zondag 12 mei 2013

Vrijdag 10 mei 2013
Van: Artena
Naar: Colleferro
Afstand: 8 km
Totale afstand: 62 km
Vertrek: 9.30 uur
Aankomst: 13.15 uur
Weer: bewolkt

Wat heb ik gisteren een leuke avond gehad. Pierre komt me om 20.00 uur ophalen. Nou weet ik hoe Italianen met tijd omgaan, zij wonen hier al een tijdje, maar het zijn natuurlijk geen Italianen. Zou 20.00 uur dus wel 20.00 uur zijn? Ik besluit om 19.30 uur naar beneden te gaan, een stempel in mijn pelgrimspaspoort te halen, te vragen hoe laat het ontbijt is en de resterende tijd ga ik wel lezen. Zo gezegd, zo gedaan. En als Pierre aan komt lopen, zegt hij al: “Ik kom op tijd, want Nederlanders zijn dat altijd.” Ik moet erom lachen en zeg dat ik dezelfde gedachte had en niet wist hoe Italiaans ze inmiddels zouden zijn geworden. Hij wacht nog even op de prosciutto. De familie van Albergo Chiochhio (ik vind het zo’n leuk woord: kjokkjoo) is helemaal zelfvoorzienend. Ze hebben een eigen tuin, maar ook eigen koeien en de ham maken ze dus zelf. Ze hebben al 20 jaar hetzelfde menu. En dan natuurkijk geen menukaart, maar ze komen het aan tafel opzeggen. De Albergo is groot en geschikt voor alle feesten en partijen. De familie speelt overigens een belangrijke rol in Artena. Ze runnen ook nog een alimentari.

Met de auto rijden we naar hun huis. Ze wonen echt middenin het historische centrum. Wat fantastisch zeg. Het huis dateert uit de 16e eeuw en was vroeger een stadsboerderij. Daar waar vroeger het vee stond, is nu een kamer gemaakt. Het is niet erg groot, maar ik vind het een tophuis. Een klein stuk dak is weggehaald, zodat er een terrasje is, met een fantastisch uitzicht over het dal. En zoals Pierre zegt: alle ramen zitten aan de kant van het dal; aan de kant van de plaats zelf zeg maar, zit geen enkel raam. De keuken is in rood-wit geblokte vierkanten tegels. Het is behoorlijk gewaagd, maar ik vind het geweldig. Doe mij maar zo’n huis. Pierre werkte in Rome en wilde in de buurt een huis kopen. Iemand had hem op dit stadje gewezen en hij was meteen verkocht. In 20 jaar tijd is er niets veranderd; oh ja, er is nu centrale verwarming. Er is geen toerist te bekennen. En ineens realiseer ik me dat ik onderweg ook nog geen enkel buitenlands autonummerbord gezien heb. In Rome ja, maar daarna niet meer. Omdat het met de trein een half uur is naar Rome, was dit een prima plek. Inmiddels zijn Monique en Pierre meer dan 20 jaar getrouwd, is Monique met pensioen (maar geeft nog Franse les aan illegalen) en werkt Pierre bij KLM Air France. Ze latten in Parijs (daar hebben ze beide een eigen huis) en wonen samen in Artena. Hij gaat een keer per week naar Amsterdam. En omdat ze beiden in Nederland gewerkt dan wel gewoon hebben, kennen ze NL redelijk. Monique weet alles van het koningshuis, en in huis staan spullen van de Xenos.

We hebben het over van alles en nog wat. In Milaan waren zes sollicitanten en alle zes geschikt. In Rome waren er 200 sollicitanten en niemand geschikt. En dan de telefoontjes bij de afwijzing: “als jij me niet aanneemt, dan ….”, en de bedreigingen vliegen je om de oren, “maar ik ken meneer Huppeldepup en die is heel hoog hier, dus ik hoor die baan te krijgen“. Dacht ik dat ten zuiden van Rome de ‘ellende’ begon, volgens hen is alles ten zuiden van Florence niet mee te werken. In Artena is ook het merendeel werkloos. En lui. Toen de afwasmachine gebracht moest worden, deed de verkoper dat echt niet. Daar moest een Pool voor komen. Willen werken is er dus eigenlijk ook niet bij. Gelukkig zijn er ook andere mensen. Die van Chiocchio bijvoorbeeld werken zich uit de naad. Maar de hard werkenden accepteren het niet willen werken van de anderen. Hoe moet dat met dit land? De werkende vrouw accepteert ook het luie gedrag van haar echtgenoot. Pff, ik zou hem een schop onder zijn kont geven. Hm, waarschijnlijk was het überhaupt nooit mijn man geworden.

De hoeren blijken trouwens uit Nigeria te komen. Uit het zuidelijke, christelijke deel. Da paus trekt dan blijkbaar werkelijk iedereen aan. De meisjes hadden alleen niet begrepen wat voor werk ze zouden krijgen. Triest.

En wat eet ik lekker: een combinatie van Frans en Italiaans eten. Zalmtaart, salade, prosciutto met brood, Franse kaas (we waren vorige week nog in Frankrijk) en fruit toe. En dan nog een kopje thee. Fijn, zij nemen ook thee: kruidenthee met extra bittere chocolade. Mjammie. Ik heb echt een topavond. Wat een leuke, onderhoudende mensen. We nemen Nederlands met drie zoenen afscheid, en Pierre brengt me terug naar de Albergo.

En wat is dan vandaag gebeurd? Hoewel ik natuurlijk toch weer twijfel, doe ik maar een korte wandeling. Het is namelijk 8 of 28 km. En 8 vind ik een beetje weinig, maar 28 is veel te veel. Ik sta om een uur of acht op, en doe alles op m’n gemak. Het ontbijt bestaat uit de overbekende beschuitjes, een verpakte brioche, maar nu ook een soort koek-cakeachtig ding. Ik denk zelf gemaakt en wel lekker. Als ik beneden kom is dezelfde mevrouw van gisteren er weer. Iets te zwart haar en een roos erin geklikt. Ze is net een zigeunerin, of ze komt van de kermis. Waarschijnlijk vindt zij het mooi. Ik wil betalen, maar ze vraagt of ik nog een cappuccino wil. Niet mijn favoriete drankje, maar doe maar. En als ze die klaar zet, komen er ook nog brioches en cake bij. Volgens mij denkt ze dat ik nog niet ontbeten heb. De hoeveelheid zoet komt mijn neus uit, maar de cake werk ik nog naar binnen. En dan om een uur of 9.30 uur ga ik maar eens op pad.

Artena

Zoals Monique en Pierre hadden aangegeven heb ik eerst een rondje door de stad gemaakt. Klimmen en dalen door smalle straatjes. Het is een leuk stadje en wat een uitzicht.

Artena
Uitzicht
En dan stuit ik ineens op drie paarden. Deze worden bepakt met kratten en gasflessen. Dit is de enige manier om zware spullen naar boven en beneden te dragen. Ik vind het fantastisch; alsof ik 100 jaar terug in de tijd ben. En het zijn geen knollen hoor, het zijn elegante paarden. Ze lopen naar beneden en ik ga erachter aan.

Werkpaarden
De hond kijkt toe
Op weg naar beneden

Beneden aangekomen loop ik bij toeval nog langs het castello van de familie Borghese. De familie schijnt er nog te wonen. En dan sla ik af naar een begroeid pad. Met mijn stokken kom ik er wel doorheen. Ik heb alleen niets met gras. Vind ik het in de zomer niet fijn om door gras te lopen, omdat ik bang ben voor slangen en krijg ik rode vlekken op mijn benen. Nu krijg ik kriebel in mijn keel, een verstopte neus en begin ik te niezen. Waardeloos. Ben blij als ik weer op asfalt loop. Het laatste stuk moet ik helaas weer langs de drukke weg. En hier is nog minder berm om in te stappen, dus echt snel gaat het niet als je bij elke passerende auto stopt en wacht tot die langs is. Maar ja, ik heb de tijd.

Er komt een lange afstandsfietser mij achterop: bepakt en bezakt en hij steekt zijn hand op en zegt gedag. Ik lach van oor tot oor. Tsja, pelgrims onder elkaar, dan weet je dat een groet veel doet. En om 12.30 uur kom ik in Colleferro aan. Inderdaad een industriestad en erg saaie bouw. Ik kan de straat van het hotel niet vinden en vraag het maar eens in een winkel. Ik blijk de verkeerde kant opgelopen te zijn en moet terug en helemaal van de route af. De mevrouw zegt dat het het enige hotel hier is. Nou ja. En dan kom ik inderdaad eindelijk bij het hotel uit. De eigenaren zitten te eten. Gelukkig is er een kamer. Ik doe een middagslaapje en werk mijn verhaal bij. Ook wil ik de gelopen route op de computer zetten, maar om een of andere reden opent het programma niet meer. Dat is balen. Ik probeer van alles, maar nee. Het lijkt inmiddels wel alsof ik mijn Italiaanse SIM-kaart kan gebruiken. Hoewel? Ik kan een sms versturen en kan hem soms wel en soms niet ontvangen, ik kan bellen en gebeld worden, of toch niet; internet heb ik sowieso niet. Nou, dat schiet dan ook lekker op.

‘s Avonds eet ik in de osteria die volgens mij bij het hotel hoort, maar een paar meter verderop ligt. Er is keiharde live muziek: een gitaar, een keyboard en twee zangers. Echt mooi is het niet. En het mag wel iets zachter. Ik moet tegen de serveerster schreeuwen en ik kan haar nauwelijks verstaan. Omdat ik gisteren samen met Pierre een fles witte wijn soldaat heb gemaakt, doe ik het maar weer rustig aan vandaag. Water, een pasta en een salade. Een insalata ja, geen gelato. Door de herrie begrijpt de serveerster me verkeerd. Toeristen doen soms rare dingen, dat weet ik, maar een ijsje bij de macaroni is wel erg vreemd.

Nu zie ik ineens een biljet hangen. Elke vrijdagavond is karaoke avond. Oh jee. En de muzikanten karaoken mee, bij gebrek aan klanten die willen zingen. En dat is dus af en toe een beetje vals. Het zijn voor mij allemaal onbekende Italiaanse liedjes. En dan staat er toch iemand op. Hij lijkt (en beweegt ook zo) als de neef van Elizabeth, waar zij eigenlijk mee zou moeten trouwen, maar dat niet wil, wat met name haar moeder erg dom vindt; uiteindelijk trouwt ze met Mr. Darcy. Uit Pride en Prejudice dus. Ik weet even niet meer hoe die neef heet, maar het is een klein, dikkig en wat viezig mannetje, met een kalend hoofd, en dat beetje haar heeft hij dan op zijn hoofd geplakt. Een fantastische acteur overigens, want ik heb hem ook eens in een andere film gezien en toen speelde hij een totaal andere rol en was hij bijna onherkenbaar. Nou, die man dus, gaat nu ook karaoken. En helaas kan hij het niet zo goed. Een andere man die bij hem aan tafel zit, probeert het ook nog maar eens. Kijk, dat is andere koek. Die kan wel zingen, en uit het hoofd. Het liedje dat daarna komt ken ik wel. Pfff, hebben ze de Engelse tekst in het Italiaans vertaald. Sukkels.

Zelfs het afrekenen blijkt moeilijk te zijn, ik kan haar gewoon niet verstaan. En met mijn houtje touwtje Italiaans probeer ik haar duidelijk te maken dat ik het eten graag op de rekening van de kamer wil. Het duurt even voordat we elkaar begrijpen.

 

1 opmerking:

  1. Hoi Everdiene, weet niet of mijn vorige post is doorgekomen, maar ik geniet erg van je verslagen, dank dat je me laat meegenieten!
    Xxx José

    BeantwoordenVerwijderen