donderdag 12 juni 2014

MAANDAG 12 MEI 2014

Van: Alife
Naar: Telese Terme
Afstand: 30,9 km
Totale afstand: 135,5 km

Gisteravond was er feest en dat begon blijkbaar pas toen ik weg was. Draaiden ze jaren 80 muziek toen ík er zat, gingen ze over op Italiaanse meezingers toen ik net in bed lag. Goede timing. En het was echt knoerthard. Uiteindelijk val ik toch in slaap.
 
Ik heb gevraagd of ik ‘s morgens om 7.00/7.30 uur kan ontbijten. Dat kan, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik eigenlijk verwacht te moeten wachten, en dan hoogstens een beschuitdingetje krijg. Maar als ik om 7.15 uur naar beneden ga, zit er al een mevrouw klaar. Niet met iets gedekt of zo, maar ze is er wel. Er komt in eerste instantie alleen een schaal met koekjes en een klein lauw kopje thee. Hm, hier ga ik het niet mee redden. Maar dan komt er ook een te heet (waardoor de chocolade is verbrand) chocoladebroodje en ze vraagt of ik fruit wil. Ja, dat wil ik wel. En dus krijg ik nog drie schijven ananas en twee halve perziken uit blik. Nou ja, het vult in ieder geval meer, maar de hoeveelheid zoetigheid komt wel een beetje mijn neus uit. Ik krijg vier kleine flesjes water mee voor onderweg en dan moet ik afrekenen. Kan ik ook pinnen? Nee, dat kan niet. En daar was ik al bang voor; dan hebben we wel een probleem. Ik heb maar 30 euro in mijn portemonnee zitten en het kost bij elkaar 40 euro. Ik heb namelijk nog steeds niet gepind. Dat probeer ik al vanaf Mignano Monte Lungo te doen. De eerstvolgende mogelijkheid zou Alife zijn. Maar Marisa bracht me meteen naar dit hotelachtig ding, en dus heb ik niet kunnen pinnen. Wat nu? Ach, het is zo wel goed. En dus hoef ik maar 30 euro te betalen. Vind ik eigenlijk ook wel meer dan genoeg, De kamer op zich was prima, maar het lawaai van dat feest sloeg natuurlijk nergens op. De pizza was ook niet echt top en de twee kopjes thee die ik nu gehad heb, waren allebei lauw.
En dan ga ik maar weer. Maar hoe moet dat de rest van de dag? Ik zit buiten Alife, het duurt tot een uur of 14.00 uur voordat ik een alimentari tegenkom en ik heb alleen een appeltje en een Wasa knäckebröd snack. Dus als ik op het eerste de beste kruispunt een alimentari denk te zien, loop ik daarnaartoe. Daar blijken ze alleen drinken te verkopen. Maar even verderop is wel een alimentari. Ik twijfel even, omdat ik die schatting van de afstand van de Italianen ken. En ik heb geen zin om (kilo)meters extra te moeten lopen als ik al een lange dag heb. Ik waag het erop en het blijkt redelijk dichtbij te zijn. Een broodje kaas en twee sinaasappels rijker ga ik dan echt op weg. En het gaat meteen best goed. Ik loop lekker door.
Als ik door het gehucht Totari loop, word ik aangesproken door een meneer die met zijn vrouw bij zijn huisje staat. Ja, dat heb je als je alles en iedereen groet. Of ik een kopje koffie lust. Nou eigenlijk niet, maar dat sla ik bij dit soort gelegenheden nooit af. Kom binnen, doe je rugzak af. En hij helpt me hem af te doen. ‘Sprichst du auch Deutsch?’ Ja, hoor, een beetje. Hij blijkt van 1959 tot 1965 in Zwitserland te hebben gewoond. En omdat dat lang geleden is, weet hij niet zo goed meer hoe het moet. Zijn Duits is net zo goed als (of nog iets slechter dan) mijn Italiaans. Maar vol trots blijft hij stug volhouden. Ook al komt hij niet op woorden, zegt zijn vrouw ‘zegt het nou maar gewoon in het Italiaans’, en vraag hij mij om bevestiging van de woorden, hij blijft het in het Duits proberen. Mevrouw is al vlees aan het braden voor vanmiddag waarschijnlijk (het is pas 9.00 uur). Ik krijg een (weer lauwe) espresso en de trommel met koekjes komt ook op tafel. Zij beiden nemen niets, maar ik moet eten. Pff, eigenlijk kan ik geen koekjes meer zien. Je wilt niet weten hoeveel koekjes ik vanmorgen al gegeten heb. En ik krijg nog een glaasje perensap. En natuurlijk komen de standaardvragen: waar kom je vandaan en waar ga je naartoe. Hij zegt dat ik na het Santuario gewoon rechtdoor moet blijven lopen. En daarna naar links naar Gioia. Mijn route komt daar echter helemaal niet langs. Maar dat is wel het kortst. Maar dan loop ik langs een drukke weg. Nee hoor, dat valt best mee. Ik knik maar en ga dat natuurlijk helemaal niet doen. Lief bedoeld hoor, maar hij heeft nog nooit gewandeld. Het zijn schatten van mensen. Ik krijg nog een verpakte brioche mee voor onderweg. En dan ga ik weer. Hij tilt mijn rugzak op om me die op te helpen doen. Jemig, dat is wel zwaar zeg. Ach, dat valt wel mee, maar het water is meteen zwaar. Ik heb 2,5 liter mee, dus dat tikt direct lekker aan. Een hand, een zwaai en een dankjewel. Zoals zo vaak bij dit soort ontmoetingen, kunnen we hier allebei weer een tijdje op teren. Mijn tijdsplanning komt wel een beetje in de war, maar goed.
Ik loop verder naar het Santuario Madonna del Bagno. Dat zou een grote kerk moeten zijn, maar ik vind hem nogal tegenvallen. Vrij nieuw en bovendien dicht. Ik moet inmiddels wel naar de wc. En al is dit de kerk van de Madonna van de ‘bagno’, die wc is er niet. Wel veel bankjes en veel open ruimte en een tuin. Achter een struik moet dat dan wel lukken. Hè, dat lucht op.
Santuario Madonna del Bagno
En met grote stappen ga ik weer verder. Hier en daar volg ik niet helemaal de route. Enerzijds omdat ik echt helemaal klaar ben met die honden, anderzijds omdat deze weg erg rustig is en hij volgens mij iets korter is dan de route van het boekje. Ik kan er in ieder geval goed doorlopen. Ik denk dat ik constant 5 à 6 km per uur loop. En dat is veel voor een lange dag.
Om 12.15 uur kom ik dan ook al aan bij de bar/ristorante (waar ik had gedacht even naar de wc te kunnen), maar daar is alleen het uithangbord nog van over. En dus ook zo vroeg bij de alimentari. Veel vroeger dan ik gedacht had, maar het is goed dat ik mijn eigen broodje al heb, want de alimentari is dicht. Nou, dat gaat weer lekker. Toch maar even tijd nemen om te eten en te rusten. In de heuvel ziet de lucht steeds zwarter. Daar word ik niet echt blij van. De mevrouw vanmorgen zei dat het ‘s middags zou gaan regenen.
Donkere luchten
Ik bekijk op mijn beroerde kaart dat ik ook nog een stukje langs de weg kan lopen. Volgens mij moet dat korter zijn en dan blijf ik een beetje in de bewoond wereld lopen. En dat vind ik wel fijn al het slecht weer. De lucht wordt met de minuut zwarter. Na een tijd blijkt mijn kaart inderdaad beroerd te zijn. Ik kom er uiteindelijk wel, maar ten eerste is het de vraag of het wel korter is, en ten tweede loop ik over een industrieterrein. Niet echt fraai of zo. Bij een benzinestation kan ik dan wel weer naar de wc. Best schoon, en ook energiezuinig. Het licht werkt op beweging en blijkbaar zit ik te stil, want ineens zit ik in het pikkedonker. Hm, hoe zwaai je dan als je eigenlijk je beide handen nodig hebt om van alles en nog wat vast en omhoog te houden.
Ik strompel uiteindelijk Telese Terme binnen. Ik zie een supermarkt en doe meteen maar even de nodige boodschappen. En ineens kan ik niet meer. Tussen de pinda’s en cashewnoten word ik niet goed. Ik moet even blijven staan en me vasthouden. Hm, als dit niet wegtrekt, moet ik geloof ik even gaan zitten. Maar het trekt alweer snel weg. Oké, wat was dit nou weer? Toch een beetje te veel van mezelf gevraagd? Even rustig aan doen. Zelfs de supermarktjuffrouw loopt nog te hard voor mij, als ze tussen de schappen door op zoek gaat naar de abrikozen die ik niet kan vinden. Tempo doeloe loop ik naar de kassa en ga de supermarkt weer uit. Nu eerst op zoek naar een pinautomaat, want ik heb echt geen rooie cent meer in mijn portemonnee. Voordat ik het ie de gaten heb, ben ik het centrum echter alweer uit. Wel banken gezien en ook bordjes naar pinautomaten, maar die zijn er niet meer. Dan maar eens vragen. Nee, de meneer weet het ook niet. Mar ik kan het even bij het ziekenhuis vragen. En dus loop ik een of andere kliniek binnen. Ik voel me patiënt en volgens mij zie ik er ook uit of ik hier zou moeten blijven. Maar ik wil alleen maar weten of en waar hier een pinautomaat is. En die blijkt er gelukkig te zijn. Ik moet wel weer helemaal terug lopen. Ik ben bijna weer bij de supermarkt. Na het pinnen eerst maar het hotel bellen. Ja hoor, er is nog plaats. Het zou nog zo’n km lopen zijn. Volgens mij is het nog wel 2 km lopen, maar goed.
En voordat ik het in de gaten heb, ben ik het centrum alweer uit. Eh, welke zijstraat naar links moet ik eigenlijk hebben. Toch even op de gps kijken. Hè, shit, ik ben alweer veel te ver door gelopen. En ik moet helemaal geen zijstraat links, maar een zijstraat rechts. Sukkel. Ik kan echt niet meer, en dus strompel ik weer terug, ga naar links (bij teruglopen is het wel naar links), steek de spoorbaan over, ga weer naar links, zie het meertje al liggen en dan gelukkig ook het hotel. Een beetje vergane glorie, maar ik vind het prima. Eerst mijn schoenen uit, en dan op bed liggen. Wat is dat toch weer heerlijk.
Ik ben niet de enige gast, maar wel de enige die hier ’s avonds eet. En ik begrijp ook meteen waarom. Ik krijg een eenvoudige spaghetti Bolognese. Dat was natuurlijk meteen de waarschuwing, want Italianen kennen dat helemaal niet. Dat is een Nederlandse uitvinding. En vol trots zegt oma dat de wijn zelf gemaakt is. Hm, zuurtjeswater is er niets bij. Wat een bocht zeg. Volgens de hotelmevrouw wordt il tempo bruto, oftewel slecht weer. Mijn blaren doen zeer, ik ben moe, ik werd vandaag niet helemaal goed vanwege de vermoeidheid volgens mij, en morgen zou ik 28 km moeten lopen. Laat ik verstandig zijn. Het is niet mogelijk om maar een klein stukje te lopen. Morgen ga ik gewoon met de trein naar Benevento. Het is mooi geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten