vrijdag 12 augustus 2016


Dinsdag 19 juli 2016
Don Bosco – Poggio Bustone (auto, trein en bus)
100 km; 5 uur 10 minuten


In vier reservoirtapdingen zijn koffie, een soort cola-achtig iets en iets onbekends. Dacht dat daar wel warm water in zou zitten, maar dat blijkt melk te zijn. En die cola is de thee. Het is werkelijk niet te zuipen, maar met je neus dicht lukt het aardig. Verder is er alleen jam en honing, maar wel echt brood. En dan ontdek ik ook ineens yoghurt. En zo heb ik nog best een aardig ontbijt.

Ik vertrek 8.30 uur of kan ook 8.40 uur zijn. En zoals ik gewend ben zit ik klokslag 8.30 uur klaar. Maar de Italiaan niet en dus vertrek ik pas om 9.00 uur. Ach, ik heb de tijd. En terwijl ik buiten zit te wachten op mijn taxi, begint een van de oude mannen een gesprek. Ben je alleen? Ja, inderdaad. Hij kijkt nog eens onbegrijpelijk. Hoe is dat toch mogelijk? Hij vertelt dat de andere oude man naast hem een groot komiek was, als ik hem goed begrijp. Ik vind het prima hoor. Oh, kom je uit NL? Mooie bloemen, tulpen. Ja hoor, beaam ik. Je bent heel aardig, en je eet heel netjes. Dat heb ik gisteravond gezien. Pardon? Begrijp ik het goed dat je mijn manieren bestudeerd hebt? En als ik wat vragend kijk, herhaalt hij het nog een keer. Tsja, ik kan er niets anders van maken. Fijn dat ik je daarmee een plezier gedaan heb hoor.
Hotel Don Bosco
Om 9.00 uur kan ik met een meisje meerijden. En in een dik half uur staan we in Terni op het station. Even vragen of er een bus gaat. Nee, alleen een trein. Ik koop een kaartje, wacht 25 minuten en na drie kwartier sta ik in Rieti, met een kort treintje vol met graffiti op de ramen. Ik heb een dik uur. Daar eerst een buskaartje kopen, even een kerk in die ik toevallig tegenkom, bij een bar een thee met een brioche en een wc stop.

Naar de supermarkt en weer terug naar de bushalte. Drie kwartier later sta ik bij de Convento San Giacomo in Poggio Bustone. Dat is net dicht, maar ik kan er wel een stempel halen. En op mijn gemak loop ik naar Locanda Francescana waar ik hoop te kunnen slapen. En dat lukt. Een gladde jongen brengt me naar de hostel. Het is een prima kamer met prachtig uitzicht op het Rietidal. Er komt ook nog een Ierse mevrouw aan. Die had wel gereserveerd. Ze is wat nerveus vind ik. En als je als pelgrim om een föhn gaat vragen, dan heb ik toch mijn twijfels.
Kerk kluizenarij Poggio Bustone

Kluizenarij Poggio Bustone

Onderste heiligdom, de resten van de benedictijnse kluizenarij


Kluizenarij Poggio Bustone


Ik heb alleen beneden internet en probeer via Booking een hotel in Rieti te reserveren, maar dat lukt niet. Ik krijg steeds het bericht dat er geen internet is. Laat maar. Boven op mijn kamer, waar overigens zelfs geen 3G is, bel ik het hotel. En voor dezelfde ‘special deal’ prijs als op Booking heb ik een kamer gereserveerd.

‘s Avonds eet ik samen met andere pelgrims. Maar voordat het zo ver is, komt Francesco, de gladde jongen van de hostel, gezellig naast me zitten. Wat mij betreft iets té. Hij weet redelijk veel van NL, heeft veel gelezen en gehoord van zijn gasten. Nederland is een vrij land met een open mind. Ja, dat waren we vroeger, maar nu is dat veranderd hoor. En dat vrouwen alleen op vakantie gaan; dat gebeurt niet in Italië. Nee, maar dat wil niet zeggen dat je constant naar mijn decolleté hoeft te kijken en me iets te diep in mijn ogen kijkt. Glibberaar. En hij kent Kees Roodenburg natuurlijk. Hij weet veel van de route, maar ook van de route van de Engelstalige gids en Cammino di San Benedetto. Gelukkig gaan we eten: de Ierse vrouw, die Dee blijkt te heten, twee Amerikaanse vrouwen, en ik. We krijgen allemaal hetzelfde menu. Ik sla de secondo over en krijg een bord salade. Lekker. Het is gezellig met z’n vieren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten