donderdag 12 juni 2014

ZATERDAG 10 MEI 2014

Van: Mignano Monte Lungo
Naar: Presenzano
Afstand: 19,2 km
Totale afstand: 78,6 km

Maakte ik gisteren al een rare indruk, die bevestig ik vandaag nog even verder. Gisteravond kon ik na da antipasta de primo al niet helemaal op, wilde ik geen secondo en heb ik de dolce afgeslagen. Heel raar natuurlijk. Bij het ontbijt wil ik geen koffie, maar thee en eet ik alle drie de pakjes met beschuitdingetjes op. En dan ook nog de dolce van gisteravond. Nee, zij vindt mij niet helemaal normaal. Nou is dat wederzijds. Als ze vanmorgen het water voor mijn thee met het stoomapparaat van de koffiemachine (waar je normaal de melk mee warm maakt) opwarmt en ze even zeker wil weten of het wel warm is, neemt ze een slokje. Pardon? Dan vind ik niet normaal.
Ik hoop van haar nog wat meer duidelijkheid te krijgen over de drie agriturismo’s die ik in de buurt van Presenzano heb gevonden. Maar het zegt haar allemaal niets. En echt veel wijzer word ik niet van d’r.
Ik vind haar om nog meer redenen niet helemaal normaal. Ik heb net contant betaald en realiseer me dat ik niets meer in mijn portemonnee heb zitten. Kan ik in Campozillone pinnen? Weet ze ook niet. Dan wil ik eigenlijk het contante geld terug en met mijn betaalpas betalen. Ik geef toe, het is niet echt handig, maar dat moet toch kunnen. En dat blijkt ook zo te zijn. Maar waar heeft ze nou toch mijn geld gestopt dat ik net gegeven heb? Ze moet even zoeken, maar ineens herinnert ze het zich. Zie ik dat goed? Ja hoor, het komt gewoon uit haar decolleté. En dat vind ik ook niet helemaal normaal. Zo staan we weer quitte.

Het is een km naar Campozillone. Daar hebben ze wel een alimentari. Brood en water kan ik er dus inslaan. Ik vraag de aardige mevrouw van de alimentari gewoon nog even naar accommodatie in Presenzano. Zij kent alleen Caseificio Masseria Cardilli. En werkelijk iedereen bemoeit zich ermee. Alle klanten denken en discussiëren mee. Ben je alleen? Waar kom je vandaan? Waar loop je naartoe? ‘Poeh poeh.’ Variërend in de betekenis van ‘ik moet er niet aan denken, voel je je wel goed’, tot ‘ik moet er niet aan denken, maar ik heb er bewondering voor’.
Presenzano blijkt alleen niet halverwege te liggen. Ik had de hoop vandaag zo’n 20 km te lopen en morgen ook. Maar het lijken er vandaag 10 te worden en morgen 30. Hm, dat is jammer. Nou ja, echt veel keus heb ik niet.
Maar deze, hoeveel het er dan ook zijn, kilometers kosten me al veel moeite. Mijn schouder valt wel mee, en de blaar gaat ook redelijk, maar ik heb spierpijn in mijn schenen en mijn kuiten. En als ik net gezeten heb, sta ik als een kreupele weer op. Toch heeft dat ook te maken met dat je weet hoeveel je gaat lopen. Of je nou 15 km of 30 km loopt, de laatste 5 zijn altijd zwaar.
De weg wijst zich weer redelijke vanzelf. Er zijn vrij veel honden, maar ze zitten eigenlijk allemaal achter een hek. Wel zo rustig. En die paar die dat niet zitten, hebben een baasje in de buurt.
Halverwege zie ik nog twee slangen. Niet mijn favoriete beesten. En ik moet ook even goed kijken of het echt wel een slang is en niet een stuk zwart plastic, maar nee. Twee zitten innig in elkaar gestrengeld. Toch vertrouw ik er niet op dat ze alleen oog voor elkaar hebben en mij totaal niet in de gaten hebben. Na wat foto’s gemaakt te hebben, loop ik er met grote stappen heel snel omheen. Brr.

En zo kom ik bij de weg SS 85 uit. Hier moet ik naar links. Dat is de richting van de agriturismo. Rechts gaat verder naar Alife. Ik moet nu 2 km langs een vrij drukke weg lopen. Niet echt fijn, maar ik kom heelhuids aan. Volgens het bord is het dan nog 200 m. Ja ja, dat zijn Italiaanse meters. Alleen de oprit is namelijk al 100 meter. Ik denk dat ik nog zo’n km voortstrompel voordat ik er dan eindelijk ben. Het is een enorme boerderij met koeien en schapen en alles wordt hier natuurlijk weer zelf gemaakt, maar dan in grote oplage. Ik ben al twee verkooppunten tegengekomen: vlees, kaas. Dat wordt vanavond vast weer smikkelen en smullen.

Na wat gehangen te hebben, toch maar eens de boerderij verkennen. De hanen had ik al gehoord. Die communiceren blijkbaar met elkaar. Want als de ene kraait, antwoordt de andere. En ze hebben er nogal wat. Maar er zijn meer lawaaimakers. Er is ook een pauw, en een kalkoen. Wat is dat toch eigenlijk een raar beest. Waar die enorme lel aan zijn kop nou voor dient? Volgens mij zit dat ding alleen maar in de weg. Zijn gelokkelokkelok is best beschaafd voor zo’n groot beest. Hij is qua grootte eigenlijk wel indrukwekkend, maar de haan kraait echt harder. Nou gaat die er ook eens even voor staan om te kukelen. Hij zou bijna rood aanlopen. Ach, en wat hebben we daar? Een ezel, drie ezels zelfs: moeder, vader en kind. Ach gossie, dat is echt nog een humpie. Pff, vader kan ook geluid voortbrengen. Als je daar goed naar kijkt, ziet het er trouwens evenmin makkelijk uit. Alsof ie aan het hyperventileren is en er bijna in stikt. Maar lawaai maakt het. Ik loop door naar de zwarte giga buffels. Die zullen voor de mozzarella zijn. Pff, ze stinken. Gelukkig zitten ze vast. Beetje engig vind ik ze wel. Toch ook maar even naar de andere kant lopen, want volgens mij staan daar schapen. Nou ja, het blijken geiten te zijn, maar daarvoor liggen nog een hoop varkens ieder in hun eigen schuur. Over stinken gesproken. Als die knorren, komt er iets uit hun neus wat ook niet echt lekker fris ruikt. Ik begrijp ook meteen helemaal waar de term ‘varkensoogjes’ vandaan komt. Eigenlijk zijn ze best lelijk.

En na mijn rondje ‘wat vinden we allemaal op de boerderij?’ skype ik nog even met mijn ouders. En dan is het tijd om te gaan eten.










Geen opmerkingen:

Een reactie posten