Donderdag 27 mei 2010
Vanaf Canterbury: 471 km
Tot Rome: 1612 km
Wat heb ik slecht geslapen. Om 1 uur wakker van de pijn in mijn heupen. Ben maar even verhuisd naar het andere bed; ik heb ten slotte de keuze. Die ligt iets beter. Maar als ik 's ochtends wakker wordt, doet het me overal zeer. Vannacht maar weer een goed bed. Het is een lief mens, maar eigenlijk vind ik dat dit niet kan. Ik ben benieuwd hoeveel ik moet betalen. Bij het ontbijt lekker vers stokbrood, maar verwarmd water uit de magnetron. Dat doen ze hier vaak, maar laten het water dan niet koken en dan krijg je schuim op je thee. Ze staat al klaar met de stempel. Leuk dat ze een eigen stempel heeft laten maken voor het pelgrimspaspoort. En of ik iets in haar boek wil schrijven. Tuurlijk. Wel eerst even de andere verhalen lezen. Ze had al gezegd dat er veel Nederlanders komen, en dat blijkt ook uit haar boek. Met name Santiagogangers zijn Nederlanders. Een enkeling loopt maar naar Rome. Er zijn meer mensen die moeite hadden met haar Frans. Maar iedereen is lovend over haar gastvrijheid, vooral natte en verkleumde mensen. En iedereen in het dorp kent haar. Ze heeft altijd pelgrims. En er spreekt veel waardering en nederigheid uit de verhalen. Men herkent het zware leven van een hardwerkende vrouw. En ik realiseer me nog meer dat ik het echt heel goed heb. Als ik vraag hoeveel ik moet betalen, laat ze dat aan mij over. Wat ik kan missen. De tranen schieten bijna in mijn ogen. Het planken bed en de lauwe thee ben ik op slag vergeten. Wat een goedheid. Met enig aandringen vraagt ze 10 euro. Ik kan het niet. Ik geef haar 15, en nu weet zij niet waar ze moet kijken. Wat een bijzondere mensen zijn er op deze aardbol. Ze vindt het gezellig als er mensen komen. Dan kookt ze en eet ze zelf ook fatsoenlijk. Als ze alleen is, doet ze dat niet. Ik krijg nog een fles water mee, ze helpt me met het aantrekken van mijn regenjas, en ze zwaait me uit totdat ik haar niet meer zie. Ik heb een hele grote les in nederigheid geleerd. Zij moet helemaal niet uit de gids, maar er moet wel wat informatie bij.
En zo ga ik weer op stap. De regen zorgt hier en daar voor glibberige paden. Het is kleigrond en de enorme plakkaten blijven zowel aan je schoenen als aan je broek plakken. Binnen de kortste keren zie ik er niet meer uit. Als ik dan ook nog door zeiknat kniehoog gras moet lopen, loopt het water mijn schoenen binnen en sop ik letterlijk in mijn schoenen. Getver, dit is niet leuk. Ik twijfel even of ik wel verder moet lopen, want nog zo'n kleine 10 km met natte sokken en natte voeten is geen pretje, en maakt de kans op blaren extra groot. Ik loop toch maar door, en het gaat goed. Ik trek onderweg nog even mijn schoenen uit om mijn sokken uit te wringen. En dan wordt het later droog en gaat zelfs de zon schijnen. Bij een bruggetje lunch ik. En wie komen daar aan? De twee Nederlandse pelgrims die naar Santiago lopen. ik had niet verwacht ze nog een keer te treffen. Zij hebben net gepauzeerd en lopen verder. Ik eet nog even. Het laatste stuk is langs het kanaal. En halverwege vind ik een hoed. Het zou met niet verbazen als die van een van de twee Nederlanders is. De kans is groot dat ik ze in Châlons nog zie, dus ik neem hem maar mee. En dan komen ze ineens in zicht. Ze blijken iets langzamer te lopen dan ik. Ik versnel wat en uiteindelijk haal ik ze in en de hoed blijkt inderdaad van hen te zijn. En zo lopen we met zijn drieën Châlons en Champagne binnen. Op naar de kathedraal voor een stempel. Ook zij sparen. En dan blijkt de kathedraal helemaal niet open te zijn. Wat is dit voor achterlijks? We lopen door naar de VVV en het blijkt dat we naar de Notre Dame moeten voor een stempel. Maar die is pas om 16.00 uur open. En dus eerst maar naar een terras. Het begint ook weer te regenen. Dan een stempel halen en kerk bekijken. Er zijn veel meer Santiago pelgrims dan Rome pelgrims en dus krijg ik een schelpenstempel in mijn paspoort. Dat is niet de goede, maar ja. Dan op naar het hotel. We besluiten alle drie in hetzelfde hotel te overnachten. Wel zo gezellig. Vandaag is hun laatste dag. Zij hebben geen werkgever die ze vier maanden verlof geeft en dus lopen ze in etappes naar Santiago. Ze kwamen me al zo bekend voor. Het blijkt dat ze bij mij om de hoek wonen dan wel gewoond hebben. Wie weet ben ik ze dus wel eens tegengekomen. Wat is de wereld klein. 's Avonds gaan we met zijn drieën ergens eten. En ik eet weer lekker. Als we het goed begrepen hebben, varkenswangen. Nooit geweten dat je die kon eten, en dat ze zo bol waren, maar het is heerlijk mals vlees. En met een glaasje wijn en een aardbeien-éclair toetje is het helemaal af. We hebben een gezellige avond. Moe, maar voldaan gaan we weer terug.
En dan nog even dit.
- Mariken: Dank voor de tips. Had zelf nog niet eens gedacht aan Altijd is Kortjakje ziek. Maar de anderen (die ik overigens niet allemaal ken) passen beter in de sfeer.
- Katinka: ja, ik krijg je berichtjes hoor. Vooral doorgaan!
- José: dat is een opsteker zeg. Steek hem in je zak.
Varkenswangen zijn lekker! Wij hebben ze voor het eerst in Spanje gegeten vorig jaar. Heerlijk mals, en doet helemaal niet aan varkensvlees denken.
BeantwoordenVerwijderen