zondag 20 juni 2010

Dag 45: Pontarlier - Sainte Croix (23 km)

Donderdag 17 juni 2010
Vanaf Canterbury: 865 km
Tot Rome: 1218 km

Gisteravond in een hippe tent gegeten. Daar liep ik gistermiddag al voorbij en het zat er barstensvol met etende mensen. Ik heb er een kopje thee gedronken, en ik vond het wel wat. Een prima daghap. Plat du jour klinkt dan net weer even wat mooier dan daghap, maar het komt op hetzelfde neer. Er zit van alles: jong, hip en dynamisch, strakke pakken en grijze koppen. En volgens mij ook een mede pelgrim. Hij zit zijn topografische kaarten aandachtig te bestuderen.
Vanmorgen toen ik op stond regende het pijpenstelen. Maar ik zie ook een stukje blauwe lucht. En als ik op pad ga, is het in ieder geval droog en gaat zelfs de zon schijnen. Ik had al besloten de track te nemen. En daar krijg ik alleen maar meer zin in. De weg stijgt behoorlijk en is hier en daar spekglad, maar met mijn stokken gaat het prima. Ik ben op 1.000 meter hoogte en kom aan bij Fort Mahler, een prachtig oud kasteel. Je mag er niet in, vanwege instortingsgevaar. Zo ziet het er helemaal niet uit, maar ik zal me aan het verbod houden. En als je om het kasteel heen loopt, is het uitzicht fantastisch. Ik heb inderdaad zicht op Chateau de Joux. Het ligt in de zon, op een rots. Ik word er helemaal blij van. Dit is toch een onverwacht cadeautje. Het begint al te betrekken, maar dat maakt mij niet uit. Ik heb het kasteel ten minste zien liggen. En in een mum van tijd ben ik weer beneden. De zon is weg, maar het regent niet. En zo loop ik verder richting Zwitserse grens. Ik kom een paar keer dezelfde schoolbuschauffeur tegen. Na de tweede keer zwaaien we maar eens naar elkaar. In Les Fourgs, de laatste beetje plaats voor de grens, ga ik toch nog in de zon lunchen. Dit is een skigebied. Er zijn veel gîtes en overal staat info over ski- en langlauftrajecten en dergelijke. In Fourgs kom ik de schoolbuschauffeur weer tegen. Hij doet zijn deur maar eens open om een praatje te maken. Waarvandaan kom je en waar ga je naar toe? Ik geef dan altijd maar de informatie van de betreffende dag. Later kan ik altijd nog zeggen dat ik naar Rome loop. Je loopt dus door naar Zwitserland. Woon je daar? Eh, nee, ik woon in Nederland. Ben je helemaal uit Nederland komen lopen? Nee, vanuit Engeland. Hij vindt het bijzonder. Veel plezier maar weer. Hij rijdt en ik eet verder. Maar als ik weer onderweg ben, kom ik hem weer tegen. En we maken nog even een praatje. Bon courage et bonne route. Dank u wel. En dan ben ik nog maar een paar km van de Zwitserse grens. Ik krijg al een sms 'Welkom in Zwitserland'. Ik vind het wel spannend. Ik hoop eigenlijk op een stempel. En dan bereik ik de grens al eerder dan ik gedacht had. Het is wel een grenspost, maar er is helemaal niemand. Hè, hoe kan dat nou? Zwitserland hoort toch niet bij de EU? Ik moet toch gecontroleerd worden? Niet dus. Ik maak nog wat foto's en loop dan echt Zwitserland binnen. Hm, valt een beetje tegen. Zit ik daarvoor zenuwachtig te worden? Het eerste dorp in Zwitserland, l'Auberson, is wel echt anders. De informatieborden vliegen je om de oren. Overal staat aangegeven waar je naar toe kunt lopen dan wel fietsen, hoeveel km dat is, en hoe lang je daar over doet. En dan ben ik in Ste. Croix. Ik ben moe en strompel wat naar een soort VVV. Een beetje rare en niet heel erg behulpzame mevrouw helpt me. De jeugdherberg waar ik eigenlijk had willen slapen is gesloten. En dus maar weer naar een hotel. Erg eenvoudig, maar prima. En als ik in het hotel ben, begint het hozen. Ik ben precies op tijd binnen.
In de winkel viel het me al op. Ze spreken hier met een accent. Ik kan het Frans niet verstaan. Als ik de Zwitserse zenders bekijk, blijkt echter dat ik ook het Duits en Italiaans niet te volgen zijn. Hm, dat schiet lekker op. Wat heb ik nou aan mijn grote talenkennis?

En dan nog even dit.
- Femke: heet? Het is al dagen veel te koud. Rillen, apathie en verward gedrag is inderdaad vrij normaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten