maandag 28 mei 2012

Sant’ Agata - San Piero a Sieve


Donderdag 24 mei
Sant’ Agata - San Piero a Sieve
Lengte: 9,5 km
Duur: 3 uur 30 minuten

Vandaag maar een kort stukje. Ik moet vrijdag weer naar Bologna en San Piero is eigenlijk de enige beetje grote plaats van waar ik met zekerheid met het OV kan vertrekken. Daar komt bij dat ik nog het hotel van Passo della Futa moet betalen. En ik afgesproken heb het geld hier achter te laten. En dus ‘slaap ik uit’ en heb ik het ontbijt om 8.30 uur besteld. En ja, de zon schijnt. Als ik beneden kom, staat de tafel in de tuin in de zon gedekt. Of ik dat oké vind. Natuurlijk. Ik ben veel te blij dat er eindelijk zon is. Zo zit ik heerlijk te genieten van zowel goddelijke zonnestralen als een goddelijk ontbijt. Ik heb weer verse kersen, maar ook brood met jam, honing en kaas (joepie), yoghurt, muesli, thee. Het kan niet op. Wat jammer dat ik weer weg moet; het is hier net het paradijs. En dus moet ik me echt van de stoel slepen om de laatste dingen in te pakken en op pad te gaan. Of mijn rugzak goed zit. Ja hoor prima, maar de knobbel van mijn enkel doet zeer. Had dat eerder gezegd. Wil je calendula? “Bij kneuzingen en blauwe plekken? Calendula“. Ik heb echter een blarenpleister over de knokkel geplakt als een soort stootkussen. Ze heeft nog wel wat anders. Ik ken het woord niet en heb dus geen idee waar ze mee gaat komen. Ze komt terug met een zak cement lijkt het wel. Het blijkt klei te zijn. Daar moet ik een papje van maken met water, op de zere plek smeren, een doek om winden en een uur met mijn been omhoog blijven zitten. Giovanna blijkt homeopaat te zijn. En dat verbaast me niets. Alles is namelijk biologisch, van schoonmaakmiddel tot de groenten uit eigen tuin. Evenals de koekjes die glutenvrij zijn. Ze haalt ook nog een oude lap voor me, doet wat van de klei in een zakje, en succes ermee. Ik vind haar geweldig. Ze klust nog een beetje bij met haar agriturismo, maar alleen voor degenen die de VD lopen. Ze staat niet meer in een boekje. Bij de volgende editie van de VD gids wil ze er ook uit. Ze vindt het nog wel leuk om gasten te ontvangen, maar ze wordt er te oud voor. Het kost haar te veel energie. Ze is al druk genoeg met de tuin. Nou, dat kan ik me voorstellen hoor. Het is wel jammer, maar ik begrijp het helemaal. En zo ga ik echt op pad.


Uitzicht onderweg
De weg wijst vanzelf: immer gerade aus. Geen smalle berg- of natte bospaden, maar gewoon een grindweg. Er komt af en toe een auto achterop die over het algemeen helemaal niet hard rijdt. En dat is maar goed ook. Want wat komt daar plotseling de hoek om in een lange colonne aangerend?

Het staartje van de rennende kudde schapen
Een kudde schapen. Ik verwacht ook nog een hond, of op zijn minst een herder. Je weet wel zo’n oude man met een grijze baard en een stok. Maar nee, niet deze keer. Geen hond, maar wel een herder: een jongen van even in de 20 op een knetterende brommer. Weg idyllisch plaatje. Hij kijkt me smachtend aan, kijkt nog eens achterom. Ach kleuter, ga fietsen, ik had je moeder kunnen zijn. En na een tijdje komt ie weer terug gereden, met dezelfde blik. Ik moet er enorm om lachen. Ga weg, kijk eerst eens beter. Dan zie ik ook de kudde in de wei lopen.

In de wei
Ik loop weer verder. Kom door een gehucht met vier huizen en langs een sjiek golfterrein met vier sterren hotel.

Hoeveel borden kun je neerzetten?
En dan ben ik er al. Ik zie de Albergo al liggen, maar ik wil naar de B&B, die tegenover de kerk zou zijn, maar die kan ik niet vinden. Die toren moet toch wel te vinden zijn. De kerk blijkt echter uit de 10e eeuw te dateren, is erg klein en de toren is erg laag. Ik bel bij de B&B aan, maar er wordt niet opengedaan. Ik bel beide telefoonnummers, maar er wordt ook niet opgenomen. Eh, wat nu? Eerst maar eens naar de bar, want ik moet ontzettend nodig. En dan word ik gebeld. Een mooie volzin met wie ik ben en wat ik kom doen, komt er zonder moeite uit. Maar het antwoord? Aan een vrij drukke weg met verkeerslawaai, aan de telefoon. Nee, dan schiet mijn Italiaans aan alle kanten te kort. Als ik het goed begrijp belt hij me zo terug. En dat klopt, Of ik om 13.00 uur kan komen. Tuurlijk geen probleem. Ik wilde eigenlijk net afrekenen, maar neem nu nog maar een kop thee. Die smaakt hier prima.
Wat jeukt er aan mijn been? Shit, ik heb een teek. Gelukkig heb ik een tekentang mee, maar dat is nog helemaal niet zo eenvoudig. Met veel te veel gewurm is het ding eindelijk uit mijn been. Hij heeft zich in ieder geval niet vol gezogen met bloed, maar blij ben ik er niet mee. Datum opgeschreven en met pen er een cirkel om gezet. Nu maar afwachten.



De sleutels van de Heilige Petrus
Inhecken bij de B&B en daarna nog even naar La Fortezza. Het is iets langer dan ik dacht, en het pad gaat natuurlijk omhoog. Een fort bouw je uiteraard niet in een dal; da’s niet zo strategisch. En wat relaxed om me heen kijkend, genietend van het uitzicht en het gezang van vogels, schiet ik weer twee meter terug. Een slang. Gatver. Daar ga ik echt niet langs. Wat nu? Hij beweegt niet. Dat zegt niets. Misschien geniet ie wel lekker van de zon, Oh nee, hij ligt in de schaduw. Even springen dan. Daar moet ie toch op reageren. Niets. Sta ik te ver weg en voelt hij mijn gespring niet? Eén stapje dichterbij en nog een keer springen. Weer niets. Met een stokje gooien. Hij beweegt echt niet. En na het gooien van vijf stokjes denk ik dat hij toch echt wel dood is. Voorzichtig sluip ik dichterbij. Hij blijft nog steeds stil liggen. Hij heeft bloed bij zijn staart. Zou hij dan echt dood zijn? En er zit een vlieg op zijn kop. Nu weet ik het zeker: hij is dood. Jemig, wat ben ik een held op sokken zeg. En toch ga ik er met een zo’n groot mogelijke bocht omheen, in galop. Brr, scheitlaars.

Echt dood
Het fort blijkt heel groot te zijn, maar het wordt gerestaureerd en het is niet toegankelijk. Ik probeer eromheen te lopen, maar dat lukt niet. Ik ga maar weer terug. Weer langs de slang, maar nu ben ik voorbereid. En van iets dichterbij durf ik nu een foto te maken. Echt ontspannen ben ik nog niet. Ook als ze dood zijn, vind ik slangen doodeng. Ik loop door het centrum, ga even in een parkje zitten en loop weer terug naar de B&B. In het belachelijk lange password voor internet heb ik eindelijk door dat het cijfer één de letter l is. Ja, nu lukt het wel.

Volgens mij vraagt Franco of ik met hen mee-eet en zegt Monica waar ik kan eten. Nou ja, maakt mij niet uit. Ik ga naar La Nuova Bisboccina. Op de website van Pelgrimswegen werd daar ook al naar verwezen. Ik ga buiten zitten. Gelukkig is het overdekt, want het begint nog even te regenen. Wat zal ik eens nemen? Een pizza calzone met ham, salami en gorgonzola lijkt me wel wat. En hij is lekker, maar wel een beetje veel. Ik neem maar geen toetje meer.
Als ik terug kom, houdt Franco me nog aan. Hij vertelt over hun Nederlandse vriend van 74. En zij zijn 20 jaar geleden ook in Amsterdam geweest. Wat was dat prachtig. Ja hoor, je Italiaans is prima. Je hebt getelefoneerd en ik begreep jou en jij begreep mij. En Roberto van het hotel in Monte di Fò heeft gebeld. Of er een groot meisje (una ragazza alta) bij hem logeert. Want het pinapparaat was stuk en ze moet nog betalen. Als ik het goed begrijp, was het een beetje een raar gesprek. Franco komt bijna niet meer bij van het lachen. Ik wist niet dat die man Roberto heette, maar ik begrijp uiteraard wel waar het over gaat. Ach ja, en dat ik een groot meisje ben?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten