Dinsdag 19 juli 2016
Don Bosco – Poggio
Bustone (auto, trein en bus)100 km; 5 uur 10 minuten
In vier reservoirtapdingen zijn koffie, een soort cola-achtig iets en iets onbekends. Dacht dat daar wel warm water in zou zitten, maar dat blijkt melk te zijn. En die cola is de thee. Het is werkelijk niet te zuipen, maar met je neus dicht lukt het aardig. Verder is er alleen jam en honing, maar wel echt brood. En dan ontdek ik ook ineens yoghurt. En zo heb ik nog best een aardig ontbijt.
Ik vertrek 8.30 uur of
kan ook 8.40 uur zijn. En zoals ik gewend ben zit ik klokslag 8.30 uur klaar.
Maar de Italiaan niet en dus vertrek ik pas om 9.00 uur. Ach, ik heb de tijd.
En terwijl ik buiten zit te wachten op mijn taxi, begint een van de oude mannen
een gesprek. Ben je alleen? Ja, inderdaad. Hij kijkt nog eens onbegrijpelijk.
Hoe is dat toch mogelijk? Hij vertelt dat de andere oude man naast hem een
groot komiek was, als ik hem goed begrijp. Ik vind het prima hoor. Oh, kom je
uit NL? Mooie bloemen, tulpen. Ja hoor, beaam ik. Je bent heel aardig, en je
eet heel netjes. Dat heb ik gisteravond gezien. Pardon? Begrijp ik het goed dat
je mijn manieren bestudeerd hebt? En als ik wat vragend kijk, herhaalt hij het
nog een keer. Tsja, ik kan er niets anders van maken. Fijn dat ik je daarmee
een plezier gedaan heb hoor.
| Hotel Don Bosco |
Om 9.00 uur kan ik met
een meisje meerijden. En in een dik half uur staan we in Terni op het station.
Even vragen of er een bus gaat. Nee, alleen een trein. Ik koop een kaartje,
wacht 25 minuten en na drie kwartier sta ik in Rieti, met een kort treintje vol
met graffiti op de ramen. Ik heb een dik uur. Daar eerst een buskaartje kopen,
even een kerk in die ik toevallig tegenkom, bij een bar een thee met een
brioche en een wc stop.
Naar de supermarkt en weer terug naar de bushalte. Drie
kwartier later sta ik bij de Convento San Giacomo in Poggio Bustone. Dat is net
dicht, maar ik kan er wel een stempel halen. En op mijn gemak loop ik naar
Locanda Francescana waar ik hoop te kunnen slapen. En dat lukt. Een gladde
jongen brengt me naar de hostel. Het is een prima kamer met prachtig uitzicht
op het Rietidal. Er komt ook nog een Ierse mevrouw aan. Die had wel
gereserveerd. Ze is wat nerveus vind ik. En als je als pelgrim om een föhn gaat
vragen, dan heb ik toch mijn twijfels.
| Kerk kluizenarij Poggio Bustone |
| Kluizenarij Poggio Bustone |
| Onderste heiligdom, de resten van de benedictijnse kluizenarij |
| Kluizenarij Poggio Bustone |
Ik heb alleen beneden
internet en probeer via Booking een hotel in Rieti te reserveren, maar dat lukt
niet. Ik krijg steeds het bericht dat er geen internet is. Laat maar. Boven op
mijn kamer, waar overigens zelfs geen 3G is, bel ik het hotel. En voor dezelfde
‘special deal’ prijs als op Booking heb ik een kamer gereserveerd.
‘s Avonds eet ik samen
met andere pelgrims. Maar voordat het zo ver is, komt Francesco, de gladde
jongen van de hostel, gezellig naast me zitten. Wat mij betreft iets té. Hij
weet redelijk veel van NL, heeft veel gelezen en gehoord van zijn gasten.
Nederland is een vrij land met een open mind. Ja, dat waren we vroeger, maar nu
is dat veranderd hoor. En dat vrouwen alleen op vakantie gaan; dat gebeurt niet
in Italië. Nee, maar dat wil niet zeggen dat je constant naar mijn decolleté
hoeft te kijken en me iets te diep in mijn ogen kijkt. Glibberaar. En hij kent
Kees Roodenburg natuurlijk. Hij weet veel van de route, maar ook van de route
van de Engelstalige gids en Cammino di San Benedetto. Gelukkig gaan we eten: de
Ierse vrouw, die Dee blijkt te heten, twee Amerikaanse vrouwen, en ik. We
krijgen allemaal hetzelfde menu. Ik sla de secondo over en krijg een bord
salade. Lekker. Het is gezellig met z’n vieren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten