dinsdag 1 juni 2010

Dag 27: Balignicourt - Dienville (25 km)

Zondag 30 mei 2010
Vanaf Canterbury: 550 km
Tot Rome: 1533 km

Had gisteravond veel meer moeite om het Frans te volgen dan eergisteren. Opa en oma wonen in Coole en opa heeft me vanmorgen langs zien komen. Ik zie dan wel helemaal niemand; ik word door anderen wel opgemerkt. Odile en de kinderen hadden wel acht pizza's gebakken; erg lekker allemaal. en uiteraard nog een kaasplankje en taart toe. Weer verzadigd en verkwikt. Ik kon alleen mijn ogen niet meer open houden. De jongste (van een jaar of acht) springt nog energiek door de kamer om 23.00 uur, maar ik stort in.
Mijn wekker gaat om 7.00 uur. Didier is speciaal voor mij opgestaan om voor het ontbijt te zorgen. Iedereen slaapt nog. Hij weet een kortere route naar Braux en dat zou toch wel zo'n 4 à 5 km schelen. Lijkt me prima. Hij tekent de route tot in detail uit. En hij klopt helemaal.
Ik loop weer door het veld. En als ik om me heen kijk, zie ik ook alleen maar velden. Eigenlijk alleen maar graan; dat wordt hier voornamelijk verbouwd, en aardappels. Er is geen dorp of boerderij in de wijde omtrek te zien. Heel bijzonder. Dit kom je in Nederland niet meer tegen.
Zo kom ik dus een uur eerder aan dan gepland. Sms naar Eefje dat ik er al ben; ze komen er aan. We hebben bij de kerk afgesproken, en dus loop ik daar een rondje omheen. Het is een grappig oud kerkje. Ik heb al zo veel verschillende kerken gezien: met puntige en minder puntige daken, verschillende soorten steen, met hout en zonder hout, groot en klein, veel en weinig versiering. Eigenlijk zijn ze allemaal leuk.
En al heb ik al een keer onderweg in het weidse veld een plaspauze gehouden. Ik moet weer. Op het kerkhof dan wel tegen de kerk aan vind ik zeer ongepast. Al zijn dat wel de meeste beschutte plekken. Het is echter zondagochtend en ik ben nog werkelijk helemaal niemand tegen gekomen. Iedereen lijkt nog in diepe rust. En dus zoek ik een minder beschut plekje uit, maar wat iets gepaster is. Oefening baart kunst. Ik draai er mijn hand niet meer voor om. Natte broekspijpen dan wel schoenen, prikkels van doornen of brandnetels en mieren: ik ontwijk ze allemaal.
En dan komen Eefje en Kees vanuit een andere richting dan ik gedacht had. Hè, wat fijn om ze te zien. Eefje sjort haar rugzak om, en Kees rijdt terug naar de camping om aan zijn scriptie te werken. We nemen nu weer de route uit het boekje.
Elke keer dreigt het, maar het regent niet. Van verre zien we het kasteel al van Brienne le Chateau. Voor het centrum lopen we een kerk binnen. Wat een prachtige glas-in-loodramen. Er zijn niet alleen gekleurde ramen, maar ook ramen in bruintinten. Prachtig gewoon. Dit is zo'n mooi kerkje, daar steek ik nog een kaarsje aan. Katinka en Frank: deze is voor jullie. Bij een bar nog even wat drinken, en dan door naar Dienville. We lopen door het bos en denken eigenlijk verkeerd te zijn gegaan. Het begint ineens te stortregenen. Ook snel weer over gelukkig. Dan blijkt dat we toch goed zijn gegaan. Wat is Dienville een leuk plaatsje. De sfeer van de 'buitenwijk' is totaal anders dan die van andere dorpen. Dat zijn allemaal boerendorpen. Dit niet. Er is vrij grote kerk en een oude markthal. De camping is eigenlijk in het dorp. Er zijn ook chambres d'hôtes, maar die zijn vol. En dus slaap ik bij Eefje en Kees in de voortent van de vouwcaravan. 's Avonds bij de plaatselijke pizzeria eten, en heerlijk slapen.

En dan nog even dit.
- Bob: ik realiseer me mijn lopersgeluk inderdaad nog dagelijks. En je vragen zijn niet één-twee-drie te beantwoorden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten