vrijdag 10 mei 2013

Woensdag 8 mei 2013
Van: Rome
Naar: Marino
Afstand: 25,5 km
Totale afstand: 25,5 km
Vertrek: 8.15 uur
Aankomst: 14.00 uur
Weer: zonnig

Om 7.30 uur een uitstekend ontbijt met brioches, maar ook met bolletjes en kaas en worst, en yoghurt. Ik doe me tegoed aan van alles en nog wat en ga op pad. Ik krijg nog een kaartje mee hoe ik op de Via Appica Antica moet komen. Ik vraag me af of de schaal van die kaart helemaal klopt, maar goed. Ik kom er. Ik loop nog wel een dik uur door de drukke stad. Hoe verder je op de Via Appia Antica komt, hoe rustiger het wordt. Af en toe is de oude Romeinse weg te zien. Dat blijft toch indrukwekkend: grote keien met hier en daar de karrensporen nog te zien. Het loopt (en fietst, zie ik) voor geen ene meter. Het is een soort hinkelen, van de ene naar de andere grote steen springen, maar dan wel met twee benen gelukkig.

Oude Romeinse weg
 De Via Francigena del Sud loopt vanaf het Vaticaan, maar het gaat me een beetje te ver om daar eerst naartoe te gaan en dan weer terug te lopen. Aan de andere kant vraag ik me af of ik nou zoveel km heb afgesneden. Mijn iGotU apparaat doet het om een of andere reden niet. Hoe lang ik ook op het knopje druk, het lampje gaat niet branden. Het lijkt alsof hij niet opgeladen is, maar dat heb ik in het weekend nog gedaan. Hmm, stuk, of batterij leeggelopen? Ik baal wel, want dat betekent dat ik na afloop niet mijn route kan downloaden en de foto’s eraan kan koppelen. Dat is juist zo handig. Dan weet je later precies waar je welke foto hebt gemaakt. Mijn hele route naar Rome drie jaar geleden heb ik zo gedaan. En ik weet nu niet hoeveel km ik uiteindelijk heb gelopen. Nou ja, het zij zo.

Ik loop km lang over de Via Appia Antica. Eerst met auto’s, daarna zonder, eerst met aan beide kanten Romeinse overblijfselen, daarna zonder, eerst breed, daarna smal. En als ik het idee heb dat ik al ver buiten het toeristische deel ben, zie ik een bar. Er staat een oude man bij. Eerst loop ik door, maar besluit terug te keren. Zo’n oude baas heeft toch ook inkomen nodig; er is verder niemand. Oh, de oude man blijkt een klant te zijn die de kranten bekijkt, binnen word ik door een lellebel geholpen. Ik neem en lekker kopje thee en drink dat buiten op. Als ik moet afrekenen, blijk ik 3 euro te moeten betalen. Pardon? Wat nou, zielige oude baas die ook inkomsten nodig heeft. Toeristenuitbuiters zijn het. Ach ja. Les 1; laat je niet verleiden door zielige oude mannetjes. Les 2: genieten kan ook van te dure kopjes thee, want hij was wel lekker.

Kwik, Kwek en Kwak?

En zo kom ik in Santa Maria delle Mole aan. Een gehucht waar ik op een picknickbank mijn broodjes op eet. Hè? Eén broodje? Ik had toch twee broodjes besteld? Ik heb hem zelf zowel de salami als de kaas zien afsnijden. Ben ik dan te snel weggegaan? Dan hadden ze toch nog wel even achter me aan kunnen lopen? Wat is dat nou? Oh, hij heeft de kaas en de salami op één broodje gedaan. Oké. Beetje rare combinatie, maar uiteindelijk smaakt het niet verkeerd. Moet mijn Italiaans nog wat bijspijkeren blijkt maar weer. En dan moet ik toch ook eigenlijk wel een plasje plegen. Maar dat vind ik de eerste keer zo in de vrije natuur toch altijd weer een opgave. Bovendien zit ik hier op een picknickplaats en een pieslucht lijkt me niet fijn voor de volgende bezoekers. Aan de andere kant staat het gras hier zo hoog dat er allang niemand meer geweest is, De info kiosk ziet eruit alsof die ook al jaren niet meer open is geweest. Ik loop dus wat rondjes door het hoge gras om er nog eens over na te denken. Hm, de spoorbomen zijn dicht en er staat nu een lange rij auto’s die mij gewoon kunnen zien, Even wachten maar, nog een rondje lopen, auto’s weg, ja nu. Shit, komt er weer iemand aan, broek weer dicht en dus weer een rondje. En dan denk ik: zit niet zo te zeuren. Gewoon broek los, zakken en plassen. Zo gezegd, zo gedaan. Zo, dat lucht op. Zeikerd.

Brug weg; dan maar springen

Ik moet nog een stukje de Via Appia Antica over, maar er stond een waarschuwingsbord van 2 mei dat er vanwege regenval iets aan de hand was. Ik begreep het niet helemaal, maar als ik de enorme plas water zie, heb ik zo’n donkerbruin vermoeden dat het pas onbegaanbaar is. Voor de zekerheid loop ik over de weg. En zo kom ik na nog een uur lopen in Marino. Een kleine plaats waar ik in een ostello slaap. Ik heb een zespersoonskamer helemaal voor mezelf. Eén bed is gedeeltelijk opgemaakt, De rest moet ik zelf doen.

Het viel me helemaal niet tegen, deze 25 km. Ik heb een conditie van nul, dus ik vond het wel wat veel, maar het ging lekker. Morgen moet ik er 28 lopen; een eitje. Ook dan is er niet eerder een mogelijkheid om te overnachten.

Ik kan niet in de ostello eten,maar wel in de ristorante ernaast. Om 19.15 uur wil ik natuurlijk allang eten, maar dat kan natuurlijk nog niet. Het valt mee; het wordt 19.45 uur. Ik begrijp de menukaart voor geen ene meter, en dus bestel ik maar het menu. Dat begint met een antipasto.

Antipasti
Mijn hemel, mijn bord ligt helemaal vol. Het is echt ongelooflijk lekker. Het een is nog lekkerder dan het andere. Maar als ik het op heb, zit ik eigenlijk al helemaal vol. Ik ben echter net begonnen. Daar komt de primo: pasta met asperges. Ook erg lekker, maar ik laat toch wat pasta liggen. Ik ontplof bijna. En als dan de secondo komt met ik schat zo’n 300 gram aan biefstuk en vlees aan stokjes, word ik bijna onpasselijk. Ik kan de lucht alleen al niet verdragen. De eerste hap krijg ik nauwelijks weg. Ik moet dit niet doen. Hoe vervelend ik het ook vind. Hierna komt nog de dolce en een cafè. Maar ik vraag de rekening. Ze begrijpt er niets van. Nee, dat snap ik, maar ik voel met niet goed, en ik heb geen zin om weer te moeten overgeven. Dat doe ik de laatste tijd iets te vaak. Ik krijg nog een paar biscotti mee voor als ik daar zin in heb. Nou, morgen misschien. De mevrouw van de ostello probeert nog een keer naar de Albergo in Artena te bellen om een kamer te reserveren (mooi, gelukt), en ik loop naar boven, Van die trappen lopen word ik al niet goed. Voorzichtig ga ik op bed liggen. Ik laat het licht in de badkamer aan. Het lichtknopje zit namelijk best ver weg. Als ik er dus uit moet sprinten om iets te lozen, kan ik in ieder geval de weg vinden. Ik eet echt nooit meer zo veel. Ik word niet goed; ik val in slaap.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten