zondag 27 mei 2012

Monte di Fò - Sant’ Agata

Woensdag 23 mei
Monte di Fò - Sant’ Agata
Lengte: 17 km
Duur: 5 uur 15 minuten

“Il tempo fa brutto”, oftewel, het weer is slecht. Maar ik vind brutto veel beter klinken. Of eigenlijk veel slechter. Het geeft nog beter aan wat voor takkeweer het is. Als ik opsta ziet het al grijs.


Wolken
Eerst maar eens ontbijten. Het tandeloze vrouwtje loopt nog in haar pyjama. Daarna broodjes laten beleggen en afrekenen. Eh, dat was de bedoeling. Zowel de credit card machine als het pinapparaat zijn stuk. En ik heb niet voldoende contant geld. De pinautomaat in Madonna dei Fornelli was tenslotte stuk, en daarna ben ik niets meer tegengekomen. Tsja, wat nu? Als jij het geld bij het hotel in San Piero a Sieve achterlaat, dan haal ik het daar de volgende dag op. Hm, oké, als jij denkt dat dat een goed idee is.

Uitzicht nul
En zo vertrek ik zonder betaald te hebben. In de regen. Het is helemaal dichtgetrokken, het uitzicht is volledig weg, ik kan geen berg onderscheiden. Bah, wat heb ik hier de balen van zeg. Mijn boekje zegt dat als het regent je beter niet over het pad kan lopen, omdat het onbegaanbaar en gevaarlijk is. Dat zegt mij genoeg. Aangezien ze van de rest van de route zegen dat ie toeristisch is en eenvoudig. En dat vind ik ook wel meevallen. Ik zoek een andere route over de weg. Die is echt wel heel anders, maar ik hoef het gevaar ook niet op te zoeken. Ik kan die berg niet eens zien waar ik over heen moet en hij is echt maar een paar meter van me vandaan. Nee, dank je. De hele route varieert het van een enkele drup, naar motregen tot een lekkere bui, weer terug naar motregen en een enkele drup. Tsja, dan maar eens bedenken waarom het leuk is om door de regen te lopen. Eh, je haar gaat er beter door krullen, enneh, die wolken zorgen voor mooie foto‘s, eeh, wat nog meer? Ik kan meteen al niets meer bedenken. Die krullen vallen namelijk ook nogal tegen. Daar regent het dan weer te hard voor. En mooie foto’s lukken ook niet echt met al die druppels op je lens. Nee, ik ben er klaar mee. Maar ja, daar kan ik de hele dag dan wel een humeur als een oorwurm door hebben, daar schiet je uiteindelijk ook niets mee op. En zo geef ik me er uiteindelijk maar aan over.

Zo'n 65 km gelopen en nog 36 te gaan
De bedoeling is via Panna, en Galliano naar Sant’ Agata te lopen. Panna doet me denken aan panna cotta, een Italiaans toetje. Maar als ik erdoorheen loop, zie ik Acqua Panna staan. Natuurlijk, ik ken het van het mineraalwater. Ha ha, daar hebben ze hier op dit moment genoeg van. De weg is vrij rustig. Alleen volle vrachtwagens rijden van de fabriek weg en lege vrachtwagens komen weer terug.

Van het mineraalwater
Ik kom onderweg nog een fietser tegen. En dan bedoel ik een echte met bepakking. En het eerst wat ik denk is: “ach gut, wat sneu“. Waarom? Ik ben net zo sneu hoor. Hij zegt ter begroeting ciao en ik zeg salve. Ik vind salve namelijk een heel mooi woord. Het doet me denken aan mijn eerste Latijnse les op de middelbare school. “Salve Cornelia, salve Marcus.” En verder weet ik het niet meer. Het waren vriendjes en ze gingen samen spelen of zo. En salve vind ik daarmee zo’n oerwoord. Alsof we nog in de Romeinse tijd leven. En dus zeg ik vaak salve. Dat doet me ook weer aan de eerste Engels les terugdenken. “Pussy cat, pussy cat, where have you been, I’ve been to London, to look at the queen. Pussy cat, pussy cat, what have you done?” Tsja, en dat weet ik dus niet meer. En zo kom ik ook bij de eerste Franse les. Die staat me niet zo voor de geest meer. Zal wel begonnen zijn met iets als: “Comment ça va? Ça va bien. Comment t’apelles-tu? Je m’appelle Everdiene.” En bij Comment ça va, kom ik uit bij de jaren tachtig hit Comment ça va, comme ci comme ci comme ca. Tu ne keproobje (dat verstond ik nooit) amour, la la la la toujours. En voordat je het weet, zing je de hele weg Comment ça va. Hm, je zal nu toch consultant bij Deloitte & Touche zijn (ik bedenk maar even een ‘interessante’ baan) en er wordt je gevraagd eens wat over vroeger te vertellen. En dat je dan moet zeggen dat je de zanger was van Comment ça va. Weet niet of dat wel goed voor je carrière is. Ach ja, zo kom je de regenachtige wandeldag wel door.
Ik kom aan in Galliano waar ik eindelijk kan pinnen. Eerst maar eens naar een bar wat drinken. En met rugzak, stokken en natte regenjas wring ik me door de deur. Er staat een wat deftige mevrouw een kopje koffie te drinken die me een beetje viezig aankijkt. Wat is dat voor een onaantrekkelijke, oncharmante, vieze, natte reus. Ha ha, zal ik eens boe roepen? Ook hier weer de televisie luid aan. Dat is vrij gewoon in Italiaanse bars. Ook in restaurants overig. Toen ik gisteravond als eerste kwam om te eten, werd eerst het licht voor me aangedaan (dat is wel handig) en de televisie aangezet (hoeft van mij niet hoor).


Met een laatste regendruppel
Als ik buiten kom, schijnt de zon. Het is niet te geloven. Ik eet een van mijn broodjes op, genietend van de zonnestralen. En dan weer verder naar Sant’ Agata. Vrij eenvoudig kom ik daar aan. En de zon schijnt nog steeds. Wat heerlijk zeg. In Sant’ Agata bij de bar water gehaald en even vragen waar de B&B is. Ik denk het te begrijpen, maar vraag het bij de apotheek ook nog een keer na. Nee, die weet het niet. Je kunt het bij de bar vragen. Ja, bedankt, ik ga niet uitleggen dat ik daar net vandaan kom. Ik kom nog een meneer tegen, die het ook niet weet en ik loop toch maar weer terug naar de bar. Ze legt het nog een keer uit. Ja, nu weet ik zeker dat ik het begrepen heb. Bij de kruising naar rechts, naar beneden lopen, over de rivier, naar boven lopen, en bij de spiegel de weg in. Zo gezegd, zo gedaan. Na nog wat heen en weer geloop op dat pad en nog een keer vragen, kom ik er dan eindelijk. Wat een geweldige plek. Het is rustig en er is een prachtige tuin met veel bloeiende en lekker ruikende bloemen. Ik ben alleen een beetje vroeg; de kamer is nog niet klaar. Of ik het erg vind om tot een uur of vier te moeten wachten. Je kunt hier in de tuin gaan zitten. Of ik dat erg vind? Nou nee hoor.

Het paradijs
Ze heeft nog twee gasten. Het zijn de ouders van vrienden. Giovanna zelf is al niet meer piep, die ouders moeten dus wel 100 zijn. Om voor deze mensen een beetje netjes voor de dag te komen, verwissel ik mijn shirt voor een schone (dat ik eigenlijk heb bewaard voor in het vliegtuig terug naar huis). Ga ik om 19.00 uur naar beneden, blijk ik gewoon in mijn eentje te eten. En wat heb ik goddelijk gegeten zeg. Uiteraard eerst pasta. Daarna iets van kip met lekkere aardappeltjes en sla en spinazie uit de eigen tuin. Ik wil waarschijnlijk niet een hele fles wijn (hik, nee dat lijkt me niet zo’n goed idee), of ik het erg vindt om een helave fles die nog open is van gisteren te nemen. Nee hoor. Hij komt wel uit de ijskast (het is rode wijn). Wij drinken namelijk niet. Pardon, heb ik dat goed gehoord? Italianen die niet drinken? Ja, ik heb het echt goed begrepen. Toe kersen uit eigen tuin, en daarna nog vin Santo en van die koekjes (ben even de naam kwijt, maar ze horen erbij). Ik kan echt geen pap meer zeggen, maar ik heb gegeten en gedronken als god in Frankrijk.

Als god in Frankrijk

Geen opmerkingen:

Een reactie posten