Naar: Alife
Afstand: 26 km (gelopen); 29,6 km (incl. autoritje)
Totale afstand: 104,6 km
Jemig
de pemig, wat heb ik lekker gegeten en gedronken zeg. Gisteravond zat ik er in
mijn eentje. Er was een feestje. Iedereen opgefluft en lekker ruikend. En ik
met mijn niet helemaal meer schone broek, en niet bij elkaar passend groene
shirt en blauwe schoenen. Alleen daarom was het al goed dat ik alleen zat. En
volgens goed Italiaans gebruik gaat dan meteen de televisie op tien. Hoef je
voor mij niet te doen, maar goed. Of ik een antipasta wil. Ja, doe maar. En
daar komt me toch een partij lekkere dingen. Allerlei soorten salami en kaas.
Uiteraard een hele bol buffelmozzarella en een half kaasje met een potje honing
ernaast. Ze hebben ook meteen maar een halve liter witte wijn neergezet. Ik
weet bijna niet waar ik moet beginnen. Ik laat Heleen via de chat zien wat voor
lekkere dingen ik allemaal voorgeschoteld krijg. Om alvast een beetje in de
stemming te komen als we over een paar weken samen naar Italië gaan. Op de kaas
zitten kruiden; zo die is lekker. En er is een worstje met venkel. Jemig de
pemig, om je vingers bij op te eten. En als ik net begonnen ben, komt er nog
meer. Hoe simpel kan het zijn, maar de gegrilde courgette heb ik echt nog nooit
zo lekker gehad. Ook de gegrilde aubergine is heerlijk. Nog een soort
aardappel-ei-spek-taartje en gegrilde paprika met olijven. Tsjongejongejonge.
Het kan niet op. Ik mag toch hopen dat hierna niet de primo en secondo komt.
Die sla ik af, want ik zit nu al bommetjevol. Gelukkig begrijpt de ober het.
Wil je nog wel een dolce? Ja natuurlijk. Daar is eigenlijk altijd wel een
gaatje voor. En dus komt er nog zelfgemaakte chocoladetaart en abrikozentaart
en twee flessen drank; een met limoncello en de andere met een of ander
kersendrankje. Dat ken ik niet, maar is ook best lekker. De limoncello is iets
te scherp naar mijn smaak. Ik geloof dat ik niet meer moet opstaan. Ik weet
niet of ik wel helemaal recht kan lopen. Eh, even voor de duidelijkheid: de
halve liter wijn heb ik niet helemaal opgedronken. Dat leek me niet zo’n goed
idee.
| Kaas en worst |
| Kaas met honing en buffelmozzarella |
| Gegrilde paprika en olijven |
| Gegrilde courgette |
| Gegrilde aubergine |
| Soort quiche Lorraine |
| Chocolade- en abrikozentaart |
| Limoncello en kersenlikeur |
En terwijl Heleen naar het eurovisiesongfestival gaat kijken met Ilse de Lange en Waylon, hobbel ik naar mijn huisje. Ik val als een blok in slaap, maar wordt nog om een uur of 1.30 uur wakker van feestgangers die naar huis gaan.
Wat
een enorme hoop honden vandaag. Allemaal loslopend. En dan niet één of twee,
maar vier of vijf is er niets bij. Wat moet je met vijf honden? Ik heb mij
hondenafschrikker vandaag twee keer laten vallen en daar kan hij niet tegen.
Door die stomme beesten heb ik ook nog de afslag naar de abbazia volledig
gemist. Het is de vraag of ik ernaartoe zou zijn gegaan, maar even kijken of ik
hem had zien liggen zou toch ook leuk zijn. Een groot deel van mijn route gaat
door natuurgebied waar ook een fietsroute is uitgezet. En omdat het zondag is,
hoop ik weer veel fietsers tegen te komen. Dat valt tegen. Wel een paar, maar
niet zo veel als ik verwacht had en vrijwel niemand zegt gedag. Nou doen dat
überhaupt weinig mensen. Ik zwaai en roep naar alles en iedereen. Dan zwaaien
en roepen ze wel vriendelijk terug. Maar in eerste instantie kijken ze wat
vreemd en afwachtend naar me. En dan blijk ik eigenlijk best vriendelijk te
zijn. Ik maak graag even contact met iedereen, vooral als er honden in de buurt
zijn. Dat ze me in ieder geval gezien hebben en begrijpen waarom die keffers beginnen
te blaffen.
Dit is echt een agrarisch gebied. Eigenlijk zijn er alleen maar boeren. Veel paardenkarren achter de auto, en veel zwarte buffels in de stal. En verder van alles op het land. Er wordt gesproeid, geoogst, verzameld en rondgereden. Zo heb ik nog geen enkele keer in het wild hoeven plassen en zo moet ik vandaag drie keer achterelkaar. En alle drie de keren pies ik mijn schoenen en mijn broek nat. Nou ja, die broek was toch al niet schoon. En aan het eind van de dag mijn schoenen ook totaal niet meer. Tsjongejonge, wat een modder op het laatste deel van de route. Grote plassen van links naar rechts en probeer dan maar ongeschonden in de berm de plassen te ontwijken. Dat lukt dus niet altijd. Mijn benen en armen zitten vol met schrammen. Het prikt enorm. En of ik nou ook nog door de brandnetels ben gelopen? Het is echter een soort klei en als je daar instapt zak je volledig weg. En dat gebeurt als je een kleine misstap maakt, uitglijdt en bijna op je snufferd ligt. Mijn hele schoen onder. En ikzelf dus bijna in de prikkels, al graaiend om me heen om mijn evenwicht te bewaren. Fijn dit.
In Alife (ik blijf de associatie met pijnstillers houden) is een B&B en de parochie. In de parochie zij echter geen matrassen en ik heb geen matje bij me. Ik ben dus afhankelijk van de ene B&B. Ik besluit daarom maar even te bellen. ‘Buona sera. Sono pellegrina. Avete una camera per me?’ ‘Non, sono occupata.’ Occuputa? Hè, dat is balen, want wat moet ik nu? En er volgt een hele verhandeling in het Italiaans die ik niet begrijp. ‘Do you speak English?’ Nou, een stuk beter dan Italiaans. En in onvervalst Londens gaat ze verder. En ik kan het niet laten om er professioneel naar te luisteren. Dat Italiaans klonk als moedertaal, maar dit Engels klinkt ook echt native. Hm, interessant. Hoe kan dit? Zij moet tweetalig opgevoed zijn; dat kan niet anders. Ineens vraagt ze: ‘Are you Dutch?’ ‘Eh, ja. Kun je dat horen?’ Zoveel heb ik nog niet in het Engels gezegd. ‘Nee hoor, maar alle Nederlanders spreken zo goed Engels, dus dat moet haast wel.’
Ik moet haar over een uur weer terug bellen. Ze gaat even iemand anders bellen. Oké, dat is aardig. En zo loop ik weer verder, de tijd goed in de gaten houdend, om over een uur opnieuw te bellen. Even goed kijken waar dat kan: ik moet ontvangst hebben, het moet niet in de buurt van een huis (en dus van honden) zijn, want daar probeer ik zo stil mogelijk langs te lopen, en ik moet goed stil kunnen staan, zodat ik èn kan telefoneren èn pen en papier kan vasthouden (dus niet bij een plas water, en niet bij doornenstruiken). Ze heeft wat geregeld. Als ik in Alife ben, moet ik bij bar Pompei bij de Porta Roma haar opnieuw bellen.
| Porta Roma |
Marisa brengt me naar een soort hotel, even buiten Alife. Ik heb geen idee waar ik ben, maar ik heb de iGotU nog steeds aan staan, waardoor ik in het hotel precies kan zien waar ik ben. Iets te laat realiseer ik me dat ik in de centrum had moeten pinnen en dat ik helemaal niets van het bijzondere stadje heb gezien. Het schijnt een vierkante ommuring te hebben. Ook de straten staan loodrecht op elkaar. Tsja, dat is nu een beetje te laat.
Ik kan hier gelukkig ook eten. Een beetje vage tent is het toch wel. Volgens mij ben ik de enige gast. Het meisje is heel aardig, maar mijns inziens iets te jong om met haar twee vrienden het hier voor het zeggen te hebben. Pff, oma praat.
Om 19.45 uur ga ik maar eens naar beneden om te eten. Het lijkt wel of ik te vroeg ben, maar echt duidelijk is het ook niet. Ik kan pizza eten. De eerste keus die ik maak is meteen niet mogelijk; ze hebben de ingrediënten niet in huis. Ik kies een andere en even later zie ik weer iedereen zenuwachtig in alle kasten rommelen. Nee, helaas die kan ook niet. Nou, als je dan gewoon zegt welke pizza je wel hebt, lijkt me dat een stuk makkelijker. Ik weet alleen niet zo gauw hoe ik dat moet zegen in het Italiaans en dus kies ik een derde uit. En die kunnen ze wel maken. Of het helemaal de juiste is, weet ik niet, omdat ik niet weet wat ik eigenlijk besteld heb. Nou ja, het zal wel. Als ik er echter aan begin, krijg ik ineens de zenuwen. De laatste paar keer heb ik niet zulke goed ervaringen met pizza’s en ik zie mezelf vannacht alweer boven de wc en de wasbak hangen. Ik bestel snel een cola om alle eventuele bacillen te doden. Ik eet hem toch maar niet helemaal op. En terwijl ik nog aan het eten ben, wordt er een geluidsinstallatie naar binnen gebracht en komen er allerlei opgedofte mensen aan. De een ziet er nog iets mee maffia-achtig uit dan de ander. Dat heb je natuurlijk snel met zwart haar, een gebruinde huid, een donker pak met een hagelwit overhemd en een te opvallende spiegelende bril. Ze bestellen pizza’s om mee te nemen dan wel ze gaan zitten om aan tafel te eten. Maar hoe lang ik mijn verblijf ook rek, ze gaan niet eten. Waarschijnlijk willen ze daar geen vreemden bij. En vreemd ben ik zeker. Ik kan de Engelstalig jaren 80 muziek wel waarderen. Wat mij betreft staat de muziek iets te hard, maar dat moet ook wel. De televisie staat namelijk ook nog aan en hoe zuidelijker je komt, hoe harder de Italianen praten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten