. Naast de kraam met zaden voor je eigen groentetuin, staat er ook een kraam met grasmachines en zo. En verder heel veel Nederlanders die er rond lopen. Beetje jammer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten