Zaterdag 29 mei 2010
Vanaf Canterbury: 525 km
Tot Rome: 1558 km
Het was vandaag een bijzondere dag. Om te beginnen ben ik gisteren veel te laat naar bed gegaan. De neef van Monique, Thierry, is met zijn vriendin Nadine op de motor uit Straatsburg op bezoek. En daarom eten we pas om 21.00 uur. Of dat niet te laat is. Ja, eigenlijk wel, maar wie ben ik om dat zeggen als ik hier getrakteerd wordt op een gastvrijheid die geen grenzen kent en een heerlijk aperitief met gamba's, een diner met vis, kaas en taart toe, krijg voorgeschoteld. Likkebaardend heb ik weer aan tafel gezeten. Monique spreekt langzaam Frans en spreekt ook Engels, dus converseren gaat wat makkelijker. Maar zorgt er dus ook voor dat ik te laat naar bed ben gegaan, maar heerlijk heb geslapen. En ondanks dat gewoon om 6 uur weer wakker. Monique en Jean Pierre gaan naar hun werk, Thierry en Nadine komen net uit bed, en ik zwaai mijn rugzak weer op. Het is toch nog gelukt om de neef van Jean Pierre te bellen en te regelen dat ik vannacht daar mag slapen. Ook zij wonen op een boerderij en zijn dus net zo gastvrij. Ik moet 2 km buiten de route, maar dat is geen probleem. En dus niet vandaag 12 en morgen 34 km, maar vandaag 27 en morgen 20. De zon schijnt en dat is ook fijn.
In de wijde omtrek is geen winkel te bekennen en dus rijft de bakker rond. Ik zie haar stoppen mijn een huis met een stokbrood in haar hand, en komt heel snel weer terug zonder stokbrood. Ze is het tuinpad niet op geweest. Waar heeft ze dat gelaten? Bij het volgende huis gebeurt precies hetzelfde. En wat blijkt? Bij de brievenbus hangt of staat een 'buis'. Ik heb altijd gedacht dat dat voor de krant was. Wel een beetje lange krant, maar ja, En daar blijkt de bakker dus het stokbrood in te doen. Ik vind het een uitvinding.
Vandaag ga ik de 500 km grens over. En dat betekent dat ik prima op schema lig. Ervan uitgaande dat ik 100 dagen loop en 2000 km moet lopen, is 500 km op de 26e dag uitstekend lijkt me. Ik ben overigens wel weer aan een rustdag toe. De laatste km aan het eind van de dag zijn erg zwaar. Maar én het weekend vind ik fijne dagen om te lopen (de mensen zijn dan vrij zijn en je komt ze onderweg wat meer tegen). Én Eefje en Kees komen vandaag. Eefje loopt zondag en maandag mee, en Kees gaat aan zijn scriptie werken. Dat betekent dat ik dinsdag maar weer eens niets ga doen.
En dat allemaal overwegende, steek ik van links naar rechts even de weg over om een rij prachtige klaprozen beter te kunnen bekijken. Tegelijkertijd steekt een vos van rechts naar links ook de weg over. Wat gaaf. Ik praat al enige tijd hardop tegen mezelf, maar doe dat niet luidkeels. Nu schreeuw ik bijna: hé, een vos. Maar niemand die er luistert. Omdat ik door open veld loop, kan ik hem een heel eind volgen. Ik vergeet bijna op het tegemoetkomende verkeer te letten. Ik vind het geweldig. En ik geniet nog een hele tijd na.
Ik loop weer grotendeels over La Voie Romaine, oftewel de oude Romeinse weg. Het blijft fantastisch: een kilometerslange rechte weg van eeuwen oud, en daar loop ik overheen. Ik loop weer door gehuchten van drie keer niks. Als je geen boer bent, kun je hier werkelijk helemaal niets. Het enige dat je ziet, zijn enorme velden met aardappels, koolzaad, asperges, suikerbieten, en graan.
Zoals gezegd zijn de laatste km zwaar en begin wat te strompelen. En als ik bij een boerderij aankom, stopt de jongen op zijn grasmaaimachine om te vragen of het gaat. Heb je iets nodig? Wil je water? En ik krijg een hele fles ijskoud water mee. Ik bedank hem, zeg hem gedag en zwaai nog even naar hem. De tranen staan in mijn ogen. Al mocht ik maar een heel klein beetje overnemen van de goedheid van de mensen die ik tegenkom, dan ben ik al een beter mens geworden na deze reis. Elke keer weer word je zonder enig zelfbelang geholpen. En zoals ik al eerder tegen Annette heb gezegd: op de een of andere manier komt alles dubbel zo hard binnen. Dat betekent dat het geel van de koolzaadvelden geler is, dat de vergezichten verder zijn, en dat ook emoties heftiger zijn. Minutenlang breed blijven lachen van de vos die je ziet. Maar maken dus ook de vele oorlogsgraven meer indruk, is elke kerk een baken en bijna een heilige plaats. Is ontmoeten en afscheid nemen intenser en maakt een jongen die een fles water voor je haalt wat bij je los. Voel me tegelijkertijd ook een huilebalk. Maar ja, hoe erg is dat?
En zo kom ik in Balignicourt aan. Daar wonen Didier en Odine met hun drie kinderen. De oudste is een jaar of 18 en spreekt ook Engels en dat is wel weer fijn. Ik krijg een kop thee, kan een douche nemen en rust wat uit op bed. Vanavond om 20.00 uur met het hele gezin en opa en oma pizza eten. Zo, wat heb ik daar zin in zeg. In die pizza dan, niet zo zeer in opa en oma.
En dan nog even dit.
- Simone: wat een prachtige woorden.
- Tineke en Jip: jullie berichten heb ik ontvangen en staan erop hoor.
Aardige mensen: in NL hebben we daar inmiddels SIRE spotjes voor nodig om te laten zien dat ze nog bestaan...
BeantwoordenVerwijderen