donderdag 1 juli 2010

Dag 52: Veytaux - Saint Maurice (26 km)

Donderdag 24 juni 2010
Vanaf Canterbury: 1002 km
Tot Rome: 1080 km

Vandaag de 1000 km grens gehaald. Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik de 100 km grens had gehaald en dat met Heleen gevierd heb. En voordat je het weet, zit je dus aan de 1000. Zo gaat dat.
Vanmorgen een goed ontbijt gehad. Richard is een aardige man, maar ik begrijp niet waarom hij er een B&B op na houdt. Ik denk dat hij thuis werkt, of vanuit huis, maar hij heeft het hartstikke druk. Als ik om 7.30 uur aan het ontbijt zit, zit hij al weer achter de computer. Haalt daarna de kinderen uit bed en brengt die waarschijnlijk naar school als ik op het punt sta weg te gaan. Zijn Engels is redelijk goed, dus we hadden best een gesprek aan kunnen gaan, maar hij vraagt niets en ik begin ook niet uit mezelf. Waar zijn vrouw is, weet ik niet. Of die nog ligt te slapen of al naar haar werk is; ik heb haar niet gezien. En ik heb het al eerder gemerkt. Mannen B&B's zijn ook goed, maar missen altijd net dat beetje extra: een beetje meer aandacht, een beetje meer verzorging, een beetje meer betrokkenheid, misschien ook wel een beetje meer nieuwsgierigheid. De Moniques, Françoises en Yolandes bevinden zich niet onder de mannen, maar goed. Hij heeft ook geen idee wat de Via Francigena is. Van Santiago heeft hij dan wel gehoord, maar naar Rome lopen? Nee. En dus vraag ik hem ook maar niet naar de abdij in St.Maurice te bellen om te reserveren.
Langs de oevers van het meer loop ik naar Villeneuve. Daar doe ik nog wat boodschappen. Mjammie, ik denk dat ik een heel lekker brood heb gekocht. En dan loop ik verder zuidwaarts van het meer vandaan: eerst langs een kanaal en dan langs de Rhône. En daar loop ik km lang langs. Dit is ook een favoriete fietsroute gezien het aantal wielrenners. En volgens de borden kun je er ook skeeleren. Toch maar even de abdij bellen. Groepen pelgrims moeten een schrifjtelijke aanvraag indienen. Ik ben maar alleen, maar het geeft wel aan dat ik waarschijnlijk niet zo maar op de stoep moet staan. Ik moet een tijd wachten, en dan blijkt dat ik te vroeg ben en later terug moet bellen. Balen. Na een thee- en plaspauze bij het World Cycling Center (nooit geweten dat dat bestond, maar het is een immens complex) even verderop mijn inderdaad overheerlijke brood opgegeten. En dan ben ik nog geen minuut weer op weg, als er een afzetting komt. Nee hè. Grote borden: verboden toegang. Da's lekker. En nu? Ik hoef toch niet weer al die km terug hè? Er is een vaag pad met rood-wit lint afgezet door het bos. Dat volg ik maar. Ik kom bij een treinemplacement uit, dat afgezet is met prikkeldraad. Lijkt me ook niet echt de bedoeling dat ik daardoorheen ga. Een meneer in een treintje kijkt ook nog eens naar me. Maar het pad gaat weer omhoog en een paar meter verder ben ik weer op de oorspronkelijke weg. Ook hier staat een groot bord, maar dan de andere kant op: verboden toegang. Wat is dit voor vaags? Ach ja, en dan heb je alle tijd om na te denken wat er aan de hand kan zijn. En dat varieert van: er is een lijk gevonden tot een groot gifschandaal. Nou ja, het zal wel. Ik loop weer verder. Er staan nogal wat fabrieken aan de andere kant van de rivier. En die zien er niet allemaal even schoon uit.
Vlak voor Saint Maurice houd ik nog een kleine pauze. En dan zie ik een medepelgrim achter mij aan komen. Ik wacht maar even. Altijd leuk een praatje met lotgenoten. Maar nee hoor. De wat oudere mevrouw racet me voorbij, alsof ze bang is de trein te missen. Ze kijkt me nauwelijks aan, en zegt ook geen gedag. Nou ja zeg. Dat is raar. En ook al rent ze bijna, ze is wat kleiner dan ik, dus met mijn grote passen heb ik haar bijna ingehaald. Zij gaat echter rechts de brug over (de 'officiële Zwitserse VF route) en ik ga links (mijn route). Later zie ik haar overigens alsnog in Saint Maurice. En dan maar weer bellen naar de abdij. Het zal me toch niet gebeuren dat die andere pelgrim een plaatsje heeft en ik niet. De mevrouw herkent me, en het is geregeld. Ik ben weer helemaal trots op mezelf dat ik gebeld heb, dat ik niet erg heb lopen stuntelen, maar keurige zinnen heb geformuleerd en dat ik begrepen heb wat ze zei.
En dan loop ik tegen het kasteel van Saint Maurice aan. Lollig ding. En ik loop Saint Maurice zelf in. Ik zit al meteen op de goede straat, nu nog het nummer. Hm, het is een echte abdij en geen relgieus hostel of iets dergelijks waar ik eerder heb geslapen. Misschien dat ik toch maar beter even mijn pijpen weer aan kan ritsen. De abdij is in 515 gesticht, en bestaat dus al even. Ik moet aanbellen en kom bij een soort receptie. De mevrouw belt naar iemand die me verder zal helpen. Ik krijg wel alvast een stempel. En wat komt daaraan? Een hele echte monnik in een zwarte pij. Als een kind zo blij, staar ik hem aan. Oh, een echte. Wat ben ik blij dat ik hier niet in mijn korte broek loop. Voelde toch wat ongepast. We lopen over straat naar een ander gebouw. En we hebben bekijks. Een monnik met een vrouw met een rugzak. Wie zijn dat? Bijna trots loop ik naast hem. Een kinderhand is gauw gevuld hoor. We gaan een oud gebouw in en daar krijg ik een kamer voor mezelf. Douche en wc op de gang. En als ik wil mag ik vanavond meeëten. Tuurlijk. Wie weet hoeveel ik er dan nog zie. Zal zorgen dat ik er dan ook een beetje decent bij loop.

En dan nog even dit.
- Liesbeth: ik weet niet wanneer de omslag is gekomen, maar die is er al wel.

2 opmerkingen:

  1. Toch wel fijn dat je ook aardige Zwitsers tegen bent gekomen. Lijkt me prachtig zo door Zwitserland te lopen. Ten westen van de Rhone, in de bergen richting Frankrijk hebben wij heel wat weekjes doorgebracht in de herfst. Was altijd heel mooi daar.

    Liefs Annette

    BeantwoordenVerwijderen
  2. o everdiene, dat je nu al weer 1000 km hebt gelopen, allemaal met je eigen voeten en schoenen, zelf de route gevonden. Regen, kou en hitte doorstaan. Ik vind het wat hoor.Ik ben hier bezig met de laatste loodjes dit schooljaar. het is niet te geloven wat ze allemaal weer willen zo op de valreep en nee zeggen is nog steeds niet mijn sterkste kant.Genieten he, maar dat doe je wel als ik al je mijmeringen lees.Daag heleen

    BeantwoordenVerwijderen