zondag 18 augustus 2013

Donderdag 1 augustus 2013

Gubbio - Foligno

Houd eerst een gezelschap met jongelui hun bijeenkomst onder mijn raam op het moment dat ik wil gaan slapen, kwam daarna de krolse kat weer tevoorschijn. Ach, je wordt er even wakker van, en slaapt dan gewoon weer verder. En 6 uur ben ik toch standaard wakker.
Vanmorgen iets later ontbeten en ik zit met een Duitssprekende pelgrim en drie Italiaanse fietspelgrims in de ontbijtzaal. De Duitser is volgens mij verlegen om een praatje, maar dat heb ik wat laat in de gaten.
Ik pak mijn rugzak, betaal en ga richting Romeins amfitheater. Dat is het enige dat ik in ieder geval nog wil zien vandaag. En dat gaat weer op z’n Italiaans. Hoort het theater en het museum 8.30 uur open te gaan, zegt de barman dat het altijd tussen 9.00 en 9.30 uur opengaat, is het inmiddels 9.45 uur als het daadwerkelijk opengaat. Ach ja, tijd is een relatief begrip. En ik heb de tijd, dus mij maakt het niet zo veel uit. Het theater schijnt het grootste in Umbria te zijn. Het is best aardig, maar niet heel bijzonder.
Romeins theater
Ik ben de enige bezoeker en als ik op het podium sta heb ik de neiging iets voor te dragen. Ik ken echter geen gedichten uit mijn hoofd. Daar zijn Italianen overigens wel weer goed in; die kunnen van alles en nog wat declameren. Het enige dat mij te binnen schiet is ‘O krinklende, winkelende waterding’. Ik weet niet hoe het verder gaat en ik vind het geen goed gedicht voor deze gelegenheid. Iets van Vondel, Shakespeare of nog beter Dante, dat zou passen. En dus kijk ik alleen wat interessanterig rond alsof ik de hoofdrolspeler ben en zwaai wat mijn armen. Toch niemand die me ziet. Daarna ga ik naar het museum. Dat is wel lollig. Naast het theater zijn opgravingen gedaan met prachtige mozaïeken. Die zijn wel erg fraai.

Detail mozaïek
Man en vrouw (museum)
Na afloop nog maar een kopje thee bij mijn barman, die erg zijn best doet om Engels te spreken. Dan Daniela, mijn Italiaanse juf, bellen om een afspraak te maken om langs te komen als ik in Bolsena ben. Op woensdag ga ik op weg naar het vliegveld bij hen lunchen. Leuk.
Op de plattegrond zie ik dat die opgravingen waar ze het in het museum over hadden echt heel dichtbij zijn. Daar loop ik dus nog maar even naartoe. De toegang is vrij, maar er zit een groot hek voor. Met wat gepruts krijg ik het open. Het is duidelijk dat hier niet veel mensen komen; het gras is hoog. Hm, als ik de twee opgravingen zie, begrijp ik waarom. Er is namelijk helemaal niets te zien. Ik denk dat alles inmiddels in het museum ligt. Ik dacht echter dat er nog een mooi mozaïek zou liggen. En dat klopt misschien ook wel, maar het is helemaal bedekt, en dus is er niets te zien. Beetje teleurgesteld loop ik weer terug. Moet weer prutsen om het hek open en weer dicht te krijgen.

Voor de lunch haal ik weer een lekker broodje met zwijnensalami. Mjammie. En zo kom ik met een beetje zitten en een beetje rondlopen de tijd wel door. Mijn bus gaat om 14.20 uur. Keurig op tijd. Komt ook om 14.51 uur op tijd aan. Op het station Fossato di Vico is zelfs een loket open. Kan dus een kaartje kopen. Trein komt om 15.05 uur op tijd.
Oude tijden herleven
Lopen maar vijf minuten vertraging op en zijn om 15.45 uur in Foligno. Goh, dat ging makkelijk. In een kwartiertje loop ik naar het hotel. Ik denk dat je Foligno in een halve dag wel gezien hebt, maar dat is prima voor morgenochtend. Keurig hotel met uitstekende kamer met airco. Het is hier nog iets warmer dan in Gubbio.

Een van de redenen waarom ik voor dit hotel heb gekozen is volgens verschillende recensies het goede restaurant dat erbij hoort. Beetje jammer, maar dat is wegens vakantie dicht. Het meisje doet echter een suggestie voor iets anders: Il Cavaliere. Ik moet even zoeken; de hele binnenstad lijkt wel open te liggen. Bij elk gat kijk ik of ik nog Romeinse overblijfselen zie; helaas, veel meer dan rioleringsbuizen is er niet te zien. Het is niet erg druk, maar dat verandert later. Ik ben voor Italiaanse begrippen erg vroeg. De kaart begrijp ik niet helemaal, maar ik krijg vier enorme tortelli; een soort gevuld lapje deeg. Met een saus van tomaten en kaas denk ik. Als je het op je bord ziet liggen, denk je dat het net genoeg voor je holle kies is, maar het vult behoorlijk. Ze kiest er zelf een wijn bij. Tsjongejonge, wat is dat lekker. Of ik ook nog een toetje wil. Nou, doe maar. Ze begint met het opnoemen van de toetjes en het eerste is een chocoladecakeje. Als je dat opensnijdt, stroomt de gesmolten chocola eruit. Volgens mij heet het chocoladelava in het Nederlands. Stop maar, ik heb mijn keuze al gemaakt. Dit is een niet eenvoudig toetje om te maken. De chocoladecake is nog al eens droog, de gesmolten chocola is soms al te veel gestold, en de chocola kan verbrand zijn. Maar niets van dat alles. Jemig de pemig, ik heb nog nooit zo’n goede gegeten. Vanillesaus erbij. Ik wil eigenlijk mijn bord aflikken. De serveerster komt nog eens vragen of het lekker is. En met een mond vol chocola kan ik dat alleen maar beamen. Ik plof bijna uit elkaar. Als ik afreken, zeg ik dat ik echt ongelooflijk lekker gegeten heb; ze glundert er helemaal van. Ik weet het wel: morgen eet ik hier weer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten