Vrijdag 4 juni 2010
Vanaf Canterbury: 651 km
Tot Rome: 1432 km
Hoe tekende je als kind een boerin? Precies met een blauwe overall aan en een geruite kiel als hoofddoek. Oké in Nederland dan met klompen, hier met laarzen. Alsof ze uit een boerderijboek gestapt is. De boerin komt met nog even gedag en 'bon courage' wensen (wat ik overigens nog steeds een rare uitdrukking vind). Ik had gisteren al gezegd dat ik vroeg weg zou gaan. Voor haar was dat geen probleem: om 8 uur had zij al lang de koeien gemolken. Tsja, dat is het verschil tussen akkerbouw en veeteelt hè.
Ik loop naar Mormant, waar ook overblijfselen van een oude abdij zijn, Daarna loop ik weer over de oude Romeinse weg, en daarna door een stukje bos. En dat had me moeten waarschuwen. Er is ook een alternatieve route voor de fietsers aangegeven en had ik die nou ook maar genomen. Maar nee, ik dacht dat het nu wel goed zou komen. Als ik echter het bos in wil lopen, moet ik eerst over schrikdraad heen. Waarschuwing 1! Hmm. zou het wel de bedoeling zijn dat ik hierdoor heen ga? Ach, het is op kniehoogte en is vast bedoeld om het wild uit het bos tegen te houden. Daarna kom ik een bord tegen met verboden toegang, dit is een gevaarlijk gebied is en je betreedt het op eigen risico. Waarschuwing 2! Niks aan de hand. Dat bord staat naar rechts en ik moet naar links. Het is wel een erg begroeid en onbegaanbaar bos. Toch zie ik verse hoefsporen, dus er komen meer mensen hier. Ik loop tegen de snelweg op en moet naar rechts, maar dat gaat niet. En daar is al weer een bord. Pas op, voor honden, hier wordt gejaagd. Waarschuwing 3. En ineens voel ik me unheimisch. Ik moet hier weg. Ik hoor geen schoten; dat is wel eens anders geweest. Het is blijkbaar geen jaagdag, maar toch. En in een noodgang loop ik weer terug naar het begin. Ik hoop dat ik het nog kan vinden. Ik vind het hier niet fijn. Ik zie een ree het pad oversteken, maar ook die kan me ditmaal niet bekoren. Ik wil hier weg. En haastige spoed is zelden goed. De paden zijn enorm modderig en voordat ik het weet, glij ik weg en ga onderuit. Hè bah, ook dat nog. Door het gewicht van de rugzak ben ik totaal niet in staat mijn evenwicht te hervinden, en ik lig voluit op mijn linkerzij in de modder. Mijn broek, mijn handen, mijn arm, mijn hoesje met de routebeschrijving, alles is nat en vies van de kleiige modder. Ik kan gelukkig de ingang van het bos weer terug vinden. Ik heb er flink de balen van. Ik moet nu zo'n 5 à 6 km extra lopen: eerst weer een stuk terug, dan naar Leffonds en dan via de D102 naar het punt waar ik op nog geen km vandaan zat. Shit, shit, shit! Ik moet al .... km lopen en ik zit niet echt op deze extra km te wachten. Ik kan me er de hele weg ook niet over heen zetten. Ik ben alleen maar bezig met de tijd die het me extra gekost heeft, het aantal km dat ik extra moet lopen, hoe laat ik nu aankom, en dat ik vies en nat ben. Ik word eigenlijk boos op mezelf dat ik me hier niet gewoon bij neer kan leggen. Later is dit natuurlijk gewoon een smeuïg verhaal. Maar dat alles boeit me nu totaal niet. Ik zit mezelf in de weg. Ik kan nauwelijks de route en het kaartje meer lezen vanwege de modder. En ik zit natuurlijk in the middle of nowhere. Ik ga dus niet mijn kostbare drinkwater besteden aan het schoonmaken van mijzelf. In Leffonds maar eens op zoek naar een fonteintje. Het klinkt wellicht wat raar, maar net als kerken, zijn ook kerkhoven prima plekken voor pelgrims. Bij de kerk kun je schuilen, en bij het kerkhof is altijd een kraan. Even vragen aan de 'tuinmannen' van het kerkhof omdat ik hem niet zie. En inderdaad. Ik kan er mijn handen en mijn arm schoonmaken. Mijn broek en mijn been geloof ik wel. Mijn route en kaartje in een ander hoesje, want dit krijg ik niet meer schoon en droog. Ik ben even bezig, maar dan heb je ook wat. En dus zet ik er weer stevig de pas in. Dit grapje heeft me zo’n anderhalf uur extra gekost. Oké, nou weet ik het wel.
In Marac is een prima bankje om even te lunchen. Er is nooit ergens een bankje te bekennen, behalve bij de halte voor de schoolbus. En zo bekijken de kinderen die staan te wachten en ik elkaar van top tot teen. En eet ik rustig mijn lunch op. Ik ben moe, maar moet dus nog een heel eind. En dan op het juiste moment krijg ik een sms’je. Sommige mensen lijken dat aan te voelen. Het is een warme dag, en mijn water schiet er door heen. In Marac waar ik lunch zou ook een winkel zijn, maar als ik een mevrouw daar naar vraag blijkt die er niet te zijn. Als ik met mee loop, krijg ik van haar een fles water. En zo loop ik met haar en haar dochter naar haar huis. Het meisje doet me aan Anna denken. Ze is wat jonger, maar ze kijkt op dezelfde nieuwsgierige blik naar me op. En helemaal blij van een simpel sms’je, een fles koud water en een lief meisje dat op Anna lijkt, loop ik weer verder. En het lopen gaat weer prima. Vlak voor Langres stijgt de weg sterk. Voordeel: je ziet het stadje met zijn kathedraal prachtig liggen. Nadeel: ik loop te hijgen als een werkpaard. In deze hitte is dat zwaar. En dan loop ik moe maar voldaan door een van de stadspoorten naar binnen. De stad is met een 3 km lange muur omwald. Ik realiseer me dat dat net zolang is als de abdij van Clairvaux. Ik kom meteen langs een van de drie hotels die in mijn gids staan. En als ik daar ook nog een wat ouder super Nederlands echtpaar uit zie komen, weet ik niet hoe snel ik naar binnen moet. Wat belachelijk zeg. Normaal ga ik eerst naar de VVV om te vragen, maar dit doet me zo vertrouwd aan, daar heb ik momenteel blijkbaar grote behoefte aan. En zat ik gisteren in een kamer met bloemkolen, worteltjes en radijsjesbehang, nu zit ik in een bloemenhotel. Overal is bloemetjesbehang tot op het plafond toe.
Dan snel naar de kathedraal voor een stempel. Daar is echter niemand en dus loop ik door naar de VVV. Vraag meteen of ze een slaapplaats voor me willen reserveren. Belachelijk zeg, daar vragen ze geld voor. En dan hebben ze ook nog geen informatie over Champlitte, omdat dat in een ander departement ligt. Nou ja zeg. Bij het hotel in Chalindrey (ligt wat van de route, maar is de enige optie om het traject te splitsen) wordt niet opgenomen. En dus mag ik de volgende dag terugkomen. Pff, gekke Gerritje. Ik vraag het hotel wel te bellen. Zo gezegd, zo gedaan. Hotel voor morgen geregeld.
En dan nog even dit.
- Simone: ha ha, fijn dat ik op de wc hang.
- Fred: dat hoofd heb ik niet gezien. Was trouwens niet erg onder de indruk van het geheel.
- Ellen: nogmaals dank.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten